Naaktslakken en huisjesslakken zijn vaak besmet met larven van de dodelijke longworm parasiet ook wel Franse hartworm genoemd. Deze worm komt voor in het slijm van de slak, maar ook in dieren die slakken eten, zoals knaagdieren, vogels en kikkers.
Als een hond of een kat een slak opeet of in aanraking komt met het slijm van de slak, kan deze levensgevaarlijke parasiet zijn lichaam binnendringen.
Van maart tot oktober zijn er veel slakken in de tuin en op straat. Met name op de warme en vochtige dagen. Zie je veel slakken in de tuin of op wandeling? Let dan goed op je hond en kat.
Infectie met longworm kan leiden tot hoestbuien, ademhalingsproblemen, stollingsproblemen, hartklachten en zelfs tot overlijden.
Voorkom dat jouw hond of kat met slakken speelt, ze opeet of zelfs maar het slijm oplikt. Maar let ook op emmers en drinkbakken die buiten staan. Maak deze regelmatig schoon en ververs het water.
Ook helpt het regelmatig ontwormen van honden en katten.
Gebruik GEEN slakkengif. In slakkengif zit meestal metaldehyde. Voor honden en katten is dit erg giftig. Vergiftigingsverschijnselen die kunnen optreden zijn: speekselen, onrust, braken, ongecontroleerd bewegen, trillen, toevallen en een verhoogde temperatuur.
Krijgt je huisdier last van een van de symptomen? Neem dan gelijk contact op met de dierenarts.
Bron: Dierenkliniek Hulsterheide
Houd altijd afstand van zeehonden op het strand. Vaak komen pups, die gezien worden zonder moeder, ten onrechte terecht in een zeehondenopvang doordat mensen onnodig ingrijpen.
In Nederland komen twee soorten zeehonden voor. De gewone en de grijze zeehond. In de zomer komen zeehondenpups van de gewone zeehond met moeders aan land, terwijl de meeste pups van de grijze zeehonden geboren worden in november. Deze pups kunnen niet direct het water in. Dit is anders dan bij de gewone zeehond. De eerste drie weken na de geboorte hebben ze namelijk nog een pluizige vacht. Die beschermt ze goed tegen de kou, maar is niet waterdicht.
Zeehondenpups liggen vaak een aantal uur alleen op het strand als de moeder op zoek is naar eten. Soms zijn ze tot wel 8 uur alleen.
Dit kan voor de pups geen kwaad, maar mensen denken vaak dat pups die alleen zijn ook in nood zijn en dit is niet altijd het geval.
Het beste is om ze met rust te laten en ze van een afstand in de gaten te houden. Bij twijfel over de situatie kan je een zeehondenopvang of 144 bellen voor advies of om een melding te doen.
Let op: op 4 juni 2020 is het Zeehondenakkoord getekend en van kracht gegaan. Dit akkoord moet het onnodig opvangen van zeehonden verminderen.
In het akkoord staat ook dat het voor de veiligheid van het dier en de mens verboden is om zelf actie te ondernemen. Houd daarom afstand en raak de dieren vooral niet aan.
Alleen zeehondenwachters, die in contact staan met het opvangcentrum van dat gebied, mogen de zeehonden helpen. De opvangcentra bepalen zelf of een zeehond wordt opgevangen.

De gewone zeehond De grijze zeehond
Een pollenallergie is een bekende allergie bij honden en katten. Maar dieren kunnen ook allergisch zijn voor bepaalde mijtsoorten, huidschilfers van andere dieren en stuifmeel.
Zodra stuifmeel door de lucht vliegt dan krijgt het dier er last van. De meest voorkomende klachten zijn dan roodheid van de huid, jeuk, oorontstekingen en ontstekingen tussen de teentjes en ontstekingen aan de anaalklieren. Deze klachten krijgen zij in plaats van niezen.
Sommige dieren krijgen ook last van de pootjes na het lopen in het gras. Ze likken en kluiven dan aan de kussens op de pootjes. Maar ook geïrriteerde ogen, astmatische klachten op de longen en korstjes kunnen voorkomen.
Heeft jouw dier erg last van deze symptomen? Bezoek dan even de dierenarts. Bij honden is een pollenallergie heel gemakkelijk uit te sluiten door middel van een bloedonderzoek.
Vaak zijn de klachten te verminderen met medicijnen. Bij mensen werkt antihistaminica goed tegen hooikoorts en allergieën, maar bij dieren heeft antihistaminica eigenlijk geen effect. Er zijn wel soortgelijke middelen die speciaal voor dieren zijn ontwikkeld en wel effect hebben.
Let goed op je huisdier met warm weer. Sommige dieren kunnen hun warmte slecht kwijt en dan is er kans op oververhitting. Maar let op: oververhitting kan gevaarlijk en zelfs dodelijk zijn! Hoe merk je of jouw lieverd veel last heeft van de hitte? En wat kan je doen om het prettiger te maken? Met onze warmtetips maak jij het warme weer fijner voor jouw dier.
Honden kunnen hun warmte alleen kwijt door te hijgen. Behalve in hun voetzooltjes hebben ze nergens zweetklieren. Honden hebben het dan ook snel warm dus zorg er voor dat je hond bij warm weer een plek in de schaduw heeft. Laat hem of haar dan ook nooit achter in een auto of een warme tent/caravan!
> Lees hier meer warmtetips voor honden
Katten raken hun lichaamswarmte kwijt doordat de bloedvaatjes in de huid zich verwijden en daarnaast raakt de kat ook warmte kwijt door zich te likken. Ondanks deze uitstekende manieren kunnen katten toch lijden onder de hitte, dat is de reden waarom katten hoge temperaturen vermijden.
> Lees hier meer warmtetips voor katten
Cavia's en ratjes kunnen niet zweten zoals wij. Zij hebben geen zweetklieren op het lichaam, cavia's hebben aan de onderkant van de voetzolen hebben een paar zweetklieren en ratten raken de warmte kwijt via hun staart.
> Lees hier de warmtetips voor cavia's en ratjes
Warm weer kan erg gevaarlijk zijn voor konijnen. Bij buitentemperaturen boven de 23 graden wordt het al kritisch voor konijnen. De knaagdieren hoeven niet pal in de zon te staan om te overlijden, de hete lucht kan ze al fataal worden.
> Lees hier de warmtetips voor konijnen
Vogels gaan op hun eigen manier om met de warmte. Hun lichaamstemperatuur is hoger dan bij zoogdieren dus vogels raken minder snel oververhit als de buitentemperatuur stijgt. Bij warm weer zie je vogels met een opengesperde snavel, snel maar ondiep, ademen. Op deze manier verdampen zij vocht uit hun mondholte, waardoor ze afkoelen.
> Lees hier de warmtetips voor vogels
Paarden kunnen best goed tegen de warmte, doordat ze heel gemakkelijk zweten en daardoor goed afkoelen. Hieronder een aantal tips om je paard tijdens warme dagen een handje te helpen.
> Lees hier de warmtetips voor paarden
De Europese wolf (Canis lupus lupus) is te vinden van Spanje, Duitsland en Scandinavië tot aan de steppen van China. Maar sinds 2015 is deze soort ook weer te zien in Nederland, voor het eerst in honderdvijftig jaar tijd. Inmiddels hebben een aantal Europese wolven een eigen territorium ingenomen op de noordelijke Veluwe.
1. Zeldzaam
De Europese of Euraziatische wolf wordt maar zelden gezien. Als je er eentje tegenkomt in het wild heb je dus ontzettende mazzel. De wolf ziet er een beetje uit als een grote, onopvallend getekende hond met een weinig beweeglijke staart. Hij heeft spitse oren die verder uit elkaar staan dan bij een hond. Vanwege hun goede schutkleur en een natuurlijke angst voor mensen zijn wolven moeilijk te spotten.
2. Leven in groepen
Wolven leven in roedels die gemiddels twee tot tien dieren tellen. Een roedel is eigenlijk een familie van wolven want hij bestaat uit een koppel, hun welpjes van dit jaar en de jongen van vorig jaar die al vergroeid zijn. De jongvolwassen wolven gaan als ze ongeveer twee jaar zijn, zwerven om een plekje te vinden waar ze hun eigen roedel kunnen starten met een partner.
3. Wat eet een wolf?
Wolven zijn roofdieren en eten zo'n drie kilo vlees en dan kunnen ze er weer lang tegenaan. Een wolf kan zelfs twee weken zonder eten. Wolven eten allelei prooidieren: van zwijnen, herten en elanden tot aan knaagdieren, zoals muizen, ratten en bevers. Omdat wolven zoveel mogelijk buit willen voor een zo klein mogelijke inspanning, zijn het voornamelijk oude en zwakke dieren die ten prooi vallen. Herders en veehouders kunnen hun schapenkudde veiligstellen met een stroomafrastering en honden.
4. Zwemmer en loper
Er is niet veel dat een wolf tegenhoudt. Hij kan grote afstanden lopen en uitstekend zwemmen, wat nodig is in een territorium van zo'n tweehonderd vierkante kilometer. In één nacht kan een wolf makkelijk zeventig kilometer afleggen. Inmiddels is gebleken dat wolven rivieren, snelwegen en drukke gebieden doorkruisen, al doen ze dit meestal 's nachts.
5. Cultuurvolger
Wolven zijn dieren die in heel verschilende leefomgevingen kunnen wonen. Zo wonen ze in het noorden op toendra's en in het oosten op de steppen en in West-Europa in gebergtes en bossen. Maar ook landschappen die door de mens zijn ingericht, vormen geen probleem voor de wolf. Zo leven er in Duitsland roedels tussen de dorpen, akkers, mijnen en bossen en in Zuid- en Oost-Europa jagen ze zelfs in de stad. De wolf blijkt een cultuurvolger te zijn.
6. Mythe van gevaarlijk dier
De wolf heeft ten onrechte het imago van een gevaarlijk dier. Voor mensen is hij namelijk helemaal niet gevaarlijk. Sterker nog: de wolf is banger voor jou dan jij voor hem! Jaarlijks gaan miljoenen mensen probleemloos op vakantie naar gebieden waar wolven leven. Zolang je een wolf niet in het nauw drijft, levert hij doorgaans geen gevaar voor de mens op.
7. Wolf in Nederland
De eerste wolf die zich in 2018 in Nderland vestigde op de Noord-Veluwe, een vrouwtje, heeft inmiddels negen welpjes grootgebracht met de mannelijke wolf die haar in 2019 vergezelde. Van die negen krijgt er dit jaar mogelijk eentje zelf weer nakomelingen. Een andere moederwolf op de Midden-Veluwe krijgt dit voorjaar voor de derde keer welpjes. We kunnen dan ook zeggen dat de wolf zich opnieuw heeft gevestigd in Nederland.
Bron: #samenvoordieren jaargang 3, uitgave 2
Egels leven tijdens de winterslaap van de vetreserves die ze in de maanden daarvoor hebben opgebouwd. Daarom is het belangrijk dat een egel in de herfst genoeg voedsel kan vinden om sterk de winter in te gaan.
Egels gaan in Nederland meestal vanaf eind november in winterslaap. Jonge egels beginnen daar vaak later mee en kruipen meestal pas eind december in hun nest. Als een egel in april wakker wordt uit zijn winterslaap, is hij vaak mager en erg hongerig. Tijdens de winterslaap verliest een egel namelijk bijna 25 procent van zijn lichaamsgewicht. Na het ontwaken gaat de egel daarom direct op zoek naar voedsel om weer op krachten te komen.
Egels eten vooral kevers, rupsen en regenwormen. Je kunt egels ook een beetje helpen door een schaaltje water en een bakje met kleine, harde kattenbrokjes neer te zetten. Dit kun je eventueel aanvullen met nat kattenvoer.
Let er wel op dat de brokjes een eiwitgehalte van minstens 34 procent hebben. Geef egels geen meelwormen. Meelwormen bevatten te veel fosfor, waardoor de calcium-fosforverhouding uit balans raakt. Daardoor kunnen de botten van egels zwakker worden en sneller breken.
In het najaar en de winter kun je op onverwachte plekken egels in winterslaap vinden. Dat wordt soms verward met een dode egel. Een egel in winterslaap ademt namelijk heel weinig en onregelmatig. Ook kan het dier koud aanvoelen en wat stijf lijken.
De lichaamstemperatuur van een egel kan tijdens de winterslaap dalen tot wel 2 graden Celsius. Kijk daarom altijd eerst goed voordat je iets doet. Begraaf een egel nooit zomaar.
Egels gaan niet open en bloot in winterslaap. Ze zoeken daarvoor een veilig winternest, bijvoorbeeld onder bladeren, takken of in een beschutte hoek van de tuin. Mensen vinden egels in winterslaap vaak per ongeluk als ze in de winter in de tuin werken, bijvoorbeeld bij het weghalen van een hoop bladeren. Het is dan belangrijk om de egel met rust te laten en weer goed toe te dekken.
Een verstoorde egel reageert soms bijna niet. De stekels kunnen heel subtiel bewegen en soms maakt de egel een zacht blazend geluid. Je kunt wat water en een beetje voer neerzetten voor het geval de egel wakker wordt. Meestal gaat de egel daarna vanzelf weer verder met zijn winterslaap.

Als je een zieke/zwakke egel vindt (zoals op deze foto), kan je de dierenambulance of egelopvang bellen. Het diertje is ziek en heeft hulp nodig. Zieke of verzwakte egels kunnen door de lage buitentemperaturen erg koud worden. Een onderkoelde egel kan ook dood lijken. Bel bij twijfel dus altijd even de dierenambulance.
Wil je egels helpen tijdens de winter? Dan kun je in je tuin zorgen voor veilige schuilplekken. Laat bijvoorbeeld een hoop bladeren liggen, maak een takkenril of richt een rustig hoekje in waar egels een nest kunnen maken. Zo help je egels in winterslaap om veilig de winter door te komen.
Bron: Egelbescherming en Egelwerkgroep Nederland
Scholeksters zijn prachtige vogels, maar het gaat niet zo goed met ze. Hieronder geven we informatie hoe we de scholekster kunnen helpen.
De scholekster is een makkelijk te herkennen vogel. Hij is zwart met wit, heeft roze poten en een lange oranjerode snavel. Het geluid dat hij maakt is een schel en hoog “(te)piet!”, hij wordt daarom ook wel ‘Bonte Piet’ genoemd. Je kent hem misschien van de weilanden of de Waddenzee, maar hij komt tegenwoordig steeds vaker in steden of dorpen voor.
In de lente en in de zomer is hij door heel Nederland te zien. Na de zomer trekken alle scholeksters weer naar de kustgebieden.
Scholeksters komen naar de stad om te broeden op platte (grind)daken. Waarschijnlijk doen ze dit, omdat ze op deze manier meer jongen groot kunnen brengen. Door op daken te broeden zijn ze veiliger voor roofdieren. Doordat de ouders zelf hun jongen voeren kunnen ze die met pendelvluchten van voedsel voorzien.
Helaas is de scholekster de afgelopen decennia snel in aantal achteruitgegaan. De scholekster kan daarom onze hulp goed gebruiken, vooral tijdens het broedseizoen in de stad.
De meeste scholeksters kiezen voor een plat dak met grind. De mannetjes maken ondiepe kuiltjes, die ze versieren met een paar stokjes of steentjes. Nadat het vrouwtje een mooi kuiltje heeft uitgekozen legt ze twee tot vier eieren. Na 27 dagen broeden kruipen de kuikens uit het ei.
In tegenstelling tot veel andere vogels hebben ze meteen al dons en gaan ze binnen een dag aan de wandel.
Niet alle jongen worden groot, omdat er bijvoorbeeld niet genoeg voedsel is, of omdat ze worden opgegeten. Dit is een natuurlijk proces. In de stad lopen de jongen echter tegen extra problemen aan. Zo verdwijnen ze vaak via regenpijpen in het riool of raken ze verzwakt door extreem hoge temperaturen op het dak, door gebrek aan beschutting en water. Wat kan helpen is het plaatsen van een bak met water op het dak en die geregeld bijvullen.
Daarnaast is het goed om iets op het dak te plaatsen waar de jongen onder kunnen kruipen, zoals een pallet. Dit zorgt ervoor dat de jongen schaduw hebben en kunnen schuilen als er bijvoorbeeld een meeuw overkomt. Verder kunnen open regenafvoeren eenvoudig worden afgedekt met een boldraadrooster/kraaienkap of een stuk gaas. Dit voorkomt dat de jongen in de afvoer verdwijnen.
Op een gegeven moment vallen of springen de kuikens van het dak af, dit is een riskante situatie die niet alle jongen overleven. Als ze het hebben overleefd lopen ze soms een beetje mank als gevolg van de val, maar meestal herstelt het pootje vanzelf. Het is belangrijk om te weten dat de ouders contact blijven houden met de jongen. Soms zijn ze even afwezig, maar de jongen raken niet “verweesd” en de ouders blijven ook op de grond voor ze zorgen.
Alleen als een kuiken (bijna) niet meer kan lopen, een gebroken poot of vleugel heeft of door een kat is gegrepen, is het raadzaam om de Dierenambulance in te schakelen. In alle andere situaties is het beter om de jongen bij de ouders te laten!
Mocht het zo zijn, dat de kuikens zich op een gevaarlijke plek bevinden, bijvoorbeeld langs een drukke autoweg, dan kan het verstandig zijn om ze op te pakken en naar een veiliger plek te brengen, zoals een grasveldje in de buurt. Het is belangrijk om het jong tijdens het verplaatsen hoog in de lucht te houden, bv. in een open mandje, zodat de ouders het jong kunnen blijven volgen.
Als de jongen van het dak afgegaan zijn, gaan ze de ouders achterna. Die roepen hen en nemen hen mee naar een plek waar voedsel is. Het nest wordt niet meer gebruikt als de eieren zijn uitgekomen. Het terugplaatsen van een jong op het dak heeft dan ook vaak geen zin.
De kans is dan namelijk groot dat ze er direct weer af gaan, met een vernieuwde kans op letsel als gevolg. Wat wel helpt is om de situatie op het dak gunstiger te maken, zodat de kuikens er langer op blijven.
Bron: Stichting Scholekster op het dak
Papegaaien onderhouden dagelijks hun prachtige verenkleed. Het kan zijn dat papegaaien hierin doorslaan en dan verandert dit normale gedrag in een gedragsprobleem waarbij ze opzettelijk de veren beschadigen.
We hebben het dan niet alleen over het uittrekken van veren, maar ook over het bijten op en het rafelen van de veren. Een papegaai die plukt kan flinke beschadigingen aan zijn verenkleed veroorzaken. Maar waarom doet jouw papegaai dit en wat kan je eraan doen?
Dit gedrag komt meestal door verveling, frustratie of stress. Ze missen een soortgenootje of er is te weinig uitdaging.
Het verenplukken kan ook komen door de verkeerde voeding of juist een lichamelijke oorzaak hebben. Jouw vogel kan de bijvoorbeeld last hebben van een tumor of een parasiet. Twijfel je over de oorzaak van het verenplukken? Ga dan langs bij de dierenarts.
Voorkomen is beter dan genezen en dit geldt ook voor verenplukken. Voorkom daarom dat jouw papegaai zich gaat vervelen. Zorg bijvoorbeeld voor gezelschap van een andere papegaai of een geschikte leefomgeving waar jouw papegaai zich niet hoeft te vervelen.
Papegaaien in het wild zijn vier tot acht uur bezig met het zoeken en opeten van hun voedsel. Zorg ervoor dat jouw papegaai voldoende tijd kan besteden aan zijn eten en verstop het voedsel bijvoorbeeld op verschillende plekken in de kooi. Er zijn ook speciale speeltjes waar de voeding in aangeboden kan worden.
Verenplukken is in de meeste gevallen een gedragsprobleem. Verenplukken is een soort verslaving. Wanneer de oorzaak van het verenplukken wordt weggenomen, betekent dit niet meteen dat de vogel stopt met het beschadigen van zijn verenkleed.
Het veerbeschadigende gedrag moet afgeleerd worden. Vraag jouw dierenarts om tips om het verenplukken af te leren.
Sneeuw brengt vaak pret en plezier voor mens en dier. Met temperaturen die flink onder nul liggen en een dik pak sneeuw op de grond, halen we onze muts, handschoenen en sjaal tevoorschijn en pakken we ons extra warm in. Maar hoe helpen we dieren op een veilige manier door de winter? Wij hebben de wintertips per dier op een rijtje gezet.
Klik hier voor wintertips voor je hond
Klik hier voor wintertips voor je kat
Klik hier voor wintertips voor je konijn
Klik hier voor wintertips voor je cavia
Klik hier voor wintertips voor je hamster
Klik hier voor wintertips voor vogels
Klik hier voor wintertips voor watervogels
Klik hier voor wintertips voor je paarden en pony’s
Klik hier voor wintertips voor egels
Bron: LICG / Vogelbescherming / Egelwerkgroep Nederland
De winter is voor vogels een periode waar ze best wat hulp kunnen gebruiken. De koude nachten zijn lang, de dagen om voedsel te zoeken kort. En er is al zo weinig voedsel te vinden in de wintermaanden. Help de vogels met de volgende wintertips.
Voor volièrevogels zijn vocht en tocht de grootste vijanden. Om ze daartegen te beschermen kan je een deel van het gaas afdekken met plastic.
In de winter gebruiken vogels meer energie om zich warm te houden. Geef ze daarom extra krachtvoer zodat de vogels zichzelf goed warm kunnen houden.
Voor vogels in de natuur kun je als extra energiebron vetbollen, zonnebloempitten en pinda’s ophangen. Deze vette producten houden de vogels lekker warm. Let er op dat er geen netjes om de vetbollen zitten. Hier kunnen vogels in verstrikt raken. Wil je zelf vetbollen maken? Klik dan hier.
Bij lichte vorst kan je vers drinkwater aanbieden. Vogels badderen daar ook in. Dit is geen probleem: het water rolt van de ingevette veren, dus bevriest niet.
Bij strenge vorst kan je beter geen open (warm) water aanbieden. Als er geen sneeuw ligt om op te pikken, kan je ijs klein maken zodat ze de ijssplinters kunnen oppikken. Erg koud in de buik, dus het kost energie, maar het voorziet in de vochtbehoefte.
In de winter is een nestkast een goede plek om te schuilen en te overnachten. Dat doen ze niet altijd alleen, sommige vogels kruipen met elkaar in een kastje om zo beter warm te blijven.
Als er overal ijs ligt komen watervogels in de problemen. Op de plekken waar de watervogels zich ophouden, kun je een wak maken. Watervogels moeten zich verschillende keren per dag baden om vervolgens hun verenkleed in te vetten. Als dat niet mogelijk is, raakt hun verenkleed lek en zijn ze niet meer bestand tegen de kou.
Het is het beste om ooievaars niet te benaderen, maar je kan de vogels wel een handje helpen. Ooievaars kunnen een week zonder voedsel, maar niet zonder vocht.
Je kan ooievaars bijvoeren met voer dat te koop is bij dierenwinkels. Dit voer kan je vermengen met lauwwater zodat de vogels met het natvoer ook gelijk vocht binnen krijgen.
Zorg er altijd voor dat de plek sneeuwvrij is zodat ze het voer zien liggen. Let er ook op dat de ooievaars zien dat je het voer neerlegt. Als ze het niet oppakken, dan kan je het voer weghalen om het later nogmaals te proberen totdat ze het snappen. De beste tijden zijn hiervoor 10.00 uur en 16.00 uur.
Voor reigers geldt eigenlijk hetzelfde.
Kippen voelen zich vaak prima in de winter, maar als het erg koud is, moeten ze wel kunnen schuilen in een droog en tochtvrij hok. Dit verblijf moet groot genoeg zijn en er moeten voldoende nestplaatsen aanwezig zijn. Bij kippen bestaat er wel een risico op bevriezing van de lellen en kam. Om dit te voorkomen kan je de kam en lellen insmeren met vaseline.
Bron: LICG / AKKA's Ganzenparadijs / Ooievaarsstation de Lokkerij / Vogelbescherming