Honden kunnen hun lichaamswarmte maar beperkt kwijt. In tegenstelling tot mensen zweten zij nauwelijks. Ze raken warmte vooral kwijt door te hijgen en via hun voetzooltjes. Daardoor kunnen honden op warme dagen snel oververhit raken. Zorg daarom altijd voor voldoende schaduw, vers drinkwater en een koele rustplek. Hieronder volgen 7 tips om jouw hond koel te houden tijdens de warme dagen.
Laat een hond nooit achter in een auto, caravan, tent of andere afgesloten ruimte. Zelfs bij een buitentemperatuur van 20 graden kan de temperatuur in een auto binnen enkele minuten oplopen tot levensgevaarlijke waarden.
Zorg altijd voor vers en koel drinkwater. Neem tijdens wandelingen een waterfles en drinkbak mee, zodat je hond onderweg ook kan drinken.
Houd je hond van zwemmen? Dan is dat een uitstekende manier om af te koelen. Let er wel op dat je hond niet te veel water binnenkrijgt tijdens het spelen. Het drinken van grote hoeveelheden water kan in uitzonderlijke gevallen leiden tot watervergiftiging.
Heeft je hond geen mogelijkheid om te zwemmen? Maak dan de buik, borst, liezen en poten nat met lauw water. Gebruik liever geen ijskoud water, omdat dit de bloedvaten vernauwt en het afkoelen juist kan bemoeilijken.
Plan lange wandelingen vroeg in de ochtend of later op de avond, wanneer de temperatuur lager is. Vermijd intensieve inspanning zoals fietsen, hardlopen of langdurig apporteren tijdens warme dagen.
Asfalt, stoeptegels en zand kunnen in de zomer extreem heet worden. De voetzooltjes van een hond kunnen hierdoor verbranden. Een handige vuistregel: leg de rug van je hand 7 seconden op het asfalt. Is dat te heet voor jouw hand? Dan is het ook te heet voor de poten van je hond. Ga met warm weer ook niet fietsen met je hond.
Er zijn speciale koeltematjes, koelvesten en koelhalsbanden verkrijgbaar. Deze kunnen helpen om je hond comfortabel te houden tijdens warme dagen of autoritten. Gebruik deze producten altijd volgens de gebruiksaanwijzing en onder toezicht. Sommige koelproducten bevatten materialen die schadelijk kunnen zijn wanneer een hond erop kauwt.
Ook honden kunnen verbranden. Vooral honden met een lichte huid, een dunne vacht of weinig beharing lopen risico. Smeer gevoelige plekken zoals neus, oren en buik in met een speciale zonnebrandcrème voor huisdieren of een dierveilige variant.
Sommige honden hebben meer moeite met warmte dan andere. Extra voorzichtigheid is nodig bij:
Deze dieren kunnen sneller last krijgen van oververhitting, houd ze daarom extra goed in de gaten.
Op warme dagen kan een hond zijn lichaamswarmte soms niet meer goed kwijt. Wanneer de lichaamstemperatuur te hoog oploopt, ontstaat oververhitting. Dit kan snel gevaarlijk worden en zelfs levensbedreigend zijn. Daarom is het belangrijk om de signalen op tijd te herkennen.
Denk je dat je hond oververhit is? Wacht dan niet af. Hoe sneller je handelt, hoe groter de kans op volledig herstel. In de onderstaande video legt dierenarts en DierenLot ambassadeur Piet Hellemans je uit wat je kunt doen. Belangrijk is in ieder geval om je hond niet met koud water af te spoelen, een emmer water over het dier te gooien of in een bak met koud water te leggen, want de plotselinge extreme afkoeling en de angst die de dieren daarbij kunnen hebben, kunnen leiden tot hartfalen.
Oververhitting kan levensbedreigend zijn en vereist soms spoedbehandeling.
Met voldoende schaduw, vers drinkwater, aangepaste wandelingen en aandacht voor heet asfalt help je jouw hond veilig door warme zomerdagen. Let goed op signalen van oververhitting en voorkom dat je hond tijdens hitte te veel inspanning levert. Zo kan iedereen genieten van het mooie weer.
Katten kunnen goed tegen warmte, maar ook zij kunnen oververhit raken tijdens hete zomerdagen of een hittegolf. Vooral oudere katten, kittens, katten met overgewicht en langharige katten lopen extra risico. Daarom is het belangrijk om je kat voldoende verkoeling te bieden en de signalen van oververhitting te herkennen.
Katten beschikken over een slim systeem om hun lichaamstemperatuur te reguleren. In tegenstelling tot mensen zweten ze nauwelijks. Ze raken warmte vooral kwijt door:
Ondanks deze natuurlijke verkoeling kunnen katten bij hoge temperaturen moeite krijgen om hun lichaam voldoende af te koelen. Daarom hebben ze tijdens warme dagen soms wat extra hulp nodig.
Een auto verandert binnen enkele minuten in een levensgevaarlijke oven. Ook wanneer de auto in de schaduw staat of een raampje open is, kan de temperatuur razendsnel oplopen tot boven de 40 graden Celsius. Laat je kat daarom nooit alleen achter in een geparkeerde auto. Ook een kort bezoek aan de supermarkt kan al fataal zijn.
Katten zoeken instinctief de koelste plek in huis op. Help je kat door voldoende schaduwrijke en koele plekken beschikbaar te maken.
Geschikte plekken zijn bijvoorbeeld:
Je kunt extra verkoeling bieden met een koelmat voor huisdieren of een koelelement dat is ingepakt in een handdoek. Leg een bevroren koelelement nooit rechtstreeks tegen je kat aan om onderkoeling of huidbeschadiging te voorkomen.
Heeft je huis een ventilator? Dat kan prettig zijn, zolang de luchtstroom niet continu rechtstreeks op je kat is gericht. Katten houden namelijk niet van tocht.
Voldoende drinken is essentieel tijdens warme dagen. Katten drinken van nature vaak weinig, waardoor uitdroging sneller kan ontstaan.
Je helpt je kat door:
Sommige katten vinden gekoeld water of een paar ijsblokjes in de drinkbak juist extra interessant.
Veel katten hebben tijdens warm weer minder trek. Hun stofwisseling vertraagt iets, waardoor ze minder behoefte hebben aan voeding. Zolang je kat voldoende blijft drinken en verder alert is, is een kleinere eetlust meestal geen reden tot zorgen. Bied het voer eventueel aan tijdens de koelere ochtend- of avonduren. Eet je kat langer dan 24 uur helemaal niet of oogt hij ziek? Neem dan contact op met een dierenarts.
Langharige katten en katten met een dikke ondervacht kunnen warmte minder goed kwijt. Door losse haren regelmatig weg te borstelen, kan de lucht beter door de vacht circuleren. Scheer een kat alleen op advies van een dierenarts. De vacht beschermt namelijk niet alleen tegen kou, maar ook tegen hitte en zonnestraling.
Een kat met oververhitting of een beginnende hitteslag kan de volgende symptomen vertonen:
Zie je één of meerdere van deze verschijnselen? Breng je kat direct naar een koele ruimte, bied drinkwater aan en neem onmiddellijk contact op met een dierenarts. Koel je kat rustig af met lauw (niet ijskoud) water, vooral op de poten en buik. Gebruik geen ijskoud water, omdat dit de lichaamstemperatuur juist ongunstig kan beïnvloeden.
Sommige katten zijn gevoeliger voor hitte dan andere. Extra alertheid is belangrijk bij:
Deze katten kunnen hun lichaamstemperatuur minder goed reguleren en raken sneller oververhit.
Chocolade: een geliefde lekkernij bij mensen, maar een verborgen gevaar voor dieren. Wat veel mensen niet weten, is dat chocolade een stof bevat die giftig is voor huisdieren, met name voor honden. Ook katten, paarden, papegaaien en fretten kunnen ernstig ziek worden van het eten van chocolade. Een moment van onoplettendheid: een reep op tafel, een vergeten stukje taart of een gevallen snoepje, kan al leiden tot ernstige gezondheidsproblemen bij je dier. Een chocoladevergiftiging ligt zo op de loer.
De boosdoener in chocolade is een stof genaamd theobromine. Voor mensen is deze stof onschadelijk, maar dieren kunnen theobromine veel trager afbreken. Hierdoor kan het zich ophopen in het lichaam en leiden tot een theobromine- oftwel chocoladevergiftiging. Hoe donkerder de chocolade, hoe hoger het gehalte aan theobromine. Pure chocolade, cacaopoeder en chocoladebaksels vormen daarom het grootste risico.
Theobromine vergiftiging komt het vaakst voor bij honden doordat zij het gemakkelijkst bij voedsel op tafel kunnen.
De eerste tekenen van een vergiftiging kunnen al binnen enkele uren optreden. Hoe snel en ernstig de symptomen zijn, hangt af van de soort chocolade (puur, melk, wit), de hoeveelheid die is gegeten en het gewicht en de gezondheidstoestand van het dier.
Veelvoorkomende symptomen zijn:
Let op: zelfs een kleine hoeveelheid chocolade kan al gevaarlijk zijn, vooral voor kleinere dieren.
Heeft je dier chocolade gegeten of vermoed je dat je dier het heeft gegeten? Bel dan direct je dierenarts.
Is jouw hond of kat ook zo’n schrokker? Hap slik weg… en daarna kijken alsof ‘ie al drie dagen niks gehad heeft. Een hond of kat die te snel eet komt vaak voor, maar het is niet zonder risico. Schrokken kan zorgen voor gezondheidsproblemen en ongemak. Vaak komt dit door (vroegere) honger of eten dat nooit vanzelfsprekend voelde. Dan staat alles op “eten veiligstellen”. Het goede nieuws: met een paar simpele tips kun je dit gedrag echt verminderen.
Je leest hier waarom een hond of kat te snel eet, wat de gevaren zijn en wat je kunt doen om dit te voorkomen. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Dat een hond of kat te snel eet heeft vaak te maken met instinct. In de natuur betekent snel eten dat je je voedsel niet hoeft te delen. Sommige dieren hebben dit gedrag sterker dan andere. Ook concurrentie met andere dieren in huis kan ervoor zorgen dat een dier sneller gaat eten. Daarnaast kunnen verveling, stress of gewoonte een rol spelen.
Een hond of kat die te snel eet kan verschillende problemen krijgen. Doordat het eten nauwelijks wordt gekauwd, kan het moeilijker verteerd worden. Bij honden is er ook een risico op een maagdraaiing, een levensgevaarlijke situatie waarbij de maag kantelt. Daarnaast kan schrokken leiden tot verslikken, braken of een opgeblazen gevoel.
Soms is het duidelijk zichtbaar, maar er zijn ook subtiele signalen. Denk aan het in één keer leeg eten van de bak, nauwelijks kauwen of het snel doorslikken van grote stukken. Sommige dieren gaan daarna onrustig rondlopen, boeren of zelfs braken. Als je dit gedrag herkent, is het belangrijk om in te grijpen.
Gelukkig zijn er verschillende manieren om dit gedrag te vertragen. Je kunt bijvoorbeeld het voer verdelen over meerdere kleine porties per dag. Ook helpt het om het eten minder makkelijk bereikbaar te maken, zodat je huisdier er meer moeite voor moet doen. Voor honden en katten die snel eten bestaan er speciale voerbakken die het tempo verlagen. Daarnaast is het belangrijk om rust te creëren tijdens het eten, vooral als er meerdere dieren in huis zijn.
Ja, stress kan een grote rol spelen. Een dier dat zich opgejaagd voelt, zal sneller eten. Zorg daarom voor een rustige plek waar je huisdier ongestoord kan eten. Dit helpt om het tempo te verlagen.
Blijft je hond of kat te snel eten en krijgt hij klachten zoals braken of buikpijn? Dan is het verstandig om contact op te nemen met de dierenarts. Ook als je vermoedt dat je hond risico loopt op een maagdraaiing, is het belangrijk om alert te zijn.
Wil je precies weten wat je kunt doen als je hond of kat te snel eet? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans stap voor stap uit hoe je dit gedrag veilig aanpakt.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Honden kauwen minder dan mensen, maar extreem snel doorslikken is niet ideaal en kan problemen geven.
Dit kan soms helpen om het eten zachter te maken, maar het vertraagt niet altijd het eettempo.
Schrokken komt vaker voor bij droogvoer, omdat dit makkelijk snel gegeten kan worden.
Sommige honden lijken altijd trek te hebben, maar dat betekent niet altijd dat ze echt honger hebben. Vaak is dit gedrag aangeleerd, bijvoorbeeld doordat een hond gewend is om tussendoortjes te krijgen of aandacht te krijgen rond etenstijd.
Daarnaast speelt ras een grote rol. Sommige hondenrassen staan erom bekend dat ze een sterke eetlust hebben en minder snel een verzadigd gevoel ervaren. Denk bijvoorbeeld aan de Labrador Retriever, Beagle en Golden Retriever. Deze rassen zijn vaak erg gefocust op eten en kunnen daardoor sneller gaan schrokken.
Ook medische oorzaken kunnen een rol spelen, zoals stofwisselingsproblemen of hormonale aandoeningen. Merk je dat je hond extreem veel honger heeft, snel eet én eventueel ook aankomt of juist afvalt? Dan is het verstandig om dit te laten controleren door de dierenarts.
Ja, een hond of kat zonder voldoende uitdaging kan sneller eten uit gewoonte of frustratie.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Verhuizen met een kat? Grote kans dat jouw kat denkt: “Leuk hoor, maar ik ga terug naar m’n oude huis.” Katten zijn namelijk mega gehecht aan hun plek. Nieuwe geuren, nieuwe geluiden, alles anders. Een verhuizing is voor jou al spannend, maar voor je kat kan het nog veel ingrijpender zijn. Waar jij een nieuw begin ziet, verliest je kat ineens zijn vertrouwde omgeving. Verhuizen met een kat vraagt daarom om extra aandacht. Katten zijn namelijk echte gewoontedieren en houden niet van verandering.
Je leest hier hoe je verhuizen met je kat zo soepel mogelijk laat verlopen en hoe je stress voorkomt. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Een kat voelt zich veilig in zijn eigen territorium. Geuren, geluiden en vaste plekjes geven houvast. Bij verhuizen met een kat verandert dit allemaal in één keer. Nieuwe geuren, onbekende ruimtes en andere geluiden kunnen zorgen voor stress en onzekerheid. Sommige katten reageren hierop door zich te verstoppen, minder te eten of ander gedrag te vertonen.
Een goede voorbereiding maakt een groot verschil bij verhuizen met een kat. Hoe beter je kat voorbereid is, hoe kleiner de kans op stress tijdens en na de verhuizing.
Begin bijvoorbeeld ruim van tevoren met het laten wennen aan de reismand. Zet deze niet pas op de verhuisdag neer, maar laat hem al dagen of zelfs weken open in huis staan. Leg er een dekentje in met een vertrouwde geur, zodat je kat de mand gaat zien als een veilige plek in plaats van iets spannends.
Daarnaast is het belangrijk om vertrouwde geuren mee te nemen naar het nieuwe huis. Katten herkennen hun omgeving namelijk vooral via geur. Neem daarom spullen mee zoals mandjes, dekens, krabpalen en speeltjes zonder deze eerst te wassen. Zo ruikt het nieuwe huis sneller vertrouwd.
Probeer ook in de periode vóór de verhuizing zo min mogelijk te veranderen aan de routine van je kat. Houd vaste voertijden aan en zorg voor rust in huis. Als je kat al gestrest is vóór de verhuizing, wordt de overgang alleen maar moeilijker.
Een extra tip is om je kat geleidelijk te laten wennen aan veranderingen. Als dat mogelijk is, kun je je kat alvast kort laten kennismaken met het nieuwe huis voordat je definitief verhuist. Dit helpt om de nieuwe omgeving minder overweldigend te maken.
De verhuisdag is vaak druk en onrustig. Voor je kat is dit een spannende situatie. Zorg daarom dat je kat op een rustige, afgesloten plek zit, bijvoorbeeld in een aparte kamer of bij iemand anders. Dit voorkomt stress en ontsnappen. Tijdens het vervoer is het belangrijk dat je kat veilig in een reismand zit.
Bij aankomst is het verstandig om je kat eerst in één ruimte te laten wennen. Dit wordt ook wel een “veilige kamer” genoemd. Hier zet je alles neer wat je kat nodig heeft: voer, water, kattenbak en een slaapplek. Laat je kat rustig wennen aan deze ruimte voordat hij de rest van het huis ontdekt. Bij verhuizen met een kat is het belangrijk om niets te forceren.
Heeft jouw kat een buitenleven? Wacht dan minimaal twee tot drie weken voordat je hem naar buiten laat. In deze periode kan je kat wennen aan het nieuwe huis en dit gaan zien als zijn veilige plek. Bij verhuizen met een kat is dit één van de belangrijkste stappen. Laat je kat te vroeg naar buiten, dan is de kans groot dat hij de weg terug niet kent of probeert terug te keren naar zijn oude huis.
Zorg er in de eerste weken voor dat je kat alleen binnen blijft en volledig tot rust kan komen. Geef hem de tijd om alle ruimtes te verkennen en zich vertrouwd te voelen met de nieuwe omgeving. Hoe zekerder je kat zich binnen voelt, hoe kleiner de kans dat hij buiten in paniek raakt. Wanneer je kat voor het eerst weer naar buiten gaat, doe dit dan op een rustig moment van de dag. Blijf in de buurt en laat hem stap voor stap wennen. Forceer niets en laat je kat zelf bepalen hoe ver hij gaat.
Het kan helpen om je kat in het begin alleen kort naar buiten te laten en hem daarna weer naar binnen te halen. Zo leert hij dat hij altijd terug kan naar een veilige plek. Een handige tip is om je kat de eerste keren alleen naar buiten te laten als hij een beetje honger heeft. Daardoor is de kans groter dat hij terugkomt naar huis. Beloon hem wanneer hij weer binnenkomt, zodat hij het nieuwe huis positief blijft associëren. Sommige baasjes kiezen ervoor om hun kat tijdelijk met een tuigje naar buiten te laten. Dit kan helpen om gecontroleerd te wennen aan de nieuwe omgeving.
Het is normaal dat je kat zich anders gedraagt na een verhuizing. Sommige katten verstoppen zich, miauwen meer of eten minder. Dit is vaak tijdelijk. Geef je kat tijd en rust om te wennen. Blijft het gedrag langer aanhouden? Dan kan het verstandig zijn om advies te vragen.
Rust en voorspelbaarheid zijn belangrijk. Probeer vaste routines aan te houden, zoals voedertijden. Geef je kat voldoende aandacht, maar dwing niets af. Sommige katten zoeken juist meer contact, terwijl andere afstand willen. Geduld is hierbij het belangrijkste.
Blijft je kat langdurig gestrest, eet hij niet of vertoont hij ander zorgwekkend gedrag? Neem dan contact op met de dierenarts. Soms is extra ondersteuning nodig om je kat te helpen wennen.
Wil je precies weten hoe je verhuizen met een kat goed aanpakt? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans stap voor stap uit hoe je stress voorkomt.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Dit verschilt per kat. Sommige katten wennen binnen een paar dagen, terwijl andere weken nodig hebben. Geduld en rust zijn belangrijk.
Ja, minimaal twee tot drie weken. Zo leert je kat dat dit zijn nieuwe thuis is.
Ja, katten kunnen proberen terug te keren naar hun oude territorium. Daarom is binnenhouden in het begin belangrijk.
Een beetje minder eten kan door stress komen, maar eet je kat langer dan 24 uur niet? Neem dan contact op met de dierenarts.
Beter van niet. Bouw dit rustig op om stress te verminderen.
Meestal niet, maar zet de bak op een rustige, vaste plek.
Ja, dit kan helpen om stress te verminderen bij sommige katten.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Het is één van de moeilijkste keuzes die je als baasje moet maken. Je ziet dat je hond of kat ouder wordt, ziek is of achteruitgaat. Maar wanneer is het moment dat je moet zeggen: het is genoeg geweest? Hij kwispelt nog, of zij spint nog. En tóch voel je: het gaat niet goed… De keuze om je huisdier te laten inslapen is misschien wel de zwaarste die je ooit moet maken. Soms is het duidelijk. Maar vaak twijfel je, juist omdat je zoveel van je dier houdt. En daardoor wordt er helaas ook regelmatig te laat gekozen, met onbedoeld lijden tot gevolg. Wanneer je een huisdier moet laten inslapen is geen simpele beslissing. Het gaat niet alleen om medische feiten, maar ook om kwaliteit van leven.
Je leest hier hoe je signalen herkent, waar je op moet letten en hoe je deze moeilijke keuze kunt maken. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Het moment waarop je denkt aan wanneer je een huisdier moet laten inslapen, ontstaat vaak geleidelijk. Misschien heeft je dier een chronische ziekte, pijn die niet meer goed te behandelen is of wordt hij steeds zwakker. Soms is er geen herstel meer mogelijk en draait het vooral om comfort. In deze fase gaat het niet meer om genezen, maar om het voorkomen van lijden.
De belangrijkste vraag is: heeft je huisdier nog een goed leven? Eet je dier nog met plezier? Reageert hij op jou? Kan hij nog bewegen zonder pijn? Heeft hij nog interesse in zijn omgeving?
Als je merkt dat deze dingen verdwijnen, kan dat een teken zijn dat de kwaliteit van leven afneemt. Bij het bepalen van wanneer een huisdier laten inslapen draait alles om deze balans.
Soms is het lastig om objectief te kijken. Toch zijn er signalen die kunnen helpen:
Vaak is het geen één moment, maar een optelsom van veranderingen.
Bijna iedere eigenaar twijfelt. Je wilt niet te vroeg zijn, maar ook zeker niet te laat. Het kan helpen om een paar dagen of weken bij te houden hoe het met je dier gaat. Zo zie je beter of het echt achteruitgaat. Praat ook met je dierenarts. Zij kunnen helpen om samen te bepalen wanneer het juiste moment is om je huisdier te laten inslapen.
De dierenarts kijkt niet alleen naar de ziekte, maar ook naar het welzijn van je dier. Samen bespreek je de mogelijkheden, de vooruitzichten en de kwaliteit van leven. De uiteindelijke keuze ligt bij jou, maar je staat er niet alleen voor.
Veel mensen zien hier tegenop, maar het proces is meestal rustig en pijnloos. Je huisdier krijgt eerst een kalmerend middel, waardoor hij ontspannen raakt. Daarna volgt een injectie waardoor hij rustig in slaap valt. Het is een liefdevolle manier om verder lijden te voorkomen.
Er is geen perfect moment. Maar veel mensen zeggen achteraf: liever een week te vroeg dan een dag te laat. Als je merkt dat je huisdier geen kwaliteit van leven meer heeft, is het vaak een teken dat het tijd is. De keuze om je huisdier te laten inslapen is een daad van liefde, hoe moeilijk die ook is.
Wil je precies weten wanneer je een huisdier moet laten inslapen en waar je op moet letten? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans uit hoe je deze keuze maakt.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Let op signalen zoals hijgen, kreunen, minder bewegen, niet willen eten of anders gedrag. Twijfel je? Laat je dier controleren door de dierenarts.
Veel baasjes zijn hier bang voor. Maar als je keuze gebaseerd is op het welzijn van je dier en advies van de dierenarts, maak je een zorgvuldige beslissing.
Dieren spreken niet met woorden, maar laten het wel zien in gedrag. Minder eten, terugtrekken en geen interesse meer zijn belangrijke signalen.
Dat is een persoonlijke keuze. Veel mensen kiezen ervoor om erbij te blijven, zodat hun geliefde huisdier in een vertrouwde omgeving of bij een vertrouwd persoon kan gaan.
Ja, in veel gevallen is dit mogelijk. Dit kan rustiger zijn voor zowel jou als je huisdier.
Schuldgevoel komt vaak voor. Onthoud dat je deze keuze maakt vanuit liefde en om lijden te voorkomen. Praat erover met mensen in je omgeving.
Je kunt kiezen voor crematie of begrafenis. Er zijn verschillende mogelijkheden om afscheid te nemen.
Neem de tijd, maak eventueel foto’s en zorg voor een rustige omgeving. Doe wat voor jou goed voelt.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Als je hond ineens krijst van de pijn of compleet in paniek schiet, wil je maar één ding: helpen. Meteen. Maar juist op zo’n moment kan zelfs de allerliefste hond uithalen. Niet uit agressie, maar vanwege pijn en angst. En dan ben jij, als baasje, degene die in de gevarenzone staat. Dit kan lastig zijn, zeker als je hond onrustig, bang of pijn heeft. Toch is het belangrijk om te weten hoe je een hond veilig kunt fixeren zonder stress of gevaar.
Je leest hier hoe je een hond veilig fixeert, wanneer je dit doet en waar je op moet letten. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Een hond fixeren betekent dat je je hond op een veilige manier onder controle houdt, zodat hij niet kan bewegen of zichzelf kan bezeren. Dit doe je bijvoorbeeld bij:
Fixeren is dus geen straf, maar een manier om je hond te helpen.
In sommige situaties, bijvoorbeeld wanneer een hond veel pijn heeft of erg angstig is, kan het nodig zijn om extra voorzichtig te zijn. Een hond kan dan onverwacht bijten, ook als hij normaal vriendelijk is. In zulke gevallen wordt soms een hulpmiddel gebruikt om de bek tijdelijk onder controle te houden, zoals een band, lijn of speciaal muilbandje. Dit moet altijd voorzichtig en correct gebeuren. Het doel is niet om de hond te straffen, maar om te voorkomen dat hij zichzelf of anderen verwondt.
Het is belangrijk dat de hond nog goed kan ademen en niet oververhit raakt. Gebruik dit alleen kortdurend en alleen als het echt nodig is. Laat de hond nooit zonder toezicht met zo’n hulpmiddel.
Heb je hier geen ervaring mee? Dan is het verstandig om dit niet zelf te proberen, maar hulp te vragen aan een dierenarts of professional. Zij kunnen laten zien hoe je dit veilig doet.
Een bezoek aan de dierenarts kan spannend zijn voor je hond. Daarom is het belangrijk om je hond op een rustige en veilige manier vast te houden. Blijf zelf zo ontspannen mogelijk, want je hond voelt jouw spanning direct aan. Ga dicht bij je hond staan of zitten en houd hem stevig, maar niet hardhandig tegen je aan. Bij kleinere honden kun je een arm om het lichaam houden en de kop licht ondersteunen. Bij grotere honden kun je naast je hond zitten en hem tegen je aan laten leunen.
Het is belangrijk dat je hond zich niet los kan trekken, maar zich wel veilig voelt. Praat rustig tegen je hond en maak geen plotselinge bewegingen. Dit helpt om stress te verminderen. Soms vraagt de dierenarts je om je hond op een bepaalde manier vast te houden. Volg deze instructies goed op, omdat zij precies weten wat nodig is voor de behandeling.
Is je hond erg bang of reageert hij fel? Dan is het beter om dit vooraf aan te geven. De dierenarts kan dan extra hulp inschakelen of een andere aanpak kiezen.
Het is belangrijk om je hond niet te hard vast te pakken of te dwingen. Dit kan angst en agressie veroorzaken. Probeer ook niet alleen te fixeren als je hond erg onrustig of bang is. In dat geval is het beter om hulp te vragen. Straf je hond nooit tijdens het fixeren. Dit maakt de ervaring alleen maar negatiever.
Niet elke hond laat duidelijk zien dat hij stress heeft. Let daarom goed op signalen. Een hond kan gaan hijgen, wegkijken, grommen of verstijven. Dit zijn tekenen dat je hond zich niet prettig voelt. Door deze signalen te herkennen, kun je op tijd stoppen of je aanpak aanpassen.
Soms is fixeren thuis niet voldoende of veilig. Als je hond agressief reageert, veel pijn heeft of je het niet vertrouwt, neem dan contact op met de dierenarts. Zij hebben ervaring en kunnen je hond veilig behandelen.
Het helpt om je hond te laten wennen aan aanraking. Oefen bijvoorbeeld regelmatig met het aanraken van poten, oren en bek. Beloon je hond wanneer hij rustig blijft. Zo leert hij dat aanraking niet eng is. Ook kan het helpen om iemand anders te laten assisteren, zodat één persoon de hond vasthoudt en de ander de handeling uitvoert.
Wil je precies weten hoe je een hond veilig kan fixeren? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans stap voor stap uit hoe je dit op een rustige en veilige manier doet.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Stop direct en forceer niets. Vraag hulp aan een dierenarts of professional.
Nee, als je het rustig en correct doet, helpt het juist om je hond veilig te houden.
Door rustig te werken, te belonen en het positief te oefenen.
Onzekere, angstige of energieke honden kunnen meer moeite hebben met fixatie.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Marterachtigen zijn een bijzondere groep dieren die je in Nederland en ver daarbuiten kunt tegenkomen. Misschien ken je de steenmarter, de bunzing of de otter wel. Al deze dieren horen bij dezelfde familie: de marterachtigen. Ze zijn klein tot middelgroot, heel behendig en vaak erg slim. In dit artikel vertellen we je meer over deze leuke, maar soms ook ondeugende dieren.
Marterachtigen zijn roofdieren met een lang, slank lichaam en korte pootjes. Ze hebben scherpe tanden en kunnen heel goed jagen. Veel soorten leven alleen en beschermen hun eigen gebied. Het zijn roofdieren. Hun voedsel bestaat vaak uit kleine dieren zoals muizen of vogels. Maar sommige soorten eten ook vis, insecten of bessen.
In ons land komen meerdere marterachtigen voor:
Marterachtigen spelen een belangrijke rol in de natuur. Ze zorgen ervoor dat er niet te veel muizen of ratten zijn en houden zo het evenwicht in stand. Daarnaast zijn ze een teken van een gezonde leefomgeving. Vooral de aanwezigheid van otters en dassen laat zien dat er genoeg natuur en schoon water is.
Marterachtigen lijken soms sterk op elkaar, maar als je goed kijkt zie je duidelijke verschillen. In Nederland kom je vooral de wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter en boommarter tegen.
De wezel is het kleinste roofdier van Europa. Hij wordt hooguit 27 centimeter lang en weegt nauwelijks meer dan 100 gram. Zijn rug is roodbruin, zijn buik wit. De overgang tussen die kleuren is vaak onregelmatig en vlekkerig. Zie je dus een heel klein, slank roofdiertje voorbij schieten? Dan is dat waarschijnlijk een wezel.

De hermelijn lijkt sterk op de wezel, maar is groter. Hij kan ongeveer tot 40 centimeter lang worden. Het duidelijkste verschil tussen hermelijn en wezel zie je aan de staart: de hermelijn heeft altijd een zwarte staartpunt. In de winter kleurt zijn vacht helemaal wit, maar die zwarte punt blijft zichtbaar. Hermelijnen zijn jagers en zowel overdag als ’s nachts actief.

De bunzing is goed te herkennen aan zijn masker. Rond de ogen loopt een lichte tekening, waardoor het lijkt alsof hij een bril draagt. Zijn vacht is donkerbruin met een lichtere onderzijde. Bunzings kunnen wel 60 centimeter lang worden. Ze leven vaak in landbouwgebieden en boerderijen, waar ze muizen en ratten vangen maar ook insecten en vruchten eten.
De steenmarter is de soort die je het vaakst in de buurt van mensen ziet. Hij heeft een bruin-grijze vacht met een grote, witte keel- en borstvlek. Volwassen mannetjes kunnen tot 75 centimeter lang worden. Steenmarters staan bekend om hun nieuwsgierige gedrag: ze kruipen soms in woningen of onder auto’s, waar ze graag aan kabels knagen.
De boommarter lijkt sterk op de steenmarter, maar zijn keelvlek is geelachtig in plaats van wit. Bovendien leeft de boommarter niet bij mensen, maar diep in de bossen. Het is een uitstekende klimmer die zich vaak in holle bomen of oude spechtenholen verschuilt.
Yep. Ook bij honden komt puistjes en acne voor. Vaak hebben hormonen er iets mee te maken, net zoals bij ons. Maar voordat je denkt: even uitknijpen.. Stop. Dat is dus geen goed idee. Zie je kleine bultjes, zwarte puntjes of puistjes op de kin van je hond of kat? Dan kan het gaan om acne. Het ziet er misschien onschuldig uit, maar het kan ook voor irritatie of ontsteking zorgen. Puistjes en acne bij hond en kat komt vaker voor dan je denkt, vooral rond de kin en lippen.
Je leest hier wat acne bij hond en kat is, hoe je het herkent en wat je kunt doen om het te behandelen. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Puistjes en acne bij hond en kat ontstaat wanneer haarzakjes en talgklieren verstopt raken. Hierdoor ontstaan kleine zwarte puntjes (mee-eters) of rode bultjes. Bij katten zie je dit vaak als zwarte korreltjes op de kin. Bij honden kunnen het meer puistjes of ontstekingen zijn. Het lijkt een beetje op acne bij mensen, maar de oorzaak en behandeling kunnen anders zijn.
Acne is meestal goed zichtbaar, vooral als je weet waar je op moet letten. Je ziet vaak kleine zwarte puntjes, rode bultjes of korstjes op de kin, lippen of snuit. Soms wordt de huid rood of gezwollen en kan je huisdier gaan krabben of schuren. In ernstigere gevallen kunnen de plekjes ontsteken en pijnlijk worden.
De oorzaak van puistjes en acne bij hond en kat is niet altijd duidelijk, maar er zijn wel factoren die een rol kunnen spelen. Denk aan:
Bij katten wordt acne op de kin vaak in verband gebracht met plastic voerbakjes, omdat deze bacteriën kunnen vasthouden.
In de meeste gevallen zijn puistjes en acne onschuldig, maar het kan wel vervelend worden als het ontstoken raakt. Als de huid kapot gaat of er pus ontstaat, kan het pijnlijk zijn voor je huisdier. In dat geval is behandeling nodig. Daarom is het belangrijk om acne goed in de gaten te houden.
Niet elk bultje of plekje op de kin van je hond of kat is automatisch acne. Soms lijkt het erop, maar is er eigenlijk sprake van een huidinfectie. Bij acne bij hond en kat zie je vaak zwarte puntjes (mee-eters) en kleine bultjes. De huid is meestal niet extreem rood of pijnlijk in het begin. Het probleem zit vooral in verstopte talgklieren.
Bij een bacteriële huidinfectie is het beeld vaak anders. De huid kan roder zijn, warm aanvoelen en er kunnen puistjes met pus ontstaan. Ook kan er een nare geur aanwezig zijn en kan je huisdier duidelijk meer last hebben, bijvoorbeeld door krabben of pijn bij aanraking. Soms begint het als acne en ontstaat er daarna een infectie doordat bacteriën de beschadigde huid binnendringen. In dat geval zie je dat de klachten verergeren in plaats van verbeteren.
Ook andere huidaandoeningen kunnen lijken op acne, zoals allergieën, schimmelinfecties of parasieten. Daarom is het belangrijk om alert te blijven als de plekjes niet snel verdwijnen.
Bij milde acne kun je vaak zelf al iets doen. Zorg ervoor dat voer- en drinkbakjes schoon zijn en vervang plastic bakjes eventueel door RVS of keramiek. Houd de kin schoon en droog en voorkom dat je huisdier aan de plekjes krabt. Knijp puistjes nooit uit. Dit kan de huid beschadigen en ontstekingen verergeren. Blijven de klachten of worden ze erger? Neem dan contact op met de dierenarts.
Als de acne ontstoken raakt, je huisdier pijn lijkt te hebben of de plekjes niet verbeteren, is het verstandig om hulp in te schakelen. De dierenarts kan medicatie of een speciale behandeling adviseren.
Ja, sommige dieren hebben er vaker last van. Door goede verzorging en hygiëne kun je het risico wel verkleinen.
Wil je precies weten wat je moet doen bij puistjes en acne bij hond en kat? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans uit hoe je dit herkent en behandelt.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Dit is vaak kattenacne. De zwarte puntjes zijn verstopte talgklieren, vergelijkbaar met mee-eters.
Ja, naast de kin kan het ook rond de lippen of snuit voorkomen.
Nee, acne is niet besmettelijk voor andere dieren of mensen.
Ja, voorzichtig schoonmaken kan helpen om bacteriën en vuil te verwijderen.
Een vieze geur kan wijzen op een ontsteking of bacteriële infectie bij acne. In dat geval is het verstandig om contact op te nemen met de dierenarts.
In sommige gevallen wel. Kortere vacht kan helpen om de huid beter schoon te houden en irritatie te verminderen.
Bij sommige dieren wel. Warmte, vocht en allergieën kunnen in bepaalde periodes zorgen voor meer huidproblemen.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
De meeste hondeneigenaren herkennen het wel: je hond is bang voor de dierenarts. Veel viervoeters zijn angstig, of soms zelfs wat agressief, bij de dierenarts. Het is een bekend probleem. Zodra je de dierenarts binnenloopt, merk je het al. Je hond begint te trillen, wil naar buiten of verstopt zich achter je benen. Voor veel honden is een bezoek aan de dierenarts spannend of zelfs beangstigend. Gelukkig kun je je hond helpen om zich veiliger en rustiger te voelen.
Je leest hier waarom je hond bang is voor de dierenarts en wat je kunt doen om die angst te verminderen. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Voor ons is het een gewone afspraak, maar voor je hond is de dierenarts een onbekende en vaak spannende plek. Bij een hond die bang is voor de dierenarts spelen meerdere dingen mee. Denk aan vreemde geuren, andere dieren, onbekende mensen en eerdere negatieve ervaringen. Sommige honden koppelen de dierenarts aan pijn, bijvoorbeeld door een injectie of behandeling. Hierdoor kan angst zich opbouwen bij elk volgend bezoek.
Niet elke hond laat angst op dezelfde manier zien. Het is belangrijk om de signalen te herkennen. Een hond kan gaan trillen, hijgen, wegkijken of proberen te vluchten. Sommige honden verstijven juist of worden stil. In andere gevallen kan een hond grommen of zelfs bijten uit angst. Door deze signalen op tijd te herkennen, kun je beter inspelen op wat je hond nodig heeft.
Het belangrijkste is om rustig te blijven. Jouw gedrag heeft veel invloed op hoe je hond zich voelt. Probeer je hond positief te laten wennen aan de dierenarts. Je kunt bijvoorbeeld zonder afspraak even langsgaan voor een korte, positieve ervaring. Laat je hond wennen aan de omgeving zonder dat er iets spannends gebeurt. Beloon rustig gedrag en neem iets lekkers mee naar de afspraak. Zo leert je hond dat de dierenarts niet alleen maar negatieve dingen betekent.
Een goede voorbereiding helpt om stress te verminderen. Zorg dat je hond voldoende beweging heeft gehad vóór de afspraak, zodat hij iets rustiger is. Neem een vertrouwde deken of speeltje mee voor extra veiligheid. Ook helpt het om de afspraak zo rustig mogelijk te laten verlopen, zonder haast.
Blijf dicht bij je hond en praat rustig tegen hem. Dwing je hond niet in situaties waar hij duidelijk bang voor is. Soms kan het helpen om je hond even de tijd te geven om te wennen voordat het onderzoek begint. Geef duidelijk aan bij de dierenarts dat je hond angstig is. Zij kunnen hier rekening mee houden.
Blijft je hond bang voor de dierenarts of wordt de angst erger? Dan kan extra begeleiding nodig zijn. Een gedragstherapeut kan helpen om de angst stap voor stap te verminderen. In sommige gevallen kan de dierenarts ook ondersteuning bieden, bijvoorbeeld met rustgevende middelen.
Dat verschilt per hond. Sommige honden wennen goed, terwijl anderen altijd een beetje spannend blijven vinden. Het doel is niet altijd om de angst volledig weg te nemen, maar om het bezoek zo stressvrij mogelijk te maken.
Wil je precies weten hoe je een hond die bang is voor de dierenarts kunt helpen? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans stap voor stap uit wat je kunt doen.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Je hond kan de autorit koppelen aan de dierenarts. Daardoor begint de spanning al voordat je er bent.
Bij sommige honden wel. Dit kan helpen om de focus te verleggen en stress te verminderen.
Het klopt dat honden negatieve ervaringen goed kunnen onthouden. Daardoor kan één vervelend bezoek al zorgen voor langdurige angst. Gelukkig kun je hier wel iets aan doen. Het belangrijkste is om de associatie met de dierenarts te veranderen. Probeer nieuwe, positieve ervaringen op te bouwen. Ga bijvoorbeeld eens langs bij de praktijk zonder dat er iets gebeurt. Laat je hond even snuffelen, geef een beloning en ga weer naar huis. Zo leert je hond dat de dierenarts niet altijd spannend is.
Heeft je hond echt veel angst? Dan kan begeleiding van een gedragstherapeut helpen. In sommige gevallen kan de dierenarts ook tijdelijke ondersteuning geven, zoals rustgevende middelen.
Ja, door thuis te oefenen met aanraken van poten, oren en bek.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.