0
 0,00 0 items

Geen producten in de winkelwagen.

JA, ik help dieren in nood! Doneer nu!
0
 0,00 0 items

Geen producten in de winkelwagen.

Een aquarium verhuizen kan best een opgave zijn. Er zit namelijk veel verschil in de verschillende soorten aquaria. Een koudwater aquarium is makkelijker te verplaatsen dan een tropisch zoet- of zoutwater aquarium.

Een tropisch zoutwater aquarium is namelijk een heel gevoelig systeem en een kleine verandering of aanpassing kan al voor problemen zorgen. Het is dan ook verstandig om bij het verhuizen van zo’n aquarium goede voorbereidingen te treffen en advies te vragen aan een expert.

Vervoerszak

In het blad #samenvoordieren (jaargang 3, uitgave 2) geeft dierenarts Piet Hellemans handige tips en raadt hij aan om de vissen in hun eigen water te vervoeren. Gebruik hiervoor een speciale vervoerszak voor vissen, vul deze zak voor 1/3 met lucht en de rest met het water uit het aquarium. Bij tropische vissen is het belangrijk dat de temperatuur op peil gehouden wordt. Dit kan bijvoorbeeld door de vervoerszak in kranten of piepschuimbakken te plaatsen. Vervoer vissen nooit in een aquarium of in een emmer. Het klotsen van het water kan zenuwschade veroorzaken.

Waterkwaliteit

Slechte waterkwaliteit is schadelijk voor vissen, maar een plotselinge verandering van waterkwaliteit is nog veel gevaarlijker. Ook als deze verandering een verbetering is. Het is dus beter om het oude aquariumwater mee te nemen in bijvoorbeeld schone emmers en deze voorlopig terug in het aquarium te doen en het water geleidelijk te verversen.

Wennen

Als het aquarium eindelijk op zijn nieuwe plek staat, dan kan deze weer gevuld worden met water. Als het filter draait en het water doorzichtig wordt, kunnen de vissen in de zak in het aquarium gehangen worden. Na zo’n twintig minuten zijn de vissen weer op temperatuur en kan een kopje aquariumwater in het vervoerszakje gedaan worden. Doe dit om de tien minuten tot de zak bijna vol is en dan kunnen de vissen voorzichtig in het aquarium losgelaten worden.

Tip: Plaats een aquarium nooit in direct zonlicht, vlakbij een radiator of op een plek waar veel langsgelopen wordt i.v.m. de trillingen.

Bij langdurige droogte moeten egels soms verder zoeken naar drinkwater. Een vijver of sloot kan dan aantrekkelijk lijken, maar water met steile of gladde randen is gevaarlijk. Egels kunnen zwemmen, maar als ze nergens uit het water kunnen klimmen, raken ze uitgeput. Dan kan een egel verdrinken.

Je kunt helpen door je tuin veiliger te maken. De beste oplossing is een natuurlijke, schuine oever. Heb je een vijver met een steile rand? Zorg dan voor een veilige uitstapmogelijkheid. Zet daarnaast een lage, stevige schaal met schoon water neer. Zo kan een egel drinken zonder in de vijver te hoeven klimmen.

Zo maak je een egeltrap

Stap 1

Verzamel de volgende benodigdheden:

► Een (lange) plank
► Stevig, dik touw

Stap 2

Wikkel het touw op de plank heen. Zorg dat je aan het eind een stuk touw overhoudt.

Door de verdikkingen van het touw op de plank zorg je ervoor dat de egel zelf uit een vijver of sloot kan klimmen. Je kunt eventueel het touw ook vervangen door kleine latjes. Zorg er wel voor dat de latjes geen scherpe hoeken hebben.

Stap 3

Leg de plank schuin in de vijver, vanaf de waterkant naar een plek waar de egel veilig aan land kan komen. Zorg dat de plank niet kan wegdrijven of omklappen. Controleer regelmatig of de egeltrap nog goed ligt en niet glad is geworden door algen of modder.

Egeltrap

Het gaat slecht met de egel. In tien jaar tijd is 50% van de egels in Nederland verdwenen. De egel staat sinds kort op de Rode lijst. Deze lijst is een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Met name tijdens langere periodes van droogte is het belangrijk om de egels te helpen. 

Egeltrappetje

Als het een langere periode droog is dan vinden de egels het lastiger om drinken en eten te vinden, ze gaan dan op zoek naar drinken in vijvers of plassen en daardoor het gevaar lopen dat ze verdrinken. Zorg daarom voor een trappetje of een uitstaphulp in vijvers zodat de dieren te allen tijde uit er weer uit kunnen komen. Lees hier hoe je een egeltrap maakt.

Wat kan jij doen om de egels te helpen?

Bron: Egelbescherming NL, Egelopvang Midden NL, Wildopvang Delft, De Toevlucht en Egelopvang Zoetermeer, Wildopvang.nl

Naast jonge dieren zoals reekalfjes en jonge haasjes die hulp nodig hebben door een ongeluk of omdat de moeder niet meer in staat is voor deze dieren te zorgen, komen veel jonge dieren onterecht bij een dierenopvang terecht. Dit noem je wildkidnapping. 

Neem nooit zomaar een dier uit de natuur mee als het dier niet zichtbaar gewond is. Bel altijd de dierenambulance of de wildopvang in jouw regio en vraag hun om advies.

Jonge haas

Vaak worden jonge hazen ten onrechte meegenomen omdat mensen denken dat ze door de moeder verlaten zijn. Jonge haasjes verstoppen zich na hun geboorte in het hoge gras. De moeder haas komt tussen zonsondergang en  zonsopgang haar jongen in het begin 3 en na een week 2 maal per nacht voeden.

Lees meer over het vinden van jonge hazen >

Reekalfje

Vaak worden reekalfjes gevonden door wandelaars. Pak een reekalfje niet op, raak ze niet aan en neem ze niet mee. Het beste wat je kunt doen, is even doorlopen en op een afstand van minimaal 200 meter even schuilen en observeren of de moeder terugkomt om het kalfje te halen. Dit kan zelfs twee uur duren!

Lees meer over het vinden van een reekalf >

Jonge vogels

Veel jonge vogels worden bij vogelopvangcentra binnengebracht door mensen die denken dat jonge vogels, die op de grond zitten, hulp nodig hebben. Er zijn dan even geen ouders in de buurt en vaak wordt gedacht dat de jonge vogels weesjes zijn. Mensen denken dat ze goed doen, maar eigenlijk komen de jonge vogels onterecht in een vogelopvang. Dit noem je chicknapping.

Lees meer over het vinden van een jonge vogel > 

Voor de kleine verwondingen en eerste hulp is het handig om het een en ander in huis te hebben, zodat je je dier kunt helpen wanneer dat nodig is. Neem deze spullen ook mee al je je dier vervoert in de auto of op vakantie gaat.

Wat je in ieder geval in huis moet hebben:

Tip: Sla het nummer van de dierenambulance op in je telefoon!

Twijfel je over wel of niet naar de dierenarts te gaan of wil je wat meer informatie hoe je je dier kunt verzorgen? Bekijk dan eens of het probleem van jouw huisdier al een van onze Eerste Hulp Bij Dieren filmpjes wordt besproken. Samen met dierenarts Piet Hellemans hebben wij meer dan 50 filmpjes ontwikkeld die je hier vindt! Staat het er niet bij? Misschien kunnen we hem nog maken. Neem contact op via [email protected].

Bron: LICG en het EHBO-boekje voor dieren

Een brandende kaars veroorzaakt meestal alleen wat verschroeide (snor)haren, maar een grotere vlam of open haard waar een staart doorheen zwaait, kan meer letsel veroorzaken. Wat moet je doen bij een brandwond?

De bever (Castor fiber) is het grootste knaagdier van Europa en een van de grootste knaagdieren ter wereld. Je vindt de bever in waterrijke gebieden met bomen en struiken aan de oever. In Nederland leven bevers onder andere in de Biesbosch, de Gelderse Poort en op verschillende plekken in het Maasdal.

1. Oranje voortanden 

De bever staat bekend om zijn platte staart, korte pootjes, smalle kop en natuurlijk zijn snijtanden die altijd doorgroeien. De kleur van de tanden is opvallend: oranje. Dit komt omdat het glazuur op de tanden ijzer bevat, waardoor het oranje wordt. De tanden zijn daarmee zo sterk dat bevers er bomen mee om kunnen knagen.

2. Beverburcht

Een beverfamilie woont in een burcht die ze zelf bouwen. Zo'n burcht kan tot wel twee meter hoog worden en een doorsnede van tien meter halen. Roofdieren kunnen er niet in omdat de ingang zich onder water bevindt. Een burcht bestaat uit een natte kamer, waarin de bever zich droog schudt, en een droge nestkamer waar de bever slaapt en voor de jongen zorgt. Naast burchten bouwen bevers ook dommen waarmee de waterhoogte in de omgeving van de burcht wordt gereguleerd.

3. Geurspoor achterlaten

Bevers laten geursporen achter om hun territorium mee te markeren. Deze sterk ruikende geur wordt ook wel 'bevergeil'genoemd en het komt uit twee klieren in het achterlijf. In de zestiende eeuw werd dit goedje gebruikt als geneesmiddel en werd parfum van gemaakt.

4. Alarmerende staart

De platte staart van de bever wordt gebruikt als alarm. De bever slaat er hard mee op het water om andere bevers te waarschuwen als er gevaar dreigt. Daarnaast maakt de bever handig gebruik van zijn staart als roer tijdens het zwemmen en om modder in de burcht aan te stampen.

5. Beschermende diersoort

Bevers waren in de zeventiende eeuw zo gewild om hun geur en vacht dat ze plaatselijk met uitsterven werden bedreigd. In 1862 raakte de bever in Nederland uitgestorven en in 1988 werden bevers uitgezet in verschillende natuurgebieden, zoals de Biesbosch. Inmiddels heeft de bever zijn plek enigzins teruggewonnen, maar het dier staat nog altijd op de lijst van beschermde diersoorten.

6. Vegetariërs 

Bevers eten geen vlees. Ze leven van water- en moerasplanten, kruiden, grassen, bladeren en wortelstokken. Daarnaast eten ze de bast en takjes van bomen met zachte houtsoorten, zoals de wilg en populier. Het hout zelf wordt niet gegeten, dat nemen ze mee om burchten en dammen van te bouwen.

7. Trouwe partners

Bevers zijn monogaam en blijven hun hele leven bij dezelfde partner. Ze paren in januari en februari en na zo'n vijftien weken worden er gemiddeld drie jongen geboren. Na een paar dagen kunnen de jongen al zwemmen, maar hun vacht is pas na een paar weken waterdicht.

Bron: #samenvoordieren jaargang 3, uitgave 1. 

Er zijn wereldwijd bijna 250 soorten hommels, waarvan er in Nederland zo'n 30 voorkomen. De meest bekende hier zijn de akker-, steen-, aard- en weidehommel. Je kunt ze herkennen aan hun stevige lichaamsbouw, veel beharing en gekleurde ringen op hun achterlijf en/of borst.

1. Uitrolbare tong

Hommels eten net als bijen nectar, die ze met hun lange, uitrolbare tong opzuigen uit bloemen. Sommige hommelsoorten maken een gat rond de basis van een bloem om zo gemakkelijker toegang te krijgen tot de nectar, en daarbij vermijden ze de overdracht van pollen.

2. Nest bouwen

Hommels maken voor het bouwen van hun nest gebruik van onder andere oude muizenholen en gangen van andere knaagdieren. Ook vind je wel eens een nest onder mos of een plukje graspollen. Er zijn ook hommelsoorten die niet in de grond bouwen maar op hoger gelegen plekken, zoals in een holle boom, een nestkastje of een ongebruikt vogelnest.

3. Koningin

Hommels bouwen nesten van was, die de vrouwtjes uit speciale klieren produceren. Ze bouwen de broedcocons waarin de koningin het eitje legt. Hommelnesten worden in het voorjaar eerst gebouwd door de koningin, later nemen de werksters haar taak over. De koningin hoeft dan alleen nog maar eitjes te leggen. Aan het einde van het seizoen worden nieuwe koninginnen geboren, die vervolgens uitvliegen om, na bevruchting, ergens alleen te overwinteren. De rest van het volk gaat dan dood.

4. Koekoekskinderen

Er zijn meerdere groepen hommels, waarvan de bekendste de sociale soorten zijn. Sociale hommels vormen net als andere vliesvleugelingen (mieren, bijen en wespen) een nest, oftewel kolonie. Er zijn ook hommelsoorten die zelf geen nest maken. Zij leggen hun eitjes in het nest van andere soorten en worden daarom koekoekshommels genoemd.

5. Eigen thermostaat

Hommels zijn eigenlijke grote, langharige bijen, die door hun dichte beharing beter zijn aangepast aan het leven in een koeler klimaat. Ze kunnen zelf hun lichaamstemperatuur verhogen, door met hun borstspieren te trillen, zonder dat de vleugels meebewegen. Zo kunnen ze een temperatuur van 32 °C bereiken.

6. Landingsbaan

Net als andere bijen zien hommels kleuren anders dan de mens. Ze zien geen roodtinten, maar wel kleuren in het ultraviolette deel van het licht. Bloemen hebben markeringen of patronen die in uv-licht oplichten, waardoor hommels goed zichtbaar zijn. Een bloem ziet er door deze kleuren voor een hommel uit als een soort landingsbaan.

7. Steeds minder hommels

In de landbouw zijn hommels onmisbaar als bestuivers. Helaas nemen hun aantallen in Europa, Azië en Noord-Amerika gestaag af omdat de voor hen geschikte leefgebieden steeds kleiner worden, door de mechanisering van de landbouw én het gebruik van pesticiden.

Bron: #samenvoordieren jaargang 4, uitgave 1

Paarden, geiten, schapen, ezels, varkens en lama’s zijn weidedieren. Deze dieren hebben de ruimte nodig en, zoals de naam al zegt, om deze dieren te houden, heb je een weide nodig.

Verblijf

Voor al deze soorten heb je meer ruimte nodig dan de gemiddelde tuin te bieden heeft. De dieren kunnen buiten gehouden worden, maar hebben voor regen, wind en kou een schuilplek nodig.

Een verwarmd binnen verblijf mag wel, maar hoeft niet. Weide dieren halen hun warmte onder andere uit het eten zoals hooi en stro. Voor pasgeboren dieren, roze varkens en koeien geldt dit niet. Zij hebben wel een verwarmd binnenverblijf nodig omdat ze kwetsbaar zijn voor de kou.

Kuddedieren

Vrijwel de meeste weidedieren zijn kuddedieren die zich het prettigst voelen als ze samen met soortgenoten leven. Het is dus beter om van weidedieren meerdere dieren te houden. De dieren hebben veel beweging nodig en vinden het heerlijk om veel buiten te lopen.

Verzorging

Alle dieren met hoeven zoals geiten, schapen, paarden, ezels en varkens hebben hier verzorging aan nodig. Per dier verschilt dit hoe vaak het nodig is om de hoeven te knippen en te veilen. Worden de dieren voornamelijk op zachte ondergronden gehouden dan slijten de hoeven minder snel dan wanneer zij op een harde bodem lopen.

Bij een paard is dit gemiddeld elke 8-12 weken nodig, terwijl bij een schaap of varken dit maar 1-2 keer per jaar is.

Borstelen

Paarden moeten regelmatig geborsteld worden, maar varkens vinden dit ook erg lekker. Het borstelen stimuleert de bloedsomloop en is daarom goed voor de gezondheid. Ezels kan je helpen door tijdens het wisselen van de winter- en zomervacht te borstelen.

Wollige dieren zoals schapen, lama’s en alpaca’s hebben vaak een dikke laag wol. Schapen worden dan ook geschoren voordat het zomer wordt. Geschoren schapen zijn gevoelig voor kou en om te verbranden in de zon. Het is daarom goed om te zorgen dat de schapen kunnen schuilen.

Bij lama’s en alpaca’s ligt het aan het vachttype. Zo moet de huacaya alpaca eens per jaar geschoren worden terwijl bij de suri alpaca eens per twee jaar scheren voldoende is. Het is dus niet zo zeer dat de alpaca’s en lama’s geschoren worden vanwege de warmte, maar om de vacht te onderhouden. Het scheren van de vacht voorkomt dat er klitten in de vacht komen.

Beweging

Voor weidedieren is beweging erg belangrijk. De dieren in een te klein hok houden is daarom niet goed voor het dier.

Wil je jouw dier een handje helpen bij de beweging? Zorg er dan voor dat het water en eten niet bij elkaar staan zodat de dieren moeten lopen voor hun behoeftes. Zo werkt het ook in de natuur en stimuleer je het dier om extra in beweging te komen. 

Daarnaast kun je bijvoorbeeld met paarden trainingen doen door te wandelen of longeren. Tijdens het longeren loopt het paard in een cirkel om je heen. Bij het longeren kan je het paard in principe hetzelfde trainen als wanneer je er op zou zitten alleen dan onbelast. Van nature zijn deze dieren gewend om grote afstanden af te leggen en zo zorg je ervoor dat de dieren voldoende spieren behouden.

Knuffeldieren

Weidedieren zoals schapen, lama’s en alpaca’s zien er wollig, grappig en lief uit en worden vaak gezien als knuffeldieren, maar dit zijn ze helemaal niet. De dieren houden er vaak helemaal niet van om geknuffeld of aangeraakt te worden.

> Lees meer over waarom deze dieren geen knuffeldieren zijn 

Bron: LICG Galecopperpark Sublime

Vogelgriep is een virus onder vogels. Zieke vogels die overvliegen, kunnen het virus verspreiden via hun poep. Ook door contact met besmette vogels kan het virus worden overgebracht. Maar is vogelgriep gevaarlijk voor je hond of kat?

Het antwoord is ja. Als een hond of kat in aanraking komt met een vogel met vogelgriep, of met uitwerpselen van besmette vogels, kan het dier ook vogelgriep krijgen. Dat komt niet vaak voor, maar het risico is er wel. Vooral contact met zieke of dode vogels geeft gevaar.

Wanneer lopen honden en katten risico?

Over het algemeen komen katten minder vaak in aanraking met wilde vogels zoals ganzen, zwanen en eenden. De kans dat deze vogels besmet zijn met het vogelgriepvirus is groter dan bij kleinere vogels, zoals mezen, merels, mussen en andere tuinvogels. Met die kleinere vogels komen katten juist vaker in aanraking.

Voor honden geldt dat extra moet worden opgelet in gebieden waar veel dode vogels liggen. Daar wordt aangeraden om honden aan te lijnen. Voor katten is het verstandig om ze binnen te houden als er in de buurt dode vogels zijn gevonden.

Ziekteverschijnselen bij honden en katten

Honden en katten die besmet zijn met vogelgriep kunnen koorts krijgen, sloom worden of problemen met ademhalen krijgen. Ook klachten zoals hijgen, trillen, wankel lopen, oogontsteking en oog- of neusuitvloeiing kunnen voorkomen.

Wordt een hond of kat ziek binnen ongeveer een week na contact met een zieke of dode vogel? Neem dan contact op met de dierenarts.

Ziekteverschijnselen bij besmette vogels

Let bij vogels onder meer op deze signalen:

Ik heb een vogel met mogelijk vogelgriep gevonden, wat nu?

Raak vogels niet aan en bel de dierenambulance. Laat ook je hond of kat niet snuffelen aan of eten van zieke of dode vogels. Was daarna goed je handen als je in de buurt bent geweest van een plek waar een dode of zieke vogel lag.

Kan mijn hond of kat mij besmetten met vogelgriep?

Er zijn op dit moment geen bekende voorbeelden dat een hond of kat het vogelgriepvirus dat nu onder vogels rondgaat op mensen heeft overgedragen. Toch blijft het belangrijk om voorzichtig te zijn en contact met zieke of dode vogels te voorkomen.

Bron: RIVM / LICG / Dierenkliniek Tiel

Ik ben een dierenhulporganisatie

magnifiercross
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram