Geschreven door: Stichting DierenLot
Donderdag debatteert de Tweede Kamer opnieuw over de situatie rondom vogelgriep in Nederland. Tijdens dit debat zullen dierenhulpverleners uit het hele land aanwezig zijn op de publieke tribune om aandacht te vragen voor de duizenden vogelgriepslachtoffers in het wild.
Waarom deze oproep zo dringend is
Dierenhulpverleners – dierenambulances en wildopvangcentra – draaien momenteel op volle toeren. Zij worden tot wel zes keer per uur gebeld over vogelgriepslachtoffers in het veld. Het gaat daarbij om het uit hun lijden verlossen van ernstig zieke dieren, maar ook om het veilig verwijderen van karkassen ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus.
Hoewel zij formeel geen verantwoordelijkheid dragen voor vogelgriepbestrijding, komt de uitvoering in de praktijk volledig op hun schouders neer. Dat gebeurt zonder enige ondersteuning vanuit de landelijke overheid.
Risico’s lopen op – en hulp blijft uit
Uit de meest recente Kamerbrief van de Minister blijkt dat het gezondheidsrisico voor dierenhulpverleners is verhoogd. Tegelijkertijd hebben deze hulpverleners geen budget voor beschermingsmiddelen, geen vergoeding voor noodzakelijke griepprikken, en worden zij geconfronteerd met hoge dierenartskosten voor levende slachtoffers die zij ophalen. Dit terwijl zij volledig afhankelijk zijn van donaties.
De noodkreten uit het veld nemen dagelijks toe. Veel dierenambulances staan onder zware druk en vrijwilligers zijn uitgeput. De situatie is onhoudbaar.
Stichting DierenLot vraagt al jaren om erkenning, ondersteuning en bescherming van dierenhulpverleners. Nu de risico’s toenemen en de druk verder oploopt, is het essentieel dat hun situatie tijdens het Kamerdebat vol in beeld komt. Onze aanwezigheid op de publieke tribune is een dringende oproep aan politiek Den Haag om:
Voorafgaand, tijdens en na het debat zijn dierenhulpverleners beschikbaar voor een fotomoment met Tweede Kamerleden en geven zij graag interviews over hun dagelijkse realiteit, de risico’s die zij lopen en de problemen waar ze tegenaan lopen.
Testen vogelgriep bij katten en honden vanaf nu vergoed
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de actuele vogelgriepsituatie en nieuwe afspraken rondom het testen van huisdieren. Op basis van adviezen van de Risk Assessment groep (RA-groep) van het RIVM en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) wordt diagnostiek naar vogelgriep bij katten en honden voortaan vergoed, mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan.
Hoewel uit nieuwe cijfers van de levende wilde vogelmonitoring van het Erasmus MC blijkt dat het aantal besmette levende wilde eenden is afgenomen, is er nog steeds sprake van verhoogde sterfte onder wilde vogels in Nederland. Daarnaast blijven uitbraken op pluimveebedrijven plaatsvinden, in Nederland en elders in West-Europa. De kans op introductie van vogelgriep op Nederlandse pluimveebedrijven wordt door de Deskundigengroep Dierziekten nog altijd als zeer hoog ingeschat.
Voor huisdieren met een sterk vermoeden van besmetting met hoogpathogene vogelgriep wordt een snellere diagnose geadviseerd. Dit is nodig om mensen die contact hebben gehad met een besmet dier tijdig te kunnen opsporen en zo nodig preventieve maatregelen te treffen. Ook draagt dit bij aan beter inzicht in besmettingen en mogelijke virusveranderingen bij zoogdieren. De huidige diagnostiek wordt als te traag beschouwd, mede doordat kosten bij de eigenaar liggen. Daarom heeft het kabinet besloten het onderzoek te vergoeden.
Wat betekent dit voor dierenhulpverleners?
Vogelgriep kan soms overgedragen worden op honden en katten. Dat gebeurt alleen als de hond of kat contact heeft gehad met bijvoorbeeld een wilde vogel die besmet is met vogelgriep. Als een hond of kat last krijgt van klachten die lijken op de klachten bij gewone griep, zoals koorts, benauwdheid, een loopneus of oogontsteking, is het belangrijk om contact op te nemen met de dierenarts. Ook kan het dier gaan trillen, wankel lopen of plotseling doodgaan. Zie: de symptomen van vogelgriep.
De dierenarts kan monsters van het dier gratis laten onderzoeken bij het laboratorium van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR).
Er gelden de volgende voorwaarden:
• de hond of kat is in contact geweest met een wilde vogel die waarschijnlijk vogelgriep had.
• het dier heeft klachten die passen bij vogelgriep.
• de dierenarts denkt dat vogelgriep de meest waarschijnlijke oorzaak is van de klachten.
Voldoet het dier aan deze voorwaarden? Dan kan de dierenarts bellen met de NVWA via 0900 03 88. De NVWA bekijkt of aan de voorwaarden is voldaan. Daarna krijgt de dierenarts uitleg over hoe de monsters opgestuurd moeten worden naar het laboratorium. Goed om te weten: de hond of kat hoeft bij een verdenking NIET te worden ingeslapen!
Belangrijk: draag persoonlijke beschermingsmiddelen!
Naar aanleiding van de overleden kittens met vogelgriep hebben de deskundigen het risiconiveau voor mensen nogmaals beoordeeld. Hoewel het voor de algemene bevolking geldt als ‘zeer laag’ is het voor dierenhulpverleners ‘gemiddeld’. De risicobeoordeling is op de website van het RIVM te vinden.
Zorg dus dat je je eigen veiligheid serieus neemt als je in aanraking komt met vogelgriep. Voor een duidelijke video-instructie, zie: https://youtu.be/jtTtzjZBfVY.