Geschreven door: Stichting DierenLot
Afgelopen week vond in Putten het congres 'Staat van het Dier' plaats, waarin de resultaten van de publieksenquête zijn gepresenteerd en schurende kwesties ter tafel werden gebracht. De enquête werd in oktober 2022 uitgevoerd in opdracht van de Raad voor Dierenaangelegenheden. De toegenomen aandacht voor dieren gaat gepaard met de beleving dat mensen niet goed geïnformeerd zijn, dat het doden van dieren als minder vanzelfsprekend wordt beschouwd en dat de overheid meer moet doen om het welzijn te waarborgen. Zo vond 22% van de deelnemers in 2022 dat de overheid genoeg doet om het welzijn van productiedieren te waarborgen. Dat was in 2018 nog 34%. Voor recreatiedieren en natuurdieren is dezelfde verschuiving waarneembaar. In de liefde voor het dier is overigens geen verschil tussen bewoners van stad en platteland, en evenmin tussen jong en oud. Mensen met een praktische opleiding lijken het dier wel meer te waarderen dan mensen met een theoretische achtergrond.
Ook predatoren kwamen in de enquête aan bod. Ruim de helft van de Nederlanders vindt net als in 2018 dat we de wolf in Nederland niet moeten wegjagen, maar wel dat we mens en dier tegen de wolf moeten beschermen (55% in 2022 en 58% in 2018). Over de vraag of de wolf belemmerd moet worden in zijn natuurlijke jachtgedrag, zijn de meningen verdeeld. Bijna een kwart vindt van niet, ook al jaagt het dier op schapen (23%). Een grotere groep vindt van wel (40%). Die laatste groep is de afgelopen vier jaar groter geworden: in 2018 was nog 31% deze mening toegedaan.
De groep diersoorten waar we ons druk om maken wordt ook groter. Zo is de helft van de Nederlanders van mening dat er meer aandacht moet zijn voor het welzijn van insecten. Zes op de tien Nederlanders vinden dat er meer aandacht moet zijn voor het welzijn van vissen. Ook vinden acht op de tien Nederlanders dat het dierenwelzijn niet ten koste mag gaan van het terugdringen van de uitstoot van stikstof en broeikasgassen.