Katten zijn echte vleeseters en hebben dagelijks eiwitten nodig. Krijgen ze dit zelfs één dag niet binnen, dan kunnen ze al in een neerwaartse spiraal terechtkomen. Je kat eet minder of stopt zelfs helemaal met eten. Misschien denk je dat het vanzelf wel weer goed komt. Maar bij katten kan dit gevaarlijk zijn. Een kat die niet eet, kan namelijk leververvetting ontwikkelen. Dit is een ernstige aandoening die snel kan ontstaan en levensbedreigend kan zijn.
Je leest hier wat leververvetting bij een kat is, waarom niet eten zo gevaarlijk is en wat je moet doen. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Leververvetting bij een kat (ook wel hepatische lipidose genoemd) ontstaat wanneer een kat langere tijd niet of te weinig eet. Het lichaam gaat dan vetreserves gebruiken als energie. Dit vet wordt naar de lever vervoerd, maar de lever van een kat kan dit niet goed verwerken. Daardoor raakt de lever overbelast en slaat vet zich op. De lever kan hierdoor steeds slechter functioneren, wat gevaarlijk is voor het hele lichaam.
Bij katten kan niet eten al na een paar dagen risico geven op leververvetting. Dit is anders dan bij honden of mensen. Vooral katten met overgewicht lopen extra risico. Hun lichaam heeft meer vetreserves, waardoor de lever sneller overbelast raakt. Daarom is een kat die niet eet altijd een serieus signaal.
De klachten kunnen in het begin subtiel zijn, maar worden vaak snel erger:
Leververvetting ontstaat bijna altijd doordat een kat stopt met eten. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals stress, ziekte, pijn of veranderingen in de omgeving. Denk aan een verhuizing, nieuw voer of een bezoek aan de dierenarts. Soms lijkt de oorzaak klein, maar de gevolgen kunnen groot zijn.
Eet je kat minder of helemaal niet? Wacht dan niet af. Neem binnen 24 uur contact op met de dierenarts als je kat stopt met eten. Hoe eerder je ingrijpt, hoe beter de kans op herstel. Probeer je kat niet te dwingen tot eten zonder advies. De dierenarts kan beoordelen wat er nodig is.
Bij katten geldt: niet eten = altijd serieus nemen
De behandeling is intensief en gericht op het weer laten eten van de kat. In veel gevallen krijgt de kat voeding via een sonde, zodat de lever kan herstellen. Dit kan enkele weken duren. Met de juiste behandeling kunnen veel katten herstellen, maar het is wel een serieus traject.
De behandeling is intensief en gericht op het weer laten eten van de kat. In veel gevallen krijgt de kat voeding via een sonde, zodat de lever kan herstellen. Dit kan enkele weken duren. Met de juiste behandeling kunnen veel katten herstellen, maar het is wel een serieus traject.
Wil je precies weten wat je moet doen als je kat niet eet en hoe je leververvetting herkent? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans stap voor stap uit waar je op moet letten.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Bij katten kan dit al na 2 tot 3 dagen gevaarlijk worden. Het risico op leververvetting ontstaat snel.
Niet altijd. Te weinig eten kan ook al risico geven. Het gaat om voldoende calorie-inname.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Van schattige melktandjes naar een sterk volwassen gebit: het wisselen van tanden is een belangrijke stap in de ontwikkeling van je pup of kitten. Toch kan deze fase ook vragen oproepen of zelfs problemen geven. Het gebit wisselen bij pup en kitten verloopt meestal vanzelf, maar het is belangrijk om te weten wat normaal is en wanneer je moet ingrijpen.
Je leest hier hoe het gebit zich ontwikkelt, welke problemen kunnen ontstaan en hoe je jouw jonge huisdier goed kunt helpen. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Bij zowel puppy’s als kittens begint het wisselen meestal rond de leeftijd van 3 tot 4 maanden. Rond de 6 à 7 maanden is het volwassen gebit vaak compleet. Tijdens deze periode vallen de melktanden uit en maken ze plaats voor blijvende tanden. Dit proces heet het gebit wisselen bij pup en kitten. Soms merk je hier weinig van, maar het kan ook gepaard gaan met veranderingen in gedrag.
Het wisselen van het gebit gaat vaak samen met bepaalde signalen. Je pup of kitten kan meer gaan kauwen of bijten, omdat het tandvlees gevoelig is. Ook kun je soms kleine tandjes vinden in huis, al worden ze vaak doorgeslikt. Daarnaast kan er tijdelijk een wat sterkere geur uit de bek komen. Dit zijn normale verschijnselen tijdens het wisselen.
Hoewel het wisselen meestal vanzelf goed gaat, kunnen er soms problemen ontstaan. Een veelvoorkomend probleem is dat melktanden blijven zitten terwijl de volwassen tanden al doorkomen. Dit zie je vooral bij kleine hondenrassen. Hierdoor kunnen tanden scheef gaan staan of kan er sneller tandplak ontstaan. Ook kan je huisdier last krijgen van pijn, ontstoken tandvlees of moeite met eten.
Zie je dat tanden dubbel staan of niet uitvallen? Neem dan contact op met de dierenarts.
Veel pups en kittens gaan meer bijten tijdens deze fase. Dit komt doordat het tandvlees gevoelig is en ze de drang hebben om te kauwen. Dit gedrag is normaal, maar moet wel in goede banen worden geleid. Geef geschikt kauwmateriaal en leer je dier wat wel en niet mag. Zo voorkom je dat bijten een probleem wordt.
Je kunt je pup of kitten helpen door het wisselen zo comfortabel mogelijk te maken. Zorg voor veilig kauwspeelgoed dat helpt om de druk op het tandvlees te verlichten. Dit kan het ongemak verminderen. Daarnaast is het een goed moment om te beginnen met wennen aan gebitsverzorging, zoals tanden poetsen. Hoe eerder je begint, hoe makkelijker dit later wordt.
In de meeste gevallen verloopt het wisselen zonder problemen. Toch zijn er situaties waarin je beter hulp kunt inschakelen. Als melktanden blijven zitten, je huisdier pijn heeft, slecht eet of een sterke vieze geur uit de bek heeft, is het verstandig om contact op te nemen. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter problemen voorkomen kunnen worden.
Wil je precies weten hoe het gebit wisselen bij pup en kitten verloopt en waar je op moet letten? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans het stap voor stap uit.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Een volwassen hond heeft 42 tanden en een kat 30.
Bijtgedrag hoort erbij, maar moet wel gestuurd worden met geschikt speelgoed.
Lichte verandering kan normaal zijn, maar eet je dier echt slecht? Neem dan contact op.
Ja, dit is juist het perfecte moment om ermee te beginnen.
Gemiddeld enkele maanden, afhankelijk van het dier.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Een nestje pups of kittens ziet er schattig uit, maar achter die eerste weken schuilt een cruciale fase. In deze periode leren jonge dieren namelijk hoe ze zich moeten gedragen. De socialisatie van een puppy of kitten begint al bij de moeder. En juist daarom is het zo belangrijk dat jonge dieren niet te vroeg bij haar worden weggehaald.
Je leest hier waarom de rol van de moeder zo belangrijk is en wat er kan misgaan als pups of kittens te vroeg worden gescheiden. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Socialisatie betekent dat een jong dier leert omgaan met de wereld om zich heen. Tijdens deze fase ontwikkelen pups en kittens belangrijke sociale vaardigheden. In de periode van socialisatie bij puppy en kitten leren ze onder andere hoe ze moeten omgaan met soortgenoten, hoe hard ze mogen bijten en hoe ze reageren op nieuwe situaties. Dit leerproces gebeurt grotendeels via de moeder en nestgenoten.
Bij de socialisatie van een puppy en kitten speelt de moeder een belangrijke rol. Zij leert haar jongen grenzen. Bijvoorbeeld door ze te corrigeren als ze te hard bijten of te wild spelen. Ook geeft ze veiligheid en structuur. Door deze interactie leren jonge dieren sociaal gedrag dat ze hun hele leven meenemen. De moeder is dus de eerste en belangrijkste “opvoeder”.
Het lijkt soms onschuldig om een pup of kitten eerder mee naar huis te nemen, maar dit kan grote gevolgen hebben. Als een dier te vroeg wordt weggehaald, mist het een belangrijk deel van de socialisatieperiode. Hierdoor kunnen problemen ontstaan zoals:
De socialisatie bij puppy en kitten is dus niet alleen belangrijk in het moment, maar heeft invloed op het hele verdere leven.
Voor puppy’s geldt dat ze meestal niet vóór 7–8 weken bij de moeder weg mogen. Voor kittens ligt dit vaak rond de 9–12 weken. In deze laatste weken leren ze nog belangrijke sociale vaardigheden.
Te vroeg weghalen betekent: een deel van de opvoeding missen.
Veel mensen denken dat kittens net als puppy’s rond de 8 weken bij de moeder weg mogen. Dit komt vooral doordat die leeftijd bij honden vaak als richtlijn wordt genoemd. Daardoor ontstaat het idee dat dit voor alle jonge dieren geldt. Maar kittens ontwikkelen zich anders dan puppy’s.
Bij katten duurt de socialisatieperiode langer en verloopt deze ook op een andere manier. Waar puppy’s rond de 7–8 weken al een groot deel van hun sociale basis hebben gelegd, zijn kittens op die leeftijd vaak nog volop in ontwikkeling. Tussen de 8 en 12 weken leren kittens juist belangrijke vaardigheden, zoals:
Daarnaast speelt de moeder in deze periode nog steeds een belangrijke rol in het corrigeren van gedrag en het bieden van veiligheid.
Wordt een kitten al met 8 weken weggehaald, dan mist het vaak een deel van deze essentiële leerfase.
Kittens die langer bij de moeder blijven, zijn vaak:
Daarom adviseren veel dierenartsen en gedragsexperts om kittens pas rond de 12 weken te verplaatsen.
Hoewel de moeder een belangrijke rol speelt, stopt socialisatie niet wanneer een pup of kitten naar een nieuw huis gaat. Daar begint een nieuwe fase. Als eigenaar help jij je dier verder te wennen aan mensen, geluiden en situaties. Een goede start tijdens de socialisatie van puppy en kitten maakt dit proces een stuk makkelijker.
Wanneer je puppy bij jou thuis komt, begint een nieuwe en belangrijke fase van socialisatie. Alles is nieuw: geluiden, mensen, geuren en situaties. Het is aan jou om je pup hier rustig en positief aan te laten wennen. Begin met het geleidelijk introduceren van nieuwe prikkels. Denk aan verschillende ondergronden, geluiden zoals verkeer of huishoudelijke apparaten en het ontmoeten van nieuwe mensen. Zorg ervoor dat deze ervaringen altijd veilig en positief zijn, zodat je pup vertrouwen opbouwt in plaats van angst ontwikkelt.
Ook contact met andere honden is belangrijk, maar kies bewust. Laat je pup kennismaken met stabiele, rustige honden die goed gedrag laten zien. Zo leert je pup hoe hij zich sociaal hoort te gedragen. Daarnaast is het goed om je pup te laten wennen aan aanraking. Denk aan poten, oren en bek. Dit helpt later bij verzorging en dierenartsbezoeken. Beloon rustig gedrag, zodat je pup leert dat dit soort momenten niet spannend zijn.
Het belangrijkste is dat je niets forceert. Geef je pup de tijd om zelf te ontdekken en op zijn eigen tempo te leren.
Ook bij kittens begint de echte socialisatie pas goed wanneer ze in hun nieuwe huis komen. Hoewel de basis bij de moeder is gelegd, is jouw rol nu essentieel. Laat je kitten rustig wennen aan de nieuwe omgeving. Begin met één ruimte en breid dit langzaam uit. Zo voorkom je dat je kitten overweldigd raakt. Maak je kitten vertrouwd met dagelijkse geluiden, zoals stofzuigers, televisie en stemmen. Doe dit op een rustige manier, zodat je kitten deze prikkels als normaal gaat ervaren.
Als je meerdere dieren hebt, introduceer deze dan stap voor stap. Laat ze eerst aan elkaars geur wennen voordat ze elkaar direct zien. Dit verkleint de kans op stress of conflicten. Daarnaast is het belangrijk om je kitten te laten wennen aan aanraking en verzorging. Oefen met optillen, aaien en het controleren van bijvoorbeeld pootjes en oren.
Spelen speelt ook een grote rol in de socialisatie. Door samen te spelen leert je kitten grenzen, zelfvertrouwen en hoe hij zijn energie kwijt kan.
Een goed gesocialiseerde pup of kitten is nieuwsgierig, maar niet overdreven angstig. Hij durft nieuwe dingen te ontdekken, kan omgaan met andere dieren en reageert ontspannen op mensen. Dit gedrag ontstaat vaak door een goede start bij de moeder én de juiste begeleiding daarna.
Soms weet je niet hoe oud een dier precies was toen je hem kreeg. Merk je dat je hond of kat angstig is of moeite heeft met gedrag? Dan kan training of begeleiding helpen. Met geduld en de juiste aanpak kun je veel verbeteren, al kost het soms extra tijd.
Wil je precies weten waarom socialisatie bij puppy’s en kittens zo belangrijk is? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans uit waar je op moet letten.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Dat lijkt positief, maar het is niet altijd ideaal. Een pup die nergens bang voor is, kan ook minder voorzichtig zijn en sneller risico’s nemen. Het is belangrijk dat een pup leert wat veilig is, maar ook grenzen herkent.
Nee, dit is vaak een teken van onzekerheid. Forceer geen contact, maar geef je kitten de ruimte. Laat mensen rustig en op afstand wennen, zodat het vertrouwen vanzelf groeit.
Een negatieve ervaring kan impact hebben, maar is niet meteen blijvend. Probeer daarna juist positieve ervaringen op te bouwen met dezelfde prikkel, maar dan rustiger en gecontroleerd.
Nee, contact met soortgenoten is essentieel. Vooral voor het leren van gedrag zoals bijtremming en lichaamstaal.
Let op signalen zoals wegkijken, hijgen, onrust of terugtrekken. Dit betekent vaak dat het even genoeg is geweest.
Ja, een goede socialisatie verkleint de kans op angst, agressie en onzeker gedrag op latere leeftijd.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Een nieuwe puppy of kitten in huis is een bijzondere tijd. Je wilt natuurlijk dat je jonge huisdier gezond opgroeit. Daar hoort vaccineren en ontwormen bij puppy of kitten bij. Toch vragen veel baasjes zich af: wanneer moet je beginnen, hoe vaak moet het en waarom is het zo belangrijk?
Je leest hier alles over vaccineren en ontwormen bij puppy en kitten en hoe je jouw dier de beste start geeft. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Jonge dieren hebben nog geen volledig ontwikkeld immuunsysteem. Daardoor zijn ze gevoeliger voor ziektes en parasieten. Door vaccineren en ontwormen bij puppy en kitten bescherm je je dier tegen ernstige aandoeningen en help je hem gezond op te groeien. Vaccinaties beschermen tegen besmettelijke ziektes zoals parvo of kattenziekte. Ontwormen helpt om parasieten zoals spoelwormen te bestrijden.
Puppy’s en kittens krijgen vaak hun eerste vaccinatie al op jonge leeftijd, meestal rond de 6 tot 9 weken. Daarna volgen meerdere vaccinaties om de bescherming op te bouwen. Dit wordt ook wel de basisvaccinatie genoemd. Bij vaccineren en ontwormen bij puppy en kitten is het belangrijk om dit schema goed te volgen. Zo bouwt je dier voldoende weerstand op.
Ontwormen begint vaak al in de eerste weken van het leven. Jonge dieren worden meestal meerdere keren ontwormd voordat ze naar een nieuw huis gaan. Daarna moet je dit blijven herhalen. Hoe vaak je moet ontwormen, hangt af van leeftijd en leefomgeving. Puppy’s en kittens worden vaak vaker ontwormd dan volwassen dieren.
Overleg met je dierenarts wat het juiste schema is voor jouw dier.
Wormen zijn niet altijd zichtbaar, maar kunnen wel schade aanrichten. Ze leven in de darmen en kunnen zorgen voor klachten zoals diarree, gewichtsverlies of een slechte conditie. In sommige gevallen kunnen ze ook besmettelijk zijn voor mensen. Daarom is ontwormen bij puppy en kitten niet alleen belangrijk voor je huisdier, maar ook voor jezelf.
Het overslaan van vaccinaties of ontwormen kan risico’s met zich meebrengen. Je dier is dan minder beschermd en kan sneller ziek worden. Vooral bij jonge dieren kan dit ernstige gevolgen hebben.
Regelmaat is dus belangrijk bij vaccineren en ontwormen bij puppy en kitten.
Voor vaccinaties ga je altijd naar de dierenarts. Zij bepalen het juiste schema en controleren meteen de gezondheid van je dier. Ook voor ontwormen kun je advies vragen. Zo weet je zeker dat je het op de juiste manier doet.
Wil je precies weten wanneer je moet vaccineren en ontwormen? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans uit waar je op moet letten.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Soms kunnen milde reacties optreden, zoals sloomheid of een lichte zwelling. Dit is meestal tijdelijk en onschuldig.
Ja, maar het is verstandig om eerst advies te vragen voor de juiste dosering.
Ja, bijvoorbeeld via schoenen, voedsel of insecten.
Ja, dit is juist het perfecte moment om ermee te beginnen.
Gemiddeld enkele maanden, afhankelijk van het dier.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Een kat vasthouden is vaak lastiger dan een hond. Waar honden zich soms laten begeleiden, kan een kat zich ineens losrukken, krabben of bijten. Toch zijn er momenten waarop je je kat veilig moet fixeren. Dit houdt in: even goed moet vasthouden, bijvoorbeeld bij verzorging, medicatie of een bezoek aan de dierenarts.
Je leest hier hoe je een kat veilig fixeert, zonder stress of risico voor jou en je kat. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Een kat fixeren betekent dat je je kat op een veilige en gecontroleerde manier vasthoudt, zodat hij niet kan ontsnappen of zichzelf kan bezeren. Bij een kat veilig fixeren gaat het niet om dwang, maar om veiligheid en rust. Dit is belangrijk bij handelingen zoals nagels knippen, medicatie geven of controle door de dierenarts.
Katten kunnen onverwacht reageren, vooral als ze bang zijn of pijn hebben. Daarom is het belangrijk dat je weet hoe je een kat veilig kunt vasthouden in zulke situaties. Door een kat veilig te fixeren, voorkom je dat:
Een kat in het nauw maakt rare sprongen is niet voor niets een gezegde. Rust en controle maken hierbij het verschil.
Het belangrijkste is dat je kat zich zo veilig mogelijk voelt. Hoe rustiger jij bent, hoe groter de kans dat je kat meewerkt. Bij kat fixeren op een veilige manier ondersteun je altijd het lichaam. Houd je kat dicht tegen je aan en zorg dat de achterpoten steun hebben. Dit geeft stabiliteit en voorkomt paniek.
Werk rustig en zonder plotselinge bewegingen. Praat zacht tegen je kat en neem de tijd.
Een veelgebruikte methode om een kat veilig te fixeren is met een handdoek. Door je kat voorzichtig in een handdoek te wikkelen, beperk je de bewegingsvrijheid en voorkom je krabben. Veel katten ervaren dit zelfs als rustgevend, omdat het een soort geborgen gevoel geeft. Let er wel op dat de kop vrij blijft en je kat goed kan ademen. Gebruik deze techniek alleen als je kat niet extreem gestrest is.
Bij het fixeren van een kat is het belangrijk om bepaalde dingen juist te vermijden. Pak je kat nooit hardhandig vast en probeer hem niet te forceren. Dit kan angst en agressie versterken. Ook het optillen aan het nekvel wordt afgeraden, omdat dit ongemak en stress kan veroorzaken. Kat fixeren veilig doen betekent juist dat je spanning voorkomt, niet veroorzaakt.
Tijdens het fixeren is het belangrijk om goed te letten op signalen van stress. Zie je de onderstaande signalen? Stop dan en geef je kat de ruimte. Veilig fixeren betekent ook weten wanneer je moet stoppen. Katten laten stress zien door:
Je kunt je kat helpen door hem langzaam te laten wennen aan aanraking. Raak regelmatig poten, oren en bek aan en beloon rustig gedrag. Zo wordt het in de toekomst makkelijker om je kat veilig te fixeren wanneer dat nodig is.
Sommige katten laten zich moeilijk vasthouden, vooral als ze angstig of pijnlijk zijn. In dat geval is het verstandiger om hulp te vragen aan een dierenarts. Zij weten precies hoe ze een kat veilig kunnen fixeren zonder extra risico.
Wil je precies weten hoe je een kat veilig fixeert? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans stap voor stap uit hoe je dit doet.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Dit gebeurt vaak wanneer een kat zich overvallen voelt. Katten hebben controle nodig en als die plots wegvalt, kunnen ze in paniek raken. Probeer je kat eerst rustig te benaderen en laat hem wennen aan je aanwezigheid voordat je hem vastpakt. Werk langzaam en voorspelbaar. Hoe meer controle je kat ervaart, hoe minder heftig de reactie zal zijn.
Ja, door rustig te oefenen en positieve ervaringen op te bouwen.
Het klinkt tegenstrijdig, maar een kat voelt zich vaak veiliger bij een stabiele, ondersteunende houding dan bij een losse grip. Te los vasthouden kan juist paniek veroorzaken omdat je kat het gevoel heeft te kunnen ontsnappen. Het gaat dus niet om hard vasthouden, maar om gecontroleerde ondersteuning waarbij je kat zich gedragen voelt.
Niet per se. Sommige katten reageren op stress door te verstijven in plaats van te vechten. Dit kan lijken alsof ze rustig zijn, maar eigenlijk zijn ze gespannen. Let op andere signalen zoals ademhaling, ogen en lichaamshouding om te beoordelen hoe je kat zich echt voelt.
Ja, als het te vaak of te hardhandig gebeurt. Katten onthouden negatieve ervaringen goed. Daarom is het belangrijk om fixeren altijd zo kort en rustig mogelijk te houden en daarna iets positiefs te doen, zoals een beloning of rustmoment.
Dit is een duidelijke waarschuwing. Ga niet door, maar neem afstand en probeer het later opnieuw op een rustiger moment. Begin met kleine stapjes, zoals alleen aaien of kort aanraken, en bouw dit langzaam op.
Katten zijn gevoelig voor stemming, omgeving en gezondheid. Als je kat zich niet lekker voelt of meer prikkels ervaart, kan hij anders reageren. Kijk dus altijd naar het moment en de situatie.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Je hond of kat lijkt gezond. Hij eet goed, speelt en gedraagt zich zoals altijd. Toch is het belangrijk om je huisdier jaarlijks te laten controleren. Een jaarlijkse controle bij hond en kat helpt om gezondheidsproblemen vroeg op te sporen en je dier optimaal te beschermen met de juiste vaccinaties.
Je leest hier waarom een jaarlijkse check-up en vaccinaties zo belangrijk zijn en wat je kunt verwachten bij de dierenarts. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Tijdens een jaarlijkse controle bij hond en kat kijkt de dierenarts naar de algehele gezondheid van je dier. Er wordt onder andere gelet op:
Het lijkt misschien een korte check, maar het kan veel belangrijke informatie opleveren.
Honden en katten laten vaak pas laat zien dat ze ziek zijn. Daardoor kunnen problemen onopgemerkt blijven. Met een jaarlijkse controle bij hond en kat kun je vroeg ziektes opsporen, gezondheidsproblemen voorkomen en advies krijgen over voeding en verzorging.Voorkomen is altijd beter dan genezen.
Tijdens de controle wordt ook gekeken naar de vaccinaties van je huisdier. De jaarlijkse vaccinatie bij hond en kat beschermt tegen ernstige en besmettelijke ziektes, zoals parvo bij honden of kattenziekte bij katten.
Het is een misverstand dat elk dier elk jaar precies dezelfde vaccinaties nodig heeft. De dierenarts kijkt naar de leeftijd, leefomgeving en gezondheid van je dier. Op basis daarvan wordt bepaald welke vaccinaties nodig zijn en welke nog voldoende bescherming bieden. Vaccineren is dus geen standaard routine, maar maatwerk.
Een jaarlijkse controle verloopt meestal rustig en gestructureerd. De dierenarts begint vaak met observeren: hoe beweegt je dier, hoe is de houding en hoe reageert hij? Daarna volgt een lichamelijk onderzoek. Hierbij worden onder andere het hart en de longen beluisterd, het gebit gecontroleerd en de huid en vacht bekeken. Ook wordt er vaak gekeken naar het gewicht en de algemene conditie.
Tijdens dit moment kun je als eigenaar ook vragen stellen. Misschien is je dier wat aangekomen, eet hij anders of vertoont hij ander gedrag. Juist deze kleine veranderingen kunnen waardevolle informatie geven.
Naarmate honden en katten ouder worden, neemt de kans op gezondheidsproblemen toe. Denk aan nierproblemen, gewrichtsklachten of hormonale aandoeningen. Bij oudere dieren is een jaarlijkse controle bij hond en kat daarom extra belangrijk. Soms adviseert de dierenarts zelfs om vaker langs te komen, zodat veranderingen sneller worden opgemerkt.
Veel baasjes gaan pas naar de dierenarts als er iets mis lijkt te zijn. Toch is het juist beter om problemen voor te zijn. Een jaarlijkse controle geeft niet alleen inzicht, maar ook rust. Je weet dat je goed bezig bent en dat je huisdier de zorg krijgt die hij nodig heeft. Een gezonde hond of kat zie je niet alleen van buiten: daarom is controleren zo belangrijk.
Wil je precies weten waarom jaarlijkse controle en vaccinaties belangrijk zijn? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans uit waar je op moet letten.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Ja, juist omdat dieren klachten vaak verbergen. Een controle helpt om problemen vroeg te ontdekken voordat ze zichtbaar worden
Ja, ook binnenkatten kunnen risico lopen, bijvoorbeeld via mensen of andere dieren.
Vaak wel. Dierenartsen letten op subtiele signalen zoals houding, spierspanning en reacties bij aanraking. Dieren laten pijn niet altijd duidelijk zien, maar kleine veranderingen kunnen al veel verraden.
Dat komt doordat de controle wordt aangepast aan de leeftijd en situatie van je dier. Een jong dier heeft andere aandachtspunten dan een senior. De controle is dus geen standaard lijstje, maar maatwerk.
Ja, gedrag is een belangrijk onderdeel van de gezondheid. Veranderingen in gedrag kunnen een eerste signaal zijn van een onderliggend probleem.
De kosten van een jaarlijkse controle bij de dierenarts liggen gemiddeld tussen de € 30 en € 60, afhankelijk van de praktijk en wat er precies wordt gedaan. Vaak is dit alleen het consult, waarbij je huisdier lichamelijk wordt nagekeken.
Als er tijdens de afspraak ook vaccinaties worden gegeven of extra onderzoeken nodig zijn, zoals bloedonderzoek of ontlastingstest, kunnen de kosten hoger uitvallen. In dat geval kan een bezoek al snel oplopen tot € 60 tot € 100 of meer.
Het is daarom verstandig om vooraf te vragen wat er inbegrepen is in de prijs. Zo kom je niet voor verrassingen te staan en weet je precies waar je aan toe bent.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Je hond plast vaker dan normaal of je kat gaat ineens naast de bak. Misschien zie je bloed in de urine of merk je dat je huisdier moeite heeft met plassen. Dit soort signalen kunnen wijzen op een probleem. In zulke gevallen kan urineonderzoek bij hond of kat veel duidelijkheid geven. Het is een eenvoudige manier om meer inzicht te krijgen in de gezondheid van je huisdier.
Je leest hier wanneer urineonderzoek nodig is, wat er onderzocht wordt en wat de uitslag kan betekenen. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Bij urineonderzoek bij hond of kat wordt urine van je huisdier onderzocht om te kijken hoe het lichaam functioneert. In urine zitten afvalstoffen die iets kunnen zeggen over de gezondheid van bijvoorbeeld de nieren, blaas en urinewegen. Ook kunnen infecties of andere afwijkingen worden opgespoord. Het is vaak een eerste stap om te achterhalen wat er aan de hand is.
Een dierenarts adviseert meestal urineonderzoek bij hond en kat als er klachten zijn rondom het plassen. Denk bijvoorbeeld aan een hond die vaker moet plassen of een kat die naast de kattenbak plast. Ook pijn bij het plassen, bloed in de urine of sterk ruikende urine zijn signalen om serieus te nemen. Daarnaast wordt urineonderzoek soms preventief gedaan, bijvoorbeeld bij oudere dieren of bij controle van bepaalde aandoeningen.
Urineonderzoek geeft verrassend veel informatie. Het kan inzicht geven in:
Bij urineonderzoek bij hond en kat wordt dus niet alleen gekeken naar één probleem, maar naar het totaalbeeld van de gezondheid.
Urine verzamelen kan op verschillende manieren, afhankelijk van het dier en de situatie. Bij honden kun je vaak zelf urine opvangen tijdens het uitlaten. Bij katten wordt soms speciale kattenbakvulling gebruikt waarmee urine kan worden opgevangen. In sommige gevallen neemt de dierenarts urine af met een naald via de blaas. Dit klinkt spannend, maar gebeurt snel en gecontroleerd.dt dus niet alleen gekeken naar één probleem, maar naar het totaalbeeld van de gezondheid.
Urine opvangen is meestal niet pijnlijk. Als de dierenarts urine rechtstreeks uit de blaas haalt, kan dit even ongemakkelijk zijn, maar het is over het algemeen veilig. De voordelen van urineonderzoek bij hond en kat wegen vaak ruimschoots op tegen het korte ongemak.
Het opvangen van urine voor urineonderzoek bij hond en kat kan in het begin wat onhandig voelen, maar met de juiste aanpak wordt het een stuk makkelijker.
Bij honden is het vaak het eenvoudigst. Tijdens het uitlaten kun je een schoon bakje, lepel of speciale opvangcontainer onder de straal houden terwijl je hond plast. Probeer dit rustig en zonder plotselinge bewegingen te doen, zodat je hond niet schrikt of stopt met plassen.
Bij katten is het iets lastiger, omdat zij meestal in de kattenbak plassen. Je kunt hiervoor speciale niet-absorberende kattenbakvulling gebruiken, waardoor de urine bovenop blijft liggen en je deze kunt opvangen. Heb je dat niet in huis, dan kun je tijdelijk een schone, lege kattenbak gebruiken of een plastic laagje in de bak leggen.
Het is belangrijk dat de urine zo vers mogelijk is. Idealiter lever je het binnen enkele uren in bij de dierenarts. Bewaar het eventueel kort in de koelkast als dat nodig is, maar overleg bij twijfel altijd even met de praktijk.
Zorg er ook voor dat het bakje schoon is en geen resten van schoonmaakmiddelen bevat. Zelfs kleine hoeveelheden kunnen de uitslag beïnvloeden. Lukt het echt niet om urine op te vangen? Geen probleem. Vaak kan de dierenarts je verder helpen.
De dierenarts bespreekt de resultaten en kijkt naar wat deze betekenen voor je huisdier. Soms is de oorzaak direct duidelijk, bijvoorbeeld bij een blaasontsteking. In andere gevallen is aanvullend onderzoek nodig, zoals bloedonderzoek of een echo. Urineonderzoek is dus vaak een belangrijk puzzelstukje in het stellen van een diagnose.
Merk je veranderingen in het plasgedrag van je hond of kat? Wacht dan niet te lang. Problemen met de urinewegen kunnen snel verergeren, vooral bij katten. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter de behandeling vaak aanslaat.
Wil je precies weten wat urineonderzoek bij je hond of kat inhoudt? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans uit waar je op moet letten.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Urine moet zo vers mogelijk zijn, bij voorkeur binnen enkele uren. Oudere urine kan minder betrouwbare resultaten geven doordat stoffen veranderen.
Dit kan een medisch probleem zijn, zoals een blaasontsteking of pijn bij het plassen. Urineonderzoek kan helpen om de oorzaak te achterhalen.
Kristallen kunnen wijzen op een verstoring in de urine en kunnen uiteindelijk leiden tot blaasstenen.
Soms dezelfde dag, soms na een paar dagen, afhankelijk van het onderzoek.
Als je kat niet kan plassen of je dier zichtbaar pijn heeft, moet je direct handelen.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Je huisdier is niet helemaal zichzelf. Misschien eet hij minder, is hij sloom of vertoont hij ander gedrag. Soms is het lastig om te zien wat er precies aan de hand is. In zulke gevallen kan bloedonderzoek bij je huisdier veel duidelijkheid geven. Het helpt de dierenarts om een beter beeld te krijgen van de gezondheid van je hond of kat.
Je leest hier wat bloedonderzoek inhoudt, wanneer het nodig is en wat de uitslagen kunnen betekenen. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Bij bloedonderzoek bij een huisdier wordt een kleine hoeveelheid bloed afgenomen en onderzocht in een laboratorium of in de praktijk. In dit bloed zitten allerlei stoffen die iets zeggen over de werking van organen, zoals de lever, nieren en schildklier. Ook kunnen ontstekingen, infecties of tekorten worden opgespoord. Het is dus een belangrijk hulpmiddel om te begrijpen wat er in het lichaam gebeurt.
Een dierenarts adviseert vaak bloedonderzoek bij je huisdier als er klachten zijn die niet direct verklaard kunnen worden. Denk aan:
Daarnaast wordt bloedonderzoek ook preventief ingezet, bijvoorbeeld bij oudere dieren of vóór een operatie.
Bloedonderzoek geeft inzicht in verschillende onderdelen van het lichaam. Zo kan het iets zeggen over:
Bij bloedonderzoek bij je huisdier wordt dus niet één ding bekeken, maar het totaalplaatje.
Veel baasjes maken zich zorgen over het afnemen van bloed, maar dit is meestal snel en veilig. De dierenarts neemt een kleine hoeveelheid bloed af, vaak uit een poot of de hals. Dit duurt meestal maar kort. Sommige dieren vinden het even spannend, maar het is zelden pijnlijk. Daarna wordt het bloed onderzocht.
Een uitslag van bloedonderzoek bij je huisdier kan er ingewikkeld uitzien. Toch kun je het grofweg opdelen in drie belangrijke onderdelen:
Rode bloedcellen zorgen ervoor dat zuurstof door het lichaam wordt vervoerd.
Zie je afwijkingen hier? Dan kijkt de dierenarts naar energie, slijmvliezen en conditie.
Witte bloedcellen zijn belangrijk voor het immuunsysteem en reageren op infecties.
Dit geeft vaak een eerste hint of er iets “actiefs” speelt in het lichaam.
Dit deel van het bloedonderzoek bij je huisdier kijkt naar hoe goed organen functioneren.
Hier zie je vaak de belangrijkste aanwijzingen voor onderliggende ziektes.
Het is belangrijk om te weten dat dierenartsen nooit naar één losse waarde kijken. Een lichte afwijking kan onschuldig zijn, maar meerdere afwijkingen samen vertellen vaak het echte verhaal. Daarom wordt een uitslag altijd gecombineerd met:
Bloedonderzoek is dus geen “los antwoord”, maar een puzzelstukje.
Bij een uitslag zie je vaak:
Een waarde binnen het bereik is meestal normaal en een waarde erbuiten, dan gaat de dierenarts kijken naar de betekenis en reden hier van.
Nee, in de meeste gevallen is bloedonderzoek veilig. Er wordt maar een kleine hoeveelheid bloed afgenomen en de risico’s zijn minimaal. Het voordeel van de informatie die je krijgt, weegt vaak ruimschoots op tegen het korte ongemak
Dit hangt af van het soort onderzoek. Soms zijn de resultaten al binnen enkele minuten bekend in de praktijk. In andere gevallen wordt het bloed naar een laboratorium gestuurd en duurt het iets langer. Je dierenarts bespreekt altijd de uitslag en wat dit betekent voor je huisdier.
Als er afwijkingen worden gevonden, betekent dit niet altijd meteen iets ernstigs. Het kan een aanwijzing zijn voor een probleem, maar soms is aanvullend onderzoek nodig. De dierenarts gebruikt het bloedonderzoek als onderdeel van een groter geheel. Het helpt vooral om gerichter te behandelen.
Bij twijfel over de gezondheid van je huisdier is het altijd verstandig om dit te bespreken. Vooral bij oudere dieren kan regelmatig bloedonderzoek bij je huisdier helpen om problemen vroeg te ontdekken.
Wil je precies weten wat bloedonderzoek bij je huisdier inhoudt? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans uit wat je kunt verwachten.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Soms wel. Voor bepaalde testen is het belangrijk dat je huisdier een aantal uren niet heeft gegeten. De dierenarts zal dit vooraf aangeven.
De kosten verschillen per praktijk en type onderzoek. Vraag dit altijd vooraf na bij je dierenarts.
Soms geeft bloedonderzoek geen eenduidig antwoord. In dat geval kan de dierenarts aanvullend onderzoek adviseren, zoals urineonderzoek, een echo of röntgenfoto. Bloedonderzoek is vaak een eerste stap in het stellen van een diagnose.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Een puppy groeit razendsnel. In die eerste maanden ontwikkelt hij zijn botten, spieren en immuunsysteem. Goede voeding is daarom niet zomaar belangrijk, maar essentieel voor een gezonde start. Toch vragen veel baasjes zich af: wat is de juiste puppy voeding? Met zoveel merken en adviezen is het lastig kiezen.
Je leest hier waar je op moet letten bij puppy voeding en hoe je jouw pup de beste start geeft. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Een puppy heeft andere voedingsbehoeften dan een volwassen hond. Hij groeit snel en heeft daarom meer energie, eiwitten en bouwstoffen nodig. Goede puppy voeding ondersteunt:
Geef je verkeerde of onvoldoende voeding, dan kan dit invloed hebben op de groei en gezondheid op lange termijn.
De beste puppy voeding is compleet en uitgebalanceerd. Dat betekent dat alle belangrijke voedingsstoffen in de juiste verhouding aanwezig zijn. Eiwitten zijn nodig voor groei en spieropbouw. Vetten leveren energie en ondersteunen de ontwikkeling van de hersenen. Ook calcium en fosfor zijn belangrijk voor sterke botten. Daarnaast spelen vezels een rol in een gezonde darmwerking. Ze worden soms onderschat, maar helpen juist bij een stabiele spijsvertering en goede opname van voedingsstoffen. Het gaat dus niet om één ingrediënt, maar om de juiste balans.
De hoeveelheid puppy voeding hangt af van de leeftijd, het ras en het gewicht. Jonge puppy’s eten meerdere keren per dag kleine porties. Naarmate ze ouder worden, kun je dit langzaam afbouwen naar minder maaltijden per dag. Let goed op het lichaamsgewicht en de conditie van je pup. Te veel voeren kan leiden tot te snelle groei, wat belastend kan zijn voor botten en gewrichten.
Niet elke puppy groeit hetzelfde. Grote hondenrassen groeien sneller en hebben specifieke voeding nodig om problemen met gewrichten te voorkomen. Kleine rassen hebben vaak juist meer energie per kilo nodig. Daarom is het belangrijk om puppy voeding te kiezen die past bij het ras of de grootte van je hond.
Een belangrijk moment is de overstap van puppyvoeding naar volwassen voeding. Dit gebeurt meestal rond de leeftijd van 9 tot 18 maanden, afhankelijk van het ras. Grote honden blijven vaak langer op puppyvoeding dan kleine honden. Bouw de overgang rustig op om darmklachten te voorkomen.
Er zijn verschillende soorten puppy voeding. Droogvoer is praktisch en helpt bij het gebit. Natvoer bevat meer vocht en kan aantrekkelijker zijn voor kieskeurige eters. Vers voer kan ook, maar moet goed uitgebalanceerd zijn. Welke keuze je maakt, hangt af van jouw pup en jouw situatie.
Laat je niet misleiden door marketing of trends. Kijk naar de samenstelling en kwaliteit van de voeding. Ingrediënten zoals granen of vezels worden soms onterecht als “slecht” gezien, terwijl ze juist een functie kunnen hebben in een gezond dieet. Het belangrijkste is dat de voeding compleet is en past bij jouw pup.
Wil je precies weten wat de beste puppy voeding is? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans uit waar je op moet letten.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Jonge puppy’s eten meestal 3 tot 4 keer per dag. Naarmate ze ouder worden, kun je dit afbouwen naar 2 keer per dag. Regelmaat helpt bij de spijsvertering en geeft structuur.
Ja, vooral bij grote rassen kan te snelle groei problemen geven met botten en gewrichten. Daarom is aangepaste voeding belangrijk. Geef dus niet te veel en let op de samenstelling van het voer.
Blijf consequent en wissel niet te snel van voeding. Te veel variatie kan kieskeurigheid juist versterken.
Er is niet één merk dat voor elke pup het beste is. De beste puppyvoeding hangt af van de behoeften van jouw hond, zoals ras, grootte, leeftijd en gezondheid. Wel zijn er merken die bekendstaan om hun goede samenstelling en kwaliteit. Denk bijvoorbeeld aan merken zoals Royal Canin, Hill’s, Purina Pro Plan en Eukanuba. Deze voedingen zijn vaak wetenschappelijk onderbouwd en volledig uitgebalanceerd.
Daarnaast zijn er ook merken die zich meer richten op natuurlijke of graanvrije voeding, zoals Edgard & Cooper, Carnilove of Orijen. Deze kunnen een goede keuze zijn, maar zijn niet per definitie beter voor elke hond. Het belangrijkste is niet het merk, maar of de voeding:
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
Veel baasjes vragen zich af: wat is nu eigenlijk de beste voeding voor mijn hond of kat? Met zoveel merken, soorten en adviezen is het niet vreemd dat je door de bomen het bos niet meer ziet. De juiste voeding is ontzettend belangrijk voor de gezondheid van je huisdier. Het bepaalt niet alleen de energie, maar ook de weerstand, vacht en algehele conditie.
Je leest hier waar je op moet letten bij het kiezen van de beste voeding voor je hond of kat. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
De beste voeding voor hond en kat bestaat niet uit één specifiek merk. Het gaat vooral om de samenstelling en of de voeding past bij jouw dier. Een goede voeding bevat de juiste balans van eiwitten, vetten, koolhydraten, vitaminen en mineralen. Deze voedingsstoffen zorgen ervoor dat je huisdier gezond blijft en voldoende energie heeft. Wat “beste” voeding is, verschilt dus per dier.
Voeding heeft invloed op bijna alles in het lichaam van je huisdier. Een hond of kat die goede voeding krijgt, heeft vaak:
Slechte of verkeerde voeding kan juist leiden tot klachten zoals overgewicht, huidproblemen of darmproblemen.
De voedingsbehoefte van een puppy of kitten is anders dan die van een volwassen dier. Jonge dieren hebben voeding nodig die helpt bij groei en ontwikkeling. Oudere dieren hebben vaak minder energie nodig, maar juist ondersteuning voor gewrichten en organen. Daarom is het belangrijk om voeding te kiezen die past bij de levensfase van je huisdier.
Niet elke hond of kat heeft dezelfde behoeften. Een actieve hond heeft meer energie nodig dan een rustige hond. Grote hondenrassen hebben andere voedingsbehoeften dan kleine rassen. Ook katten die binnen leven hebben vaak minder calorieën nodig dan buitenkatten. Bij het kiezen van de beste voeding voor hond en kat is het dus belangrijk om naar het totaalplaatje te kijken.
Kijk niet alleen naar de verpakking of marketingclaims, maar vooral naar wat er écht in de voeding zit. De samenstelling bepaalt of voeding geschikt is voor jouw hond of kat. Eiwitten zijn essentieel voor spieropbouw, herstel en een gezond immuunsysteem. Vetten leveren energie en ondersteunen onder andere de huid en vacht. Maar ook vezels spelen een belangrijke rol, al hebben die soms onterecht een slechte naam gekregen.
Vezels worden vaak gezien als “opvulling”, maar dat klopt niet helemaal. Ze ondersteunen juist een gezonde spijsvertering en dragen bij aan een goede darmflora. Dit is belangrijk voor de opname van voedingsstoffen én de weerstand van je huisdier. Bij katten kan de juiste hoeveelheid vezels zelfs helpen om haarballen te verminderen. Ook ingrediënten zoals granen krijgen vaak kritiek, terwijl ze voor veel dieren juist een prima energiebron zijn. Alleen bij specifieke gevoeligheden of allergieën is het nodig om deze te vermijden.
Het draait dus niet om één “goed” of “slecht” ingrediënt, maar om de balans en kwaliteit van het totaalplaatje. Goede voeding is afgestemd op de behoeften van jouw dier, niet op trends of marketing.
Er zijn verschillende soorten voeding, elk met hun eigen voordelen. Droogvoer is makkelijk en goed voor het gebit. Natvoer bevat meer vocht en kan helpen bij de vochtinname. Vers voer kan aantrekkelijk zijn, maar moet goed uitgebalanceerd zijn. De beste keuze hangt af van je huisdier en jouw situatie.
Soms is standaard voeding niet voldoende. Bij gezondheidsproblemen, allergieën of overgewicht kan speciale voeding nodig zijn. Overleg in dat geval altijd met de dierenarts.
Twijfel je over welke voeding voor jouw hond of kat het beste is? Dan is het verstandig om advies te vragen aan een dierenarts. Zij kunnen helpen om voeding te kiezen die past bij jouw dier.
Wil je precies weten wat de beste voeding voor hond en kat is? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans uit waar je op moet letten.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Je kunt dit vaak zien aan meerdere signalen tegelijk. Een gezond dier heeft voldoende energie, een glanzende vacht en een stabiel gewicht. Ook de ontlasting zegt veel: deze moet stevig en regelmatig zijn. Zie je veranderingen zoals doffe vacht, sloomheid of diarree? Dan kan de voeding mogelijk niet goed aansluiten.
Nee, de prijs zegt niet alles. Sommige duurdere voedingen bevatten kwalitatief goede ingrediënten, maar dat geldt niet automatisch voor elk merk. Het is belangrijker om te kijken naar de samenstelling en of de voeding past bij jouw dier. Goedkope voeding kan soms minder uitgebalanceerd zijn, maar duur is geen garantie voor kwaliteit.
Nee, een plotselinge overgang kan zorgen voor maag- en darmklachten zoals diarree of braken. Het is beter om voeding geleidelijk te veranderen over ongeveer 5 tot 7 dagen. Meng steeds een beetje meer van de nieuwe voeding met de oude, zodat het lichaam kan wennen.
Niet per se. Granen hebben soms een slechte naam, maar kunnen juist een goede bron van energie en vezels zijn. Alleen bij specifieke allergieën of gevoeligheden kan graanvrij voer een betere keuze zijn. Voor de meeste honden en katten is het niet nodig om granen te vermijden.
Een voedselallergie uit zich vaak in klachten zoals jeuk, oorontstekingen, huidproblemen of terugkerende diarree. Deze klachten ontstaan meestal geleidelijk. Twijfel je? Dan kan een dierenarts helpen met een eliminatiedieet om de oorzaak te achterhalen.
Als je een complete voeding geeft, zijn extra supplementen meestal niet nodig. Te veel supplementen kunnen zelfs schadelijk zijn. Alleen bij specifieke situaties, zoals ziekte of tekorten, kan een dierenarts adviseren om iets toe te voegen.
Het is verstandig om voeding aan te passen bij veranderingen in levensfase, gewicht of gezondheid. Denk aan een overstap van puppy- naar volwassen voeding, of bij overgewicht, castratie/sterilisatie of allergieën. Ook als je merkt dat je huisdier niet goed reageert op de huidige voeding, kan een overstap nodig zijn.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.