Geschreven door: Stichting DierenLot
Op 8 november hield de Raad voor Dierenaangelegenheden het webinar ‘Dilemma’s in de wildopvang’. Tijdens dit webinar kwam o.a. André de Baerdemaeker van Vogelklas Karel Schot aan het woord om te vertellen waarom wildopvangcentra steun verdienen van de overheid. Gedeputeerde Ilse Zaal van provincie Noord-Holland beaamde dat. De minister van LNV zegt echter: Ik herken mij in het feit dat de wildopvangcentra verschillende knelpunten ervaren en ben mij bewust van de sterke wens maatregelen te treffen om zowel de kwaliteit van, als de praktische uitvoerbaarheid voor, wildopvangcentra te verbeteren. Een landelijke basiskwaliteit van hulp acht ik dan ook van groot belang. Om hieraan bij te dragen, werk ik momenteel aan een herziening van de ‘Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten’ en het bijbehorende ‘protocol opvang niet aangewezen diersoorten en beschermde diersoorten’.
Daarnaast ben ik het met de RDA eens dat goede voorlichting aan burgers over de omgang met hulpbehoevende wilde dieren cruciaal is. Ik ben daarom voornemens meer aandacht te besteden aan de communicatie richting de burgers over de omgang met hulpbehoevende wilde dieren. Om de kennisuitwisseling te bevorderen is DierVizier opgezet: een digitaal samenwerkingsverband van grote en kleine gemeenten, het ministerie van LNV, dierenwelzijnsorganisaties en kennisinstellingen, waarbinnen informatie over onder andere de omgang met wilde dieren in nood wordt gedeeld. Om het uitwisselen van kennis en ervaring en het doorvoeren van eventuele maatregelen te vergemakkelijken, moedig ik de wildopvangcentra aan verdere stappen te zetten richting een overkoepelende organisatie. Een dergelijke organisatie kan de positie van de opvangcentra versterken en als aanspreekpunt dienen voor de overheid. De oprichting van StichtingWildopvang.nl zie ik als een goede stap in deze richting.
De RDA adviseert het Rijk om met andere overheden afspraken te maken over ieders verantwoordelijkheden in de opvang van hulpbehoevende wilde dieren, inclusief structurele financiële ondersteuning van wildopvang in Nederland. Ik ben mij er bewust van dat veel opvangcentra behoefte hebben aan structurele ondersteuning om de bestaanszekerheid en continuïteit in zorg en hulp aan hulpbehoevende dieren te borgen. Ik waardeer de enorme inzet van de medewerkers en vrijwilligers van de opvangcentra op het gebied van dierenwelzijn, monitoring, educatie en voorlichting. De aanbeveling van de RDA met betrekking tot structurele financiële ondersteuning vanuit de rijksoverheid zal ik echter niet overnemen. Net als mijn ambtsvoorgangers zie ik dit niet als een taak van de Rijksoverheid. Bovendien is door de toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit eerder al geconcludeerd dat er grote verschillen zijn tussen opvangcentra, in grootte en professionaliteit, de diersoorten die opgevangen worden, maar ook wat betreft uitgaven en inkomstenbronnen. Deze grote variatie betekent dat er maatwerk nodig is wat betreft de noodzaak tot financiering alsook het doel ervan. Uiteraard ben ik bereid om in gesprek met de provincies te gaan om te verkennen of het mogelijk is om tot een gezamenlijk beeld te komen wat betreft ieders verantwoordelijkheden of een meer geharmoniseerde aanpak mogelijk is. Daarnaast wil mijn ministerie structureel in gesprek blijven met de betrokken organisaties om zo goed als mogelijk te kijken op welke manier hun opgaves geadresseerd kunnen worden. De bevindingen van de zienswijze, de Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten en de vervolgstappen betreffende het adviesrapport Dodingsmethoden toepasbaar in wildopvangcentra door niet-dierenartsen vormen onderwerpen van gesprek.
Natuurlijk laten wij de wildopvangcentra en dierenambulances niet in de steek als het gaat om lobby voor een eerlijke vergoeding. Binnenkort gaan we weer in gesprek met het ministerie hierover.