Marterachtigen zijn een bijzondere groep dieren die je in Nederland en ver daarbuiten kunt tegenkomen. Misschien ken je de steenmarter, de bunzing of de otter wel. Al deze dieren horen bij dezelfde familie: de marterachtigen. Ze zijn klein tot middelgroot, heel behendig en vaak erg slim. In dit artikel vertellen we je meer over deze leuke, maar soms ook ondeugende dieren.
Marterachtigen zijn roofdieren met een lang, slank lichaam en korte pootjes. Ze hebben scherpe tanden en kunnen heel goed jagen. Veel soorten leven alleen en beschermen hun eigen gebied. Het zijn roofdieren. Hun voedsel bestaat vaak uit kleine dieren zoals muizen of vogels. Maar sommige soorten eten ook vis, insecten of bessen.
In ons land komen meerdere marterachtigen voor:
Marterachtigen spelen een belangrijke rol in de natuur. Ze zorgen ervoor dat er niet te veel muizen of ratten zijn en houden zo het evenwicht in stand. Daarnaast zijn ze een teken van een gezonde leefomgeving. Vooral de aanwezigheid van otters en dassen laat zien dat er genoeg natuur en schoon water is.
Marterachtigen lijken soms sterk op elkaar, maar als je goed kijkt zie je duidelijke verschillen. In Nederland kom je vooral de wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter en boommarter tegen.
De wezel is het kleinste roofdier van Europa. Hij wordt hooguit 27 centimeter lang en weegt nauwelijks meer dan 100 gram. Zijn rug is roodbruin, zijn buik wit. De overgang tussen die kleuren is vaak onregelmatig en vlekkerig. Zie je dus een heel klein, slank roofdiertje voorbij schieten? Dan is dat waarschijnlijk een wezel.

De hermelijn lijkt sterk op de wezel, maar is groter. Hij kan ongeveer tot 40 centimeter lang worden. Het duidelijkste verschil tussen hermelijn en wezel zie je aan de staart: de hermelijn heeft altijd een zwarte staartpunt. In de winter kleurt zijn vacht helemaal wit, maar die zwarte punt blijft zichtbaar. Hermelijnen zijn jagers en zowel overdag als ’s nachts actief.

De bunzing is goed te herkennen aan zijn masker. Rond de ogen loopt een lichte tekening, waardoor het lijkt alsof hij een bril draagt. Zijn vacht is donkerbruin met een lichtere onderzijde. Bunzings kunnen wel 60 centimeter lang worden. Ze leven vaak in landbouwgebieden en boerderijen, waar ze muizen en ratten vangen maar ook insecten en vruchten eten.
De steenmarter is de soort die je het vaakst in de buurt van mensen ziet. Hij heeft een bruin-grijze vacht met een grote, witte keel- en borstvlek. Volwassen mannetjes kunnen tot 75 centimeter lang worden. Steenmarters staan bekend om hun nieuwsgierige gedrag: ze kruipen soms in woningen of onder auto’s, waar ze graag aan kabels knagen.
De boommarter lijkt sterk op de steenmarter, maar zijn keelvlek is geelachtig in plaats van wit. Bovendien leeft de boommarter niet bij mensen, maar diep in de bossen. Het is een uitstekende klimmer die zich vaak in holle bomen of oude spechtenholen verschuilt.
