Collega Anneroos nam een kijkje achter de schermen bij Stichting de Ezelshoeve en maakte tijdens dit bezoek een leuke vlog. Kijken jullie mee?!
Een tijdje geleden waren onze collega''s Anneroos en Rachelle op bezoek bij Konijnenopvang K''nijn en Ko kijken jullie mee?!
Voor kleine dieren blijken een stevige vervoersmand, die op de grond achter de bijrijdersstoel dwars op de rijrichting geplaatst wordt, een vervoersmand in de kofferruimte die dwars op de rijrichting tegen de achterbank vastgezet wordt, en het speciale dierenzitje de veiligste manieren van vervoer te zijn.
Voor grotere dieren is een stevige reiskennel in de laadruimte, die dwars op de rijrichting tegen de achterbank wordt geplaatst en vastgezet, het beste voor de veiligheid van het dier. Zet indien mogelijk de autogordels op de achterbank vast voor meer stevigheid.
Wat je in ieder geval niet moet doen, is je hond (of kat) vastmaken in de auto met behulp van zijn halsband. Bij hard remmen of een aanrijding krijgt het dier daardoor een harde ruk aan zijn nek waardoor hij zijn nek kan breken of zijn keel, nek en luchtpijp kan beschadigen. Gebruik dus altijd een tuigje als je het dier vastzet, zodat de kracht over het hele lichaam wordt verdeeld.
Knoop ook nooit je dier met de riem ergens aan vast, ook niet bij het gebruik van een tuigje. Bij een botsing wordt de knoop door de klap zo strak aangetrokken dat je hem er heel lastig uit kan krijgen. Mocht je dan na een ongeluk het dier snel uit het voertuig moeten halen, dan lukt dit niet.
Binnen korte tijd kan de temperatuur in de auto snel oplopen, dit kan fatale gevolgen hebben voor je dier. Laat je dier dus nooit in de auto achter, ook niet heel even!
Bron: LICG
Je achtertuin is mogelijk voor vele dieren een veilige haven, maar hoe veilig is jouw tuin daadwerkelijk? Wij delen graag deze tips met je zodat je je tuin zo diervriendelijk als mogelijk kan maken.
Heb je een moestuin?
Bron: Hart voor Dieren
Is een schildpad een reptiel of een amfibie? Het antwoord is: een schildpad is een reptiel. Toch is de verwarring goed te begrijpen. Reptielen en amfibieën lijken soms op elkaar. Ze zijn allebei gewervelde dieren en worden vaak koudbloedig genoemd. Maar er zijn ook duidelijke verschillen.
Reptielen zijn gewervelde dieren die hun lichaamstemperatuur vooral regelen met hulp van hun omgeving. Ze zoeken bijvoorbeeld een warme plek in de zon op, of juist schaduw als ze te warm worden.
De huid van reptielen is droog en bedekt met schubben of hoornplaten. Daardoor verliezen ze minder snel vocht dan amfibieën. Reptielen ademen met longen. Veel soorten leven vooral op het land, al zijn er ook reptielen die veel in of bij water te vinden zijn, zoals krokodillen en veel schildpadden.
De meeste reptielen leggen eieren. Die eieren hebben meestal een leerachtige of kalkachtige schaal. Niet alle reptielen doen dat op dezelfde manier. Sommige soorten krijgen levende jongen. Jonge reptielen lijken bij het uitkomen of bij de geboorte al op kleine volwassen dieren. Ze hebben dus geen larvestadium zoals veel amfibieën.
Voorbeelden van reptielen zijn schildpadden, krokodillen, hagedissen, slangen en brughagedissen.
Amfibieën zijn ook gewervelde dieren die hun lichaamstemperatuur vooral laten afhangen van hun omgeving. Hun huid is heel anders dan die van reptielen. Amfibieën hebben een dunne, vochtige en goed doorlaatbare huid. Daardoor kunnen ze snel uitdrogen en zijn ze gevoelig voor veranderingen in hun leefomgeving.
Veel amfibieën leven een deel van hun leven in het water en een deel op het land. Voor hun voortplanting zijn ze meestal afhankelijk van zoet water. Daar worden de eieren afgezet en daar groeien de larven op. Denk bijvoorbeeld aan kikkervisjes, die later veranderen in volwassen kikkers of padden.
Volwassen amfibieën ademen vaak met longen en via hun huid. Bij jonge amfibieën, zoals larven, spelen kieuwen vaak een belangrijke rol.
Voorbeelden van amfibieën zijn kikkers, padden en salamanders.
Een reptiel herken je meestal aan een droge huid met schubben of hoornplaten. Reptielen ademen met longen en jonge reptielen lijken al op kleine volwassen dieren.
Een amfibie heeft juist een dunne, vochtige huid. Veel amfibieën zijn voor hun voortplanting afhankelijk van water. Hun jongen beginnen vaak als larve en veranderen later van vorm.
Reptielen en amfibieën hebben ook overeenkomsten. Ze zijn allebei gewervelde dieren en hun lichaamstemperatuur hangt sterk af van hun omgeving. Daarom zie je ze vaak op plekken waar ze kunnen opwarmen, schuilen of afkoelen.
Soms komen reptielen en amfibieën in hetzelfde gebied voor. Dat gebeurt vooral op plekken waar land en water dicht bij elkaar liggen, zoals poelen, sloten, oevers, heidegebieden en natte natuurgebieden.
Er bestaan ook reptielen en amfibieën met gifstoffen of een andere vorm van verdediging. Sommige dieren hebben felle kleuren als waarschuwing voor vijanden. Maar let op: een felle kleur betekent niet automatisch dat een dier gevaarlijk is. In de natuur heeft kleur veel verschillende functies.
Reptiel
Amfibie
Zo haal je reptielen en amfibieën voortaan makkelijker uit elkaar. Kijk vooral naar de huid, de ademhaling, de voortplanting en de manier waarop jonge dieren opgroeien.
Xylitol wordt onder andere gebruikt als kunstmatige zoetstof in snoep, kauwgom, sommige light producten (bv ontbijtkoek), tandpasta en sommige producten voor diabetici. Bij honden heeft xylitol een andere werking dan bij de mens. Het zorgt ervoor dat er veel insuline in de bloedbaan wordt vrijgegeven, waardoor de hoeveelheid suiker in het bloed flink daalt. Al vanaf een half uur na inname kan dit symptomen veroorzaken als braken, zwakte en slapheid, toevallen, leverfalen en coma, waarna de hond kan overlijden. Als je de inname direct opmerkt, neem dan contact op met je dierenarts en laat je hond in de tussentijd alvast kleine hoeveelheden eten om zo te proberen de symptomen te voorkomen.
Het drinken van zoutwater of eten van veel zout kan tot een zoutvergiftiging leiden bij dieren. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij honden die veel zeewater drinken.
Symptomen ontstaan vaak snel na inname (30-60 minuten) en bestaan uit braken, diarree, een ‘dronken’ gang, koorts, gevolgd door toevallen en coma. Deze vergiftiging is lastig te behandelen, neem daarom direct contact op met je dierenarts.
Voorkom dat je hond veel zeewater drinkt door zelf drinkwater mee te nemen en hem daarvan te laten drinken als je naar het strand gaat.
Gelukkig komt het niet heel veel voor, maar wij willen jullie toch waarschuwen om leed te voorkomen. Een Himalayazoutlamp bestaat uit zout en honden en katten zijn nieuwsgierig van aard. Het kan dus voorkomen dat zij gaan likken aan de lamp. Let op dat jouw hond of kat niet aan deze lamp likt. Zo krijgen zij ook teveel zout binnen.

NB: soms wordt bij vergiftigingen aangeraden een hond te laten braken door hem zout te geven. Doet dit nooit, ook dan kan een zoutvergiftiging ontstaan waaraan het dier kan komen te overlijden!
Zorg dat je vakantie goed geregeld is, ook voor je huisdier. Nu is het moment om een aantal belangrijke zaken te controleren. Wacht niet tot vlak voor vertrek, want soms ben je dan te laat!
Als je dier mee gaat naar het buitenland, moeten er in de eerste plaats een chip, paspoort en vaccinaties geregeld worden. Maar hier houdt het nog niet op... Ga na wat de invoereisen zijn en houd er rekening mee dat niet elk hondenras overal welkom is! Een goed begin zijn de pagina’s van LICG over invoereisen in en buiten Europa. Maar denk ook aan dierziekten die in het buitenland voor kunnen komen en zorg voor bestrijding van parasieten. Overleg dit goed met je dierenarts.
Check bij het boeken van het hotel of de camping of jouw huisdier wel welkom is. Meestal staat dit in de voorwaarden of in de huisregels van het verblijf. Tip: hang een 'niet storen' bordje op als het dier aanwezig is in de hotelkamer. Zo kan het dier niet wegglippen als het personeel de deur opent.
Hoe ga je je dier vervoeren? En is dat wel veilig voor je dier, jezelf en je gezinsleden? Los in de auto is bijvoorbeeld een heel slecht idee... Hoe je je dier dan wel veilig in de auto meeneemt lees je in het dierenweetje 'Hoe vervoer je je dier veilig in de auto'.
Gaan jullie het water op? Dan is het ook goed om eens na te denken over de veiligheid van je hond aan boord van de boot. We hebben een aantal veiligheidstips voor je op een rijtje gezet. Lees het hier.
Neem je je huisdier niet mee op vakantie? Dan heb je hopelijk al een pension of een oppas geregeld. Zo niet, doe het dan nu! Heb je een oppas voor je dier? Ga dan nog eens na of de afspraken duidelijk zijn. Zet de gegevens over de verzorging van je dier op papier, en laat je vakantieadres en contactgegevens achter.
Een geschikt pension vinden kan lastig zijn, maar deze checklist helpt jou de juiste keuze te maken.
Mee of niet: zorg in elk geval voor voldoende voorraad van voer, medicijnen en andere benodigdheden en denk ook aan een EHBO-doos. Je oppas wil niet misgrijpen en in het buitenland is wellicht niet alles te krijgen wat je in Nederland voor je dier gebruikt.
Bedenk dat het in de zomer flink warm kan worden, zowel in de auto als misschien in je huis of het dierenverblijf in de tuin. Ga na wat je daar aan kunt doen en instrueer de oppas. Hetzelfde geldt natuurlijk als je op wintersport gaat of als je dier thuis blijft en het erg koud wordt. Ook dan zijn er een aantal zaken waar je rekening mee kunt houden.
Zorg ervoor dat de parasietenbestrijding op orde is. Je wil natuurlijk niet thuiskomen in een huis vol vlooien… En in een pension is vlooien- en wormenbestrijding vaak een voorwaarde. Gebruik altijd een middel dat speciaal voor je huisdier bedoeld is. Gebruik nooit een middel tegen vlooien bij honden op je kat, dit kan dodelijk zijn! Lees hier meer over vlooienmiddelen bij dieren.
Natuurlijk zorg je dat je hond of kat (maar eventueel ook je konijnen!) gechipt is en dat de registratie up to date is. Mocht je dier weglopen, dan is de kans dat je herenigd kan worden veel groter! Check dus nog even of je (nieuwe) adres en telefoonnummer wel goed in de database staan. Meer lezen over de noodzakelijkheid van chippen én registreren doe je hier.
Bron: LICG
Thuis
Buiten
Bron: Hart voor Dieren
In de maanden mei tot juli kan het zomaar voorkomen dat een zwerm bijen neerstrijkt in je tuin of nabije omgeving. In deze maanden vermeerderd een bijenvolk zich. Dit doen zij door een zogenaamde zwerm. Een flink gedeelte van het volk, enkele duizenden bijen, gaat er vandoor met de koningin in hun midden. Ze gaan op zoek naar een nieuw onderkomen. Voordat ze dit hebben gevonden maakt de zwerm een tussenstop. Ze vormen een klont bijen aan een boomtak, een hekje of een dakrand. Daar blijven ze een paar uur tot soms een paar dagen hangen. In de tussentijd gaan de verkenners op zoek naar een nieuw ‘huis’. Hoewel een bijenzwerm er dreigend uit kan zien, is het niet gevaarlijk. Bijen zijn er niet op uit om te steken. Ze zijn alleen op doorreis en hebben niets te verdedigen.
Bron: www.bijenhouders.nl