Is een schildpad een reptiel of een amfibie? Het antwoord is: een schildpad is een reptiel. Toch is de verwarring goed te begrijpen. Reptielen en amfibieën lijken soms op elkaar. Ze zijn allebei gewervelde dieren en worden vaak koudbloedig genoemd. Maar er zijn ook duidelijke verschillen.
Reptielen zijn gewervelde dieren die hun lichaamstemperatuur vooral regelen met hulp van hun omgeving. Ze zoeken bijvoorbeeld een warme plek in de zon op, of juist schaduw als ze te warm worden.
De huid van reptielen is droog en bedekt met schubben of hoornplaten. Daardoor verliezen ze minder snel vocht dan amfibieën. Reptielen ademen met longen. Veel soorten leven vooral op het land, al zijn er ook reptielen die veel in of bij water te vinden zijn, zoals krokodillen en veel schildpadden.
De meeste reptielen leggen eieren. Die eieren hebben meestal een leerachtige of kalkachtige schaal. Niet alle reptielen doen dat op dezelfde manier. Sommige soorten krijgen levende jongen. Jonge reptielen lijken bij het uitkomen of bij de geboorte al op kleine volwassen dieren. Ze hebben dus geen larvestadium zoals veel amfibieën.
Voorbeelden van reptielen zijn schildpadden, krokodillen, hagedissen, slangen en brughagedissen.
Amfibieën zijn ook gewervelde dieren die hun lichaamstemperatuur vooral laten afhangen van hun omgeving. Hun huid is heel anders dan die van reptielen. Amfibieën hebben een dunne, vochtige en goed doorlaatbare huid. Daardoor kunnen ze snel uitdrogen en zijn ze gevoelig voor veranderingen in hun leefomgeving.
Veel amfibieën leven een deel van hun leven in het water en een deel op het land. Voor hun voortplanting zijn ze meestal afhankelijk van zoet water. Daar worden de eieren afgezet en daar groeien de larven op. Denk bijvoorbeeld aan kikkervisjes, die later veranderen in volwassen kikkers of padden.
Volwassen amfibieën ademen vaak met longen en via hun huid. Bij jonge amfibieën, zoals larven, spelen kieuwen vaak een belangrijke rol.
Voorbeelden van amfibieën zijn kikkers, padden en salamanders.
Een reptiel herken je meestal aan een droge huid met schubben of hoornplaten. Reptielen ademen met longen en jonge reptielen lijken al op kleine volwassen dieren.
Een amfibie heeft juist een dunne, vochtige huid. Veel amfibieën zijn voor hun voortplanting afhankelijk van water. Hun jongen beginnen vaak als larve en veranderen later van vorm.
Reptielen en amfibieën hebben ook overeenkomsten. Ze zijn allebei gewervelde dieren en hun lichaamstemperatuur hangt sterk af van hun omgeving. Daarom zie je ze vaak op plekken waar ze kunnen opwarmen, schuilen of afkoelen.
Soms komen reptielen en amfibieën in hetzelfde gebied voor. Dat gebeurt vooral op plekken waar land en water dicht bij elkaar liggen, zoals poelen, sloten, oevers, heidegebieden en natte natuurgebieden.
Er bestaan ook reptielen en amfibieën met gifstoffen of een andere vorm van verdediging. Sommige dieren hebben felle kleuren als waarschuwing voor vijanden. Maar let op: een felle kleur betekent niet automatisch dat een dier gevaarlijk is. In de natuur heeft kleur veel verschillende functies.
Reptiel
Amfibie
Zo haal je reptielen en amfibieën voortaan makkelijker uit elkaar. Kijk vooral naar de huid, de ademhaling, de voortplanting en de manier waarop jonge dieren opgroeien.