Cavia’s kunnen heel goed verbergen wanneer ze zich slecht voelen. De vrolijke diertjes kunnen vaak doen alsof er niks aan de hand is, terwijl ze zich in werkelijkheid helemaal niet zo goed voelen. Het zijn vaak kleine signalen die aangeven dat je cavia niet lekker is.
Maak jij je zorgen dat het niet goed gaat met je cavia? Let dan op de volgende signalen:
Is er sprake van afwijkend gedrag? Doet de cavia niet meer mee met zijn maatje of houdt hij langere rustpauzes.
De cavia lijkt gewoon te eten, maar eigenlijk knabbelt hij lusteloos op het eten. Zelfs zijn favoriete voer blijft liggen.
Beweegt het dier langzamer, hinkt hij een beetje of poetst zichzelf niet meer? Dan is dit ook een signaal.
Let op de uitwerpselen. Kleine uitwerpselen zijn een duidelijk teken voor constipatie, terwijl brijige uitwerpselen juist diarree aangeven. Geef je dier wat hooi en water en bezoek de dierenarts.
Voor cavia’s is lichaamsverzorging erg belangrijk. Als de cavia plotseling een onverzorgd uiterlijk heeft dan kan het zijn dat het niet goed gaat met de gezondheid van je dier. Het uiterlijk weerspiegelt namelijk in veel gevallen de gezondheid. Twijfel je of jouw cavia zich goed voelt? Ga dan gelijk naar de dierenarts.
Bron: Hart voor Dieren
Zodra het donker wordt, komen vleermuizen tevoorschijn. Ze kruipen uit spleten, kieren, spouwmuren of boomholtes en gaan op jacht naar insecten. Door hun nachtelijke leven vinden sommige mensen vleermuizen spannend. Maar zijn vleermuizen gevaarlijk? Meestal niet. Ze vallen mensen niet zomaar aan en proberen juist uit onze buurt te blijven. Wel is het belangrijk om een vleermuis nooit met blote handen aan te raken. We hebben een aantal feiten en fabels op een rijtje gezet:
Feit: vleermuizen zijn strikt beschermd
Alle vleermuizen die in Nederland voorkomen, zijn wettelijk beschermd. Je mag ze dus niet zomaar vangen, verjagen of doden. Ook hun verblijfplaatsen mogen niet zomaar worden afgesloten of beschadigd. Vind je een vleermuis in huis of vermoed je dat er een kolonie in je woning zit? Vraag dan advies aan een vleermuisdeskundige of een dierenopvang.
Feit: raak een vleermuis nooit met blote handen aan
Bij Nederlandse vleermuizen kunnen vleermuis-lyssavirussen voorkomen. Dat zijn virussen die verwant zijn aan rabiës. Het komt weinig voor, maar een besmetting kan ernstig zijn. Aan de buitenkant kun je niet zien of een vleermuis besmet is. Pak een vleermuis daarom nooit met blote handen op. Gebruik dikke handschoenen of vraag hulp aan iemand met ervaring.
Feit: Nederlandse vleermuizen gebruiken echolocatie
Vleermuizen kunnen in het donker heel precies vliegen. Dat doen ze met echolocatie. Ze maken hoge geluiden en luisteren naar de echo die terugkomt. Zo weten ze waar muren, bomen en insecten zijn. De meeste mensen horen deze geluiden niet, omdat ze te hoog zijn voor ons gehoor.
Feit: vrouwtjes brengen hun jongen samen groot
Veel vleermuizen leven een deel van het jaar in groepen. In het voorjaar en de zomer vormen vrouwtjes kraamkolonies. Daar krijgen ze hun jongen en brengen ze die samen groot. Als de jonge vleermuizen kunnen vliegen en zelf voedsel kunnen zoeken, valt zo’n kraamkolonie weer uiteen.
Feit: vleermuizen zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen
Vleermuizen zijn geen vogels en ook geen vliegende muizen. Het zijn zoogdieren met vleugels van huid tussen hun lange vingers. Daarmee kunnen ze actief vliegen. Dat maakt ze bijzonder, want andere zoogdieren kunnen hooguit zweven.
Fabel: vleermuizen maken je huis kapot
Vleermuizen knagen niet aan hout, kabels of isolatie. Ze bouwen ook geen nesten zoals muizen of vogels. Ze gebruiken bestaande holtes als schuilplaats. Meestal veroorzaken ze daardoor geen schade aan een gebouw. Wel kunnen uitwerpselen, urine, geur of geluid soms overlast geven, vooral bij een grotere kolonie op een onhandige plek.
Fabel: vleermuizen vliegen in je haar
Dit verhaal hoor je vaak, maar het klopt niet. Vleermuizen zijn juist heel goede vliegers. Met hun echolocatie merken ze waar jij bent en vliegen ze meestal netjes om je heen. Soms lijkt het alsof een vleermuis recht op je afkomt, maar vaak jaagt hij dan op insecten in jouw buurt.
Fabel: vleermuizen bijten zomaar
Een vleermuis zal niet zomaar een mens aanvallen. Bijten gebeurt vooral als het dier zich bedreigd voelt, bijvoorbeeld wanneer iemand hem probeert op te pakken. Laat een vleermuis daarom met rust en raak hem niet met blote handen aan.
Fabel: vleermuizen zorgen altijd voor veel overlast
Meestal merk je weinig van vleermuizen. Ze zijn vooral ’s avonds en ’s nachts actief en ze leven van insecten. Omdat vleermuizen zich langzaam voortplanten, groeien groepen niet snel uit tot enorme aantallen. Ontstaat er toch overlast? Laat je dan goed adviseren, want vleermuizen en hun verblijfplaatsen zijn beschermd.
Nacht van de Vleermuis
Elk jaar wordt in het laatste weekend van augustus, dat helemaal in augustus valt, de Nacht van de Vleermuis georganiseerd. Tijdens dit weekend kun je op veel plekken mee met excursies in de schemering. Met een vleermuisdeskundige ga je op zoek naar vleermuizen en leer je hoe bijzonder deze nachtdieren zijn.
Meer informatie over de Nacht van de Vleermuis vind je hier.
Vaak hebben mensen het idee dat aanrijdingen met wild alleen voorkomen als het schemert of als het donker is. Maar ook overdag kan dit gebeuren. Vaak zijn er overdag meer auto’s op de weg en is er meer geluid. Het geluid schrikt ze af en daarom is de kans dan kleiner dat er ineens een dier oversteekt.
Wild is erg onvoorspelbaar en als ze schrikken kunnen zij plotseling de weg op schieten. Door met de volgende factoren rekening te houden, kan je de kans op een aanrijding aanzienlijk beperken:
Pas je snelheid aan en wees alert.
Houd het stuur recht en wijk niet uit. Dat is het veiligst.
Houd er rekening mee dat er meerdere dieren kunnen volgen.
Wild heeft een kans om je auto te ontwijken bij een snelheid van 60 km per uur. Zelf kan je dan ook nog op tijd stoppen.
Met een beetje geduld kan je jouw konijnen zindelijk maken, maar houd er rekening mee dat dit niet altijd zal lukken. Sommige konijnen doen hun behoeften vanuit zichzelf al op een vaste plek. Dan is het vaak nog maar een kleine stap om uw konijn zijn behoefte te laten doen in een konijnentoilet. Andere konijnen doen hun behoefte waar het uitkomt en daarom liggen hun keutels vaak verspreid door het hele hok.
Hoe kan je het beste je konijn zindelijk maken? We hebben een aantal tips op een rijtje gezet:
Om je konijnen zindelijk te maken, is het aanschaffen van een hoektoilet onmisbaar. Bij een groot konijn is het handiger om een kattenbak te gebruiken of een plastic bak. Let er wel op dat de rand niet te hoog is zodat het dier gemakkelijk in het toilet komt.
Houd in de gaten waar je konijn zijn behoefte doet. Omdat die plek als een gewoonte voelt, is dit de handigste plek om een konijnentoilet neer te zetten.
Zijn er verschillende plekken waar de ontlasting ligt? Zorg er dan voor dat je meerdere bakken plaatst. Zeker in het begin.
Leg een andere bodembedekking in het toilet dan in de rest van het verblijf. Zo is er een duidelijk verschil tussen de twee ondergronden.
Konijnen vinden het fijn om te eten tijdens het poepen. Leg daarom wat hooi naast het toilet.
Door zijn of haar keutels en plasjes in het toilet te leggen op deze manier herkent je konijn zijn eigen geur. Je konijn ruikt dan dat dit plekje voor hem of haar wordt. Plasjes kan je opdeppen met een zak doekje en deze in het toilet plaatsen. Doe dit consequent en dan zal je konijn dit nieuwe patroon herkennen. Het is wel belangrijk om de plek, waar de keutels en het plasje oorspronkelijk lagen, grondig schoon te maken zodat het dier niet in verwarring komt.
Beloon je konijn wanneer de behoeften op het toilet worden gedaan. Doe dit wel snel, anders kan het konijn de beloning niet koppelen aan zijn wc-bezoek. Belonen doe je door extra positieve aandacht te geven of een verantwoorde konijnsnack te geven.
Bron: Hart voor Dieren
Schudt je hond vaak met zijn kop en krabt hij veel aan zijn oren? Dit kunnen signalen zijn dat hij oorontsteking heeft. Je kan dan beter even een kijkje nemen in en naar de oren. Roodheid, een lichte zwelling en een onaangename geur of afscheiding kunnen erop wijzen dat uw hond een oorontsteking heeft. Bij de ene hond kan dit jeuken, terwijl dit als pijnlijk ervaart.
Seizoensgebonden
In de zomer en vroege herfst komen de klachten het meeste voor. Honden verblijven in deze periode vaker in het water waardoor het vocht in het oor indringt en daar kunnen bacteriën door de warmte gemakkelijk groeien.
Zó herken je een oorontsteking
Dierenarts
Denk je dat jouw hond een oorontsteking heeft? Raadpleeg dan altijd even de dierenarts. Zij kunnen met geschikte apparatuur in de oren kijken en zo met een veilige en geschikte oplossing komen. Soms is een oorontsteking het gevolg van een allergie en dit moet weer anders worden aangepakt dan een ontsteking die ontstaat door bacteriën of schimmels.
Wacht niet te lang! Een oorontsteking kan erg gevaarlijk zijn. In het ergste geval kan de ontsteking voor onherstelbare schade aan de gehoorgang veroorzaken.
Hoe kan je een ooronsteking zo goed mogelijk voorkomen?
Je kunt een oorontsteking bij je hond niet volledig voorkomen maar met de juiste verzorging kunt u preventief een hoop doen om te zorgen dat de kans kleiner wordt. We hebben een aantal tips voor u op een rijtje gezet:
Bescherm je hond tegen teken en vlooien.
Pas op met grasaren in de gehoorgang. Laat je hond niet door velden en wieden lopen die nog niet gemaaid of geoogst zijn.
Droog de oorschelpen na het zwemmen goed af.
Maak oorschelpen schoon als je merkt dat er viezigheid in het oor zit. Doe dit met een vochtig (niet te nat) keukenpapier. Bij dierenwinkels zijn ook milde oorreinigers verkrijgbaar.
Gebruik nooit wattenstaafjes om de oren van je hond schoon te maken. Als je hond een plotselinge beweging maakt of als je te ver drukt, kan het wattenstaafje zijn binnenoor verwonden en in het ergste geval kan dit leiden tot doofheid.
/
Beweging is goed voor de gezondheid van katten, want katten die genoeg bewegen blijven fit en gezond. Door met katten te spelen of ze de mogelijkheid te bieden om te spelen, stimuleer je dit.
Jonge katten spelen vooral om te leren. De coördinatie van de ogen en de pootjes wordt hierdoor getraind. Terwijl oudere katten vooral spelen om hun energie kwijt te kunnen. Spelen bevordert dus de lichamelijke conditie, maar ook de psychische gesteldheid en de band tussen kat en baasje.
Maar op welke manieren kan je het beste met jouw kat spelen en hoe kan je jouw kat motiveren om te spelen?
Gebruik balletjes, kleine balletjes kunnen snel bewegen en nodigt de kat uit om snel te reageren. Ook kan je met een balletje apporteren. Niet alleen honden brengen gevonden voorwerpen terug naar hun baasje, sommige katten doen dit ook. Meestal hoef je dit spel niet eens te leren, de kat ontdekt zo’n spelletje vaak zelf.
Met de kattenhengel of verenstok kan je gemakkelijk katten activeren om de veertjes te pakken. Ze gaan erachteraan, bijten erin of proberen ze te pakken met hun pootjes. Berg na het spelen de hengel of verenstok op een plek op waar je kat niet bij kan. Zo kan hij niet verstrikt raken in het speeltje.
Katten zijn vaak dol op kartonnendozen. Ze proppen zichzelf in de doos en proberen zichzelf te verstoppen. Vaak lukt dit niet helemaal…
Niet alle katten hebben een hekel aan water. Sommige viervoeters vinden het leuk om drijven objecten uit het water te vissen. Vul een bak met water en leg er wat tennisballen in. Ideaal spel voor in de zomer.
Er zijn ook spelletjes waarbij de diertjes de hersenen moeten gebruiken. Bijvoorbeeld door snoepjes af te dekken in een bak vol papiersnippers of een voerbak waar de kat bij moet nadenken om zijn eten te krijgen.
Een speeltunnel is veelzijdig en de viervoeters zijn er dol op. Ze rennen erdoor of verstoppen zich. De knisperende stof waar de tunnel van gemaakt is, maakt het vaak nog spannender!
Ook speelhuisjes zijn vaak een succes. Vooral huisjes die bestaan uit meerdere verdiepingen, holletjes, krabplekjes en speelballetjes. Ze springen van toren naar toren en op alle plekken is wel iets interessants te vinden. Zo blijven ze lekker in beweging.
Bron: Hart voor Dieren
Katten en honden kunnen in veel gevallen goed samen leven. Het kan zelfs zo zijn dat ze een hechte vriendschap ontwikkelen. Het is fijn als de dieren samen gaan spelen of slapen, maar het kan ook zijn dat ze elkaar gewoon met rust laten. In het wenproces zijn er een aantal dingen waar u rekening mee kunt houden. We hebben een aantal tips op een rijtje gezet:
Het is voornamelijk bij de introductie belangrijk dat de eerste indruk goed is. Bereid de kennismaking daarom goed voor en zet de twee niet zomaar bij elkaar.
Zorg ervoor dat de kat zich veilig voelt. Zet hem eerst even in een apart kamertje, zodat hij kan binnen komen als hij hier klaar voor is.
Laat de pup eerst even zijn nieuwe omgeving verkennen en wacht tot hij wat rustiger is. Nu kan er worden gestart met het uitwisselen van de geuren.
Laat de kat wennen aan de geur van zijn nieuwe huisgenoot. Sommige katten kunnen schrikken van de geur van een hond. Forceer dit moment dus niet, want het is een belangrijk moment om de kat in aanraking te brengen met de nieuwe huisgenoot.
Door eten en een spel aan te bieden aan de kat tijdens het wennen van de geur, kan hij dit positiever oppakken. Herhaal dit indien nodig een paar keer.
Blijf het rustig aan doen en zorg ervoor dat alles op een rustig tempo gaat. Als de kat angstig, gestrest of agressief gedrag vertoont, moet u dit even in de gaten houden. Hou daarom de pup in eerste instantie aangelijnd. De pup kan in zijn speelsheid te dichtbij komen of achter de kat aanrennen.
Het is belangrijk dat de kat zijn gewoontes en routines blijft behouden. Zorg daarom voor een paar plekjes waar hij zich kan terugtrekken of wat hoge plekjes zodat hij alles in de gaten kan houden vanaf een veilige hoogte.
Als je het een en ander moet verschuiven in huis, is het handiger om dit te doen voordat de pup komt. Zo kan de kat al even wennen aan de verandering.
Laat de dieren in het begin niet alleen. Lees goed hoe de dieren op elkaar reageren, voordat je besluit ze samen alleen te laten.
Born: Hart voor Dieren
Hamsters kunnen behoorlijk actief zijn ’s nachts. Het is dan ook handig als je een hamster hebt, dat je zelf ook van laat opblijven houdt. Het naleven van de rustperiode van de dieren is erg belangrijk. Wat kan je doen zodat je hamster zoveel mogelijk rust krijgt?
Hamsters mogen overdag niet gewekt, geaaid of uit hun schuilplaats gehaald worden. Onregelmatigheden in de slaap-waakcyclus verlagen de levensverwachting van de diertje enorm en veroorzaken veel stress!
Hamsters zijn ontzettend schattig, voor kinderen is het vaak moeilijk om ze overdag niet te storen. Let er dus op dat kinderen de hamsters laten rusten.
Schoonmaakwerkzaamheden en de zorg moeten daarom worden uitgesteld tot laat in de avond. Zo voorkom je dat je het ritme verstoort.
Zorg dat het verblijf in een ruimte met ramen staat. Zo kunnen zij een natuurlijk dag- en nachtritme volgen. De ideale locatie is een beschutte en goed geventileerde hoek, maar let er wel op dat de diertjes niet op de tocht staan.
Plaats het verblijf zo ver mogelijk van je slaapkamer vandaan. Zo houden de hamsters jou ’s nachts niet wakker en andersom ook niet.
Bron: Hart voor Dieren
Foto: Karin Wiendels
Een kat of kitten moet natuurlijk altijd even wennen aan zijn of haar nieuwe huisje. Ze kunnen dan wat wantrouwend of stilletjes overkomen, maar naar enkele dagen of zelfs weken zal dit overgaan en is de kat gewend aan zijn nieuwe omgeving. Een bange of schuwe kat makkelijker laten wennen? Wij hebben een aantal tips:
Het wennen van een schuw dier kost veel tijd en geduld. Als je dit niet kan opbrengen, is het niet verstandig om voor een onzeker of angstig dier te kiezen.
Wanneer katten bang zijn, vluchten zij onder het bed of de bank. Het belangrijkste is om ze een veilig gevoel te geven door rustig te blijven en geduld te hebben, maar biedt ze ook iets leuks aan zoals eten, speeltjes of kattenkruid.
Houd afstand van de kat en praat alleen tegen hem als je in dezelfde ruimte bent en op een zachte toon. Stemverheffing en harde geluiden kunnen namelijk erg dreigend overkomen.
Zorg voor een veilige eigen plekje. Zet bijvoorbeeld een kattenmand of bench neer met daarover een doek. Zo kan de kat zich terugtrekken als hij of zij daar behoefte aan heeft.
Katten voelen zich veilig op hoge plekken, zo kunnen ze alles in de gaten houden.
Bij hele angstige katten waarbij de angst na maanden niet verminderd, is het verstandig om hulp te zoeken bij een dierenarts of gedragstherapeut.
Bron: LICG / Hart voor Dieren
Het overlijden van je huisdier is een groot verlies. Je trouwe dierenvriend is er niet meer en dit zorgt voor een groot gat. Je gaat een moeilijke tijd tegemoet en zit vooral niet te wachten op de praktische zaken rondom het overlijden. Maar wat kan je eigenlijk doen met een overleden huisdier?
Gelukkig heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) inmiddels duidelijke regels opgesteld. Voorheen werden de regels per gemeenten besloten en dit zorgde nogal eens voor verwarring. Zo mocht je je dier in de ene gemeente wel in de tuin begraven en in de andere weer niet.
Wat zijn de regels nu?
Huisdieren, zoals honden, katten, fretten, cavia’s of hamsters, mogen in je eigen tuin begraven worden mits er voldoende ruimte in de tuin is en op een minimale diepte van 75 cm. Een andere voorwaarde is dat de tuin eigendom is. Bij een huurhuis mag het dier dus niet in tuin begraven worden.
Cremeren met andere dieren is ook een optie en kost tussen de twintig tot tachtig euro.
Individueel cremeren is ook mogelijk. Als aandenken kan je dan bijvoorbeeld de as in een urn bewaren, of de as verwerken in een hangertje of zelfs een tatoeage laten zetten. Heb je nog een beetje dierenhaar? Dan kan je dit verwerken in een hangertje. Maar je kan vooraf ook een gipsafdruk maken van zijn of haar pootje.
Je kan je dier laten verwerken door de kadaverdestructie. Dat kost vijftien tot twintig euro.
Je kunt je dier ook doneren aan de wetenschap. DierenLot, Proefdiervrij en Universiteit Utrecht hebben hiervoor een samenwerkingsverband. Klik hier voor meer informatie.
Er bestaan ook dierenbegraafplaatsen waar je je dier kan begraven.
Wat kan je beter niet doen?
Overleden huisdieren kan je maar beter niet op kamertemperatuur houden. De ontlasting loopt dan weg en hier komen vliegen op af. Het dier kan dan ook gaan rotten, hoewel dit voor de mens geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, kan een ontbindend dier wel een traumatische ervaring zijn voor je rouwproces.