6 weetjes over de aalscholver

6 weetjes over de aalscholver

In ons waterrijke land is de aalscholver een graag geziene bewoner. Deze forse watervogel met zijn haakvormige snavel wordt ook wel schollevaar, scholver, koolgans of waterraaf genoemd. Ontdek nog 6 leuke weetjes over deze vogels:

1. Hij lijkt zwart

Hoewel de aalscholver een zwarte vogel lijkt, zijn de veren eigenlijk donkergroen met aan de bovenste laag veren een klein zwart randje. Als het lente is, zijn aalscholvers op hun mooist; met witte wangen en dijen en zilverwitte manen in hun kruin en nek. Hun keel wordt dan geel. De lichte kleuren trekken de vrouwtjes aan. In de loop van het broodseizoen verdwijnen deze opvallende tinten weer.

2. Kolonies aan het water

Aalscholvers leven bij zowel zoet als zout water en broeden, soms al vanaf december, in kolonies. Het broeden gebeurt in bomen of op beschutte eilanden op de grond en in het riet. In de kolonies kan het bijzonder luidruchtig zijn. Je kunt diverse lage keelklanken horen en het 'raaahh' van de volwassen vogels. De jongere exemplaren kokken en kekkeren. Buiten het broedseizoen, als de kolonies opgelost zijn, zijn aalscholvers echter zelden te horen. In Nederland vind je de grootste kolonies aalscholvers in het IJsselmeergebied, op de Waddeneilanden, in het Deltagebied en langs de rivieren. Nederland telt tot ongeveer 60 kolonies. Het aantal broedparen varieert van 20.000 tot 25.000. Hartje winter verblijven er zo'n 26.000 aalscholvers in ons land.

3. Vis op het menu

Aalscholvers eten veel verschillende vissoorten. In Nederlandse wateren vooral baars, pos, blankvoorn en spiering. De vogels helpen ook een handje met het bestrijden van verstikkende algengroei in onze binnenwateren door veel brasem te eten. De brasem is namelijk dol op watervlooien en die zijn weer verantwoordelijk voor het binnen de perken houden van algen.

4. Trekvogels

Aalscholvers zijn trekvogels en hebben afhankelijk van hun leefgebied aparte bestemmingen. Zo verlaten Britse aalscholvers hun broedgebieden om naar de kust of naar visrijke gebieden landinwaarts te trekken. Aalscholvers van rond de Kaspische en Baltische zee overwinteren bij voorkeur in open wateren of trekken naar de Middellandse Zee. Aalscholvers uit West-Europa verspreiden zich of trekken zuid- tot zuidwestwaarts naar open meren of kustgebieden, zelfs tot aan Tunesië. 'Onze' aalscholvers vertrekken als het een strenge winter is zuidwaarts, tot aan de Middellandse Zee. In de winter verblijven in Nederland ook aalscholvers uit het Oostzeegebied en Noord-Duitsland.

5. Vleugels wijd gespreid

Een bekend beeld is dat van de aalscholver op een paal met gespreide vleugels. Omdat hij niet zo'n goede waterafstotende vetlaag heeft als de meeste andere watervogels, moet hij na elke vissenjacht even in het zonnetje gaan zitten met gespreide vleugels om te drogen. Het minder waterafstotende verenkleed heeft ook een voordeel: de aalscholver kan hiermee langer onder water blijven. Veren die sterk waterafstotend zijn zorgen er namelijk voor dat de opwaartse druk de vogel weer terug naar het wateroppervlak duwt. Het liefst zitten aalscholvers op lantaarnpalen om te drogen omdat deze makkelijk aan te vliegen zijn en lekker veel ruimte bieden aan hun grote zwemvliespoten. Bovendien kan de vogel op hoogte potentiële vijanden makkelijker spotten. 

6. Vervolgd

De aalscholver is nu een graag geziene vogel, maar dat is lange tijd niet zo geweest. De vogel werd door mensen vervolgd. Ook hadden de vogels in de vorige eeuw last van de slechte waterkwaliteit. Na beschermingsmaatregelen en verbetering van de waterkwaliteit in Nederland, is de groei van populatie sinds de eeuwwisseling gestagneerd. Duurzame visserij, bijvoorbeeld in het IJsselmeergebied, is van het grootste belang voor de aalscholvers en vele andere watervogelsoorten.


Bron: #samenvoordieren jaargang 5, uitgave 2

-
JA, ik help dieren in nood!Doneer nu