De vos (Vulpes vulpes) is één van de grootste roofdieren in Nederland. Je kent hem ook als de rode vos of de gewone vos. In dit artikel lees je over vossen: van vossenwelpjes tot het leefgebied en wat vossen eten.
Vossen leven in bijna heel Nederland. Je vindt ze in bossen en natuurgebieden, maar ook op heide, in duinen, polders en landbouwgebieden. Ze zitten ook in en rond dorpen en steden, bijvoorbeeld in parken en groenstroken. Het territorium van een vos ligt vaak tussen 100 en 400 hectare.
Als er veel voedsel is, is het leefgebied kleiner. Als eten schaars is, wordt het territorium groter, omdat de vos verder moet zoeken. Als je een vos in de tuin ziet, is dat meestal niet gevaarlijk. Een vos loopt vaak door op zoek naar eten. Blijf rustig en houd afstand. Voer de vos niet.
De vos is een alleseter. De vos hoort bij de carnivoren, maar hij eet niet alleen vlees. Het voedsel van de vos bestaat vooral uit muizen, ratten, woelmuizen en andere kleine knaagdieren. Daarnaast eet een vos ook vogels, insecten, regenwormen en soms eieren. In andere seizoenen vult hij zijn menu aan met fruit, bessen en andere vruchten.
Een gezonde vos is voor mensen meestal niet gevaarlijk en vermijdt contact. Problemen ontstaan vooral als je hem voert, probeert te aaien of als hij in het nauw komt. Bijten of krabben kan, net als bij elk wild dier, gebeuren als je te dichtbij komt. Ook kunnen vossen parasieten of huidproblemen hebben, zoals schurft, en ze kunnen ziektekiemen bij zich dragen.
Vossen kunnen een hoop verschillende geluiden maken. Van schril gekef tot pauwachtig geroep en van kleine blafjes tot klokkende geluidjes. Ze communiceren ook met lichaamstaal, bijvoorbeeld met houding en staart.
Vossen worden ongeveer 35 tot 40 centimeter hoog met een kop-romplengte van 58 tot 90 centimeter en een staartlengte tussen de 30 en 50 centimeter. Mannetjesvossen, ook wel rekels genoemd, zijn over het algemeen groter dan de vrouwtjes, de moeren.
De draagtijd van een vrouwtjesvos is ongeveer 53 dagen. Een worp telt meestal vier tot zes welpjes. De paartijd valt in de winter, waardoor moeren tussen maart en mei werpen. De eerste vier weken blijven de jonge vosjes meestal in het hol waar ze geboren zijn. Na ongeveer twaalf dagen openen vossenwelpjes voor het eerst hun oogjes.
Als de vos in gevaar is, kan hij tijdens een sprint een topsnelheid van vijftig kilometer per uur halen. Ook springen kan hij goed: tot wel vijf meter ver en twee meter hoog.