Je huisdier voelt zich thuis vaak veilig en vertrouwd. Toch zijn er in en om het huis dingen waar je goed op kunt letten. Denk aan hete pannen, open apparaten, giftige stoffen, gladde trappen of een vijver in de tuin. Met een paar slimme aanpassingen kun je je huis en tuin veilig maken voor je huisdier.
Vooral jonge dieren zijn nieuwsgierig en ontdekken graag hun omgeving. Door je woning, tuin, schuur en garage regelmatig te controleren, kun je veel ongelukken met huisdieren voorkomen. In dit dierenweetje lees je waar je op kunt letten bij honden, katten, vogels en andere huisdieren.
In huis zijn er veel gewone dingen waar je makkelijk op kunt letten. Denk aan stopcontacten, losliggende matten, vloerkleden of tegels en gladde trappen. Door deze goed te controleren, verklein je de kans dat dieren struikelen, uitglijden of zich bezeren.
Dek stopcontacten af als ze niet worden gebruikt. Maak losliggende kleden goed vast en zorg voor goede verlichting bij trappen. Een traphekje kan helpen om jonge, oude of zieke dieren veilig beneden of boven te houden. Ook kabels kun je het beste netjes wegwerken. Zo voorkom je dat je huisdier eraan knaagt of erin verstrikt raakt.
Ook glazen deuren en glazen wanden vragen om aandacht. Een losvliegende vogel kan tegen glas aanvliegen. Laat je vogel daarom alleen losvliegen in een veilige ruimte. Doe gordijnen of lamellen dicht, of hang iets zichtbaars voor de ruit.
Een open haard, kachel of andere warmtebron kun je goed afschermen. Met een stevig haardscherm voorkom je dat dieren te dicht bij het vuur komen. Zo kan iedereen veilig genieten van de warmte in huis.
De keuken is een plek waar je makkelijk extra veiligheid kunt bieden. Hete pannen, kokend water en scherpe voorwerpen kun je het beste buiten bereik van je huisdier houden. Zet hete pannen en ketels niet op de rand van de kookplaat. Houd dieren liever uit de keuken tijdens het koken.
Let ook goed op wasmachines en drogers. Katten kunnen een open wasmachine of droger zien als een warme en fijne slaapplek, zeker als er wasgoed in ligt. Sluit de deuren van deze apparaten daarom altijd goed of plaats ze in een afsluitbare ruimte.
Sommige dranken en middelen zijn niet geschikt voor huisdieren. Alcohol, koffie en cola kun je daarom beter uit de buurt houden. Geef je huisdier gewoon vers water.
Ook schoonmaakmiddelen, bestrijdingsmiddelen, afbijtmiddelen, verf en andere giftige stoffen kun je het beste goed opbergen. Zet ze in een afgesloten kast of op een plek waar je huisdier niet bij kan. Zo houd je de omgeving overzichtelijk en veilig.
Ook in de tuin kun je veel doen om je huisdier veilig te laten rondlopen. Ruim tuingereedschap, touw, harken, scharen en heggenscharen na gebruik direct op. Hang ze veilig op of berg ze op in een afgesloten kast.
Let ook op met een robotmaaier. Gebruik deze liever niet ’s nachts. Dieren zoals egels zijn vooral in de avond en nacht actief. Egels kunnen ernstig gewond raken door een robotmaaier. Controleer altijd de tuin voordat je hem aanzet.
Heb je een vijver of zwembad? Dan is het goed om te zorgen dat huisdieren er niet zomaar in kunnen vallen. Dek een vijver of zwembad goed af of plaats er een hek omheen. Voor egels kun je een trappetje maken of gaas aan de zijkant plaatsen. Zo kunnen ze weer uit het water klimmen als ze erin terechtkomen.
Woon je bij een drukke weg? Dan helpt een goede en veilige afscherming van de tuin. Controleer of je huisdier niet onder, over of door de omheining kan ontsnappen.
Voor katten is het extra fijn als ze vooral in de avond en nacht binnenblijven. In het donker is de kans op ongelukken in het verkeer groter. Binnen zitten ze warm, veilig en dichtbij huis.
In Nederland zijn er verschillende dieren die in de winter in rust gaan om de koude maanden door te komen. Sommige dieren houden een echte winterslaap, terwijl andere dieren vooral een winterrust hebben. Veel mensen vragen zich af welke dieren in Nederland een winterslaap houden en hoe dat precies werkt. In dit artikel lees je welke Nederlandse dieren in winterslaap gaan, waar ze verblijven en waarom winterslaap zo belangrijk is voor hun overleving.
Een winterslaap is een lange periode waarin een dier bijna niet actief is. De lichaamstemperatuur gaat omlaag, het hart klopt langzamer en het dier gebruikt veel minder energie. Dat is handig, want in de winter is er minder voedsel te vinden. Door in winterslaap te gaan, kan een dier de koude tijd overleven.
Niet alle dieren slapen de hele winter diep. Er is verschil tussen echte winterslaap en winterrust. Bij een echte winterslaap daalt de lichaamstemperatuur sterk. Bij winterrust slaapt een dier veel, maar wordt het af en toe wakker om te eten of te bewegen.
Er zijn meerdere dieren in Nederland die een winterslaap houden. Dit zijn de bekendste soorten.
De egel is misschien wel het bekendste dier in Nederland dat een winterslaap houdt. Vanaf ongeveer november zoekt de egel een veilige plek, zoals een hoop bladeren, takken of een beschut hoekje in de tuin. Daar maakt hij een nest om de winter door te komen.
Tijdens de winterslaap leeft de egel van zijn vetvoorraad. Daarom is het belangrijk dat egels in de herfst genoeg voedsel kunnen vinden. Een tuin met bladeren, struiken en natuurlijke schuilplekken helpt egels enorm.
Ook vleermuizen houden in Nederland een winterslaap. Ze zoeken daarvoor koele, rustige en donkere plekken op, zoals kelders, bunkers, grotten, vleermuiskasten en spouwmuren. Tijdens de winter mogen vleermuizen niet worden gestoord. Als ze wakker worden, verbruiken ze veel energie en kan dat gevaarlijk zijn voor hun overleving.
Vleermuizen zijn in Nederland beschermde dieren. Hun verblijfplaatsen mogen daarom niet zomaar worden weggehaald of afgesloten. Je kunt ze wel helpen door een vleermuiskast te bouwen of plaatsen.
De hazelmuis komt in Nederland niet veel voor, maar is wel een dier dat een echte winterslaap houdt. Hij maakt een nest dicht bij de grond, vaak tussen bladeren of onder struiken. Daar slaapt hij een groot deel van de winter.
De hazelmuis is zeldzaam in Nederland. Daarom is bescherming van natuurgebieden extra belangrijk voor deze soort.
Veel amfibieën in Nederland gaan in de winter in rust. Denk aan kikkers, padden en salamanders. Zij schuilen bijvoorbeeld onder bladeren, boomwortels, stenen of in de modder. Sommige soorten brengen de winter door op de bodem van een sloot of vijver.
Ze zijn in deze periode erg kwetsbaar. Het verstoren van hun schuilplek kan slecht voor ze aflopen.
Niet alle dieren houden een echte winterslaap. Sommige dieren hebben winterrust. Ze zijn minder actief, maar slapen niet diep en kunnen tussendoor wakker worden.
Voorbeelden van dieren in Nederland met winterrust zijn:
Deze dieren blijven vaak in hun nest of burcht als het koud is, maar komen op mildere dagen soms naar buiten.
Dieren in Nederland zoeken in de winter plekken die veilig, stil en beschut zijn. Denk aan:
Daarom is het slim om in de herfst niet meteen alle bladeren en takken uit de tuin op te ruimen. Een rommelhoekje in de tuin kan voor een dier het verschil maken tussen leven en dood.
Wil je dieren in Nederland helpen tijdens hun winterslaap of winterrust? Dan kun je een paar simpele dingen doen.
Met deze kleine stappen maak je jouw tuin veel geschikter voor dieren die in Nederland een winterslaap houden.
Winterslaap is voor veel dieren een slimme manier om energie te sparen. In de winter is er minder eten en is het vaak koud en nat. Door tijdelijk bijna stil te leven, kunnen dieren deze moeilijke periode overleven. Zonder goede schuilplekken en rust wordt dat veel lastiger. Veel dieren zijn afhankelijk van deze rustige plekken om veilig de winter door te komen.
Je huisdier drinkt minder, is sloom of voelt anders aan dan normaal. Misschien twijfel je: is dit gewoon een mindere dag, of is er iets ernstigers aan de hand? Uitdroging bij een hond of kat kan snel gevaarlijk worden. Gelukkig zijn er signalen waar je op kunt letten, zoals de zogenaamde turgor van de huid.
Hoe test je dat? Heb je wel eens aan je huid getrokken om te kijken of hij meteen terugveert? Deze test heet in medische termen turgor. Een simpele graadmeter die laat zien hoe goed je lichaam (of dat van je dier) gehydrateerd is. Goed om te weten: deze test kun je ook gebruiken bij honden en katten.
Je leest hier hoe je uitdroging bij hond en kat herkent, wat turgor betekent en wat je moet doen bij twijfel. Liever direct de Eerste Hulp Bij Dieren-video bekijken? Klik dan hier!
Bij uitdroging heeft je huisdier te weinig vocht in het lichaam. Dit kan ontstaan doordat een dier te weinig drinkt, maar ook door verlies van vocht, bijvoorbeeld door braken, diarree of warmte. Vocht is essentieel voor het lichaam. Het helpt bij de werking van organen, de bloedsomloop en het reguleren van de lichaamstemperatuur.
Daarom is het belangrijk om uitdroging bij hond en kat te herkennen voordat het ernstig wordt.
Turgor is een manier om te controleren of je huisdier voldoende gehydrateerd is. Het zegt iets over de elasticiteit van de huid. Je kunt dit eenvoudig testen door voorzichtig een stukje huid op te tillen, bijvoorbeeld in de nek, en los te laten. Bij een goed gehydrateerd dier veert de huid direct terug. Dit noemen we een normale turgor. Blijft de huid even staan of komt deze langzaam terug? Dan kan er sprake zijn van uitdroging.
De turgor test bij hond en kat is een snelle eerste check, maar geen vervanging voor een dierenarts.
Uitdroging kan zich op verschillende manieren laten zien. Let goed op veranderingen in gedrag en uiterlijk:
Hoe ernstiger de uitdroging, hoe duidelijker de symptomen worden.
Uitdroging kan verschillende oorzaken hebben. Vaak is het een combinatie van te weinig vocht opnemen en te veel vocht verliezen. Bijvoorbeeld bij warm weer, ziekte, diarree of braken kan een dier snel uitdrogen. Ook oudere dieren of zieke dieren lopen extra risico. Daarom is het belangrijk om alert te zijn, vooral bij kwetsbare dieren.
Denk je dat je huisdier uitgedroogd is? Wacht dan niet te lang. Zorg dat je huisdier altijd toegang heeft tot vers drinkwater. Als je dier niet wil drinken, kan dat een teken zijn dat er meer aan de hand is. Bij lichte twijfel kun je extra goed observeren, maar bij duidelijke symptomen is het belangrijk om contact op te nemen met de dierenarts. Uitdroging kan snel verergeren, dus bij twijfel: altijd bellen.
In sommige situaties is uitdroging direct gevaarlijk. Als je huisdier niet meer drinkt, blijft braken, ernstige diarree heeft of erg sloom is, moet je direct contact opnemen met de dierenarts. Snelle behandeling kan het verschil maken.
Wil je precies weten hoe je uitdroging bij hond en kat herkent en hoe je de turgor test uitvoert? In de Eerste Hulp Bij Dieren-video legt dierenarts Piet Hellemans stap voor stap uit wat je moet doen.
Niet gevonden wat je zocht? Bekijk de veelgestelde vragen en klik op het plusje (+) om het antwoord te bekijken.
Til voorzichtig een stukje huid op, bijvoorbeeld in de nek, en laat los. Veert de huid snel terug? Dan is dat normaal. Blijft de huid staan? Dan kan er sprake zijn van uitdroging.
Niet altijd. Bij oudere dieren of dieren met overgewicht kan de huid anders reageren. Gebruik het als hulpmiddel, maar niet als enige beoordeling.
Ja, natvoer bevat meer vocht en kan helpen om de vochtinname te verhogen.
Alleen als je zeker weet dat je dier goed kan slikken. Overleg bij twijfel met de dierenarts.
Twijfel je soms of je het wel goed aanpakt met je huisdier? Je bent niet de enige. Juist daarom hebben we een uitgebreide reeks Eerste Hulp Bij Dieren-video’s gemaakt. Van nagels knippen en konijnen koppelen tot omgaan met een hond die bang is voor de dierenarts, en zelfs begeleiding bij het moeilijke moment van afscheid nemen.
Ontdek alle video’s en word zelfverzekerder in de zorg voor je huisdier. Klik hier en bekijk de complete serie.
In het voorjaar en de zomer worden veel jonge vogels gevonden op de grond. Dat ziet er zielig uit, maar vaak is er niets mis. Neem je zo’n jonge vogel toch mee terwijl de ouders nog in de buurt zijn, dan wordt dat chicknapping genoemd.
Jonge vogels verlaten het nest vaak voordat ze goed kunnen vliegen. Ze passen niet meer goed in het nest en moeten buiten oefenen. Dat gaat nog wat onhandig. Ze hippen rond, fladderen een stukje en zitten soms stil in het gras of onder een struik.
De oudervogels zijn meestal nog in de buurt. Je ziet ze alleen niet altijd. Als jij dichtbij staat, blijven ze vaak op afstand. Zodra het rustig is, komen ze meestal terug om hun jong te voeren.
Deze periode is heel belangrijk. Een jonge vogel leert buiten het nest hoe hij moet bewegen, schuilen, eten zoeken en reageren op gevaar. Dat leert hij vooral van zijn ouders.
Natuurlijk bedoelen mensen het goed als ze zo’n vogeltje oppakken. Toch is dat vaak niet nodig. Sterker nog: als je een gezonde jonge uitvlieger meeneemt, haal je hem weg bij zijn ouders. Dierenhulpverleners kunnen veel, maar ze kunnen de oudervogels niet helemaal vervangen.
Een jonge uitvlieger heeft meestal al veren, open ogen en kan vaak hippen, fladderen of een klein stukje vliegen. Soms heeft hij nog een kort staartje en ziet hij er wat stuntelig uit. Dat hoort erbij.
Zit de vogel op een gevaarlijke plek, bijvoorbeeld midden op een fietspad of vlak bij een kat? Zet hem dan voorzichtig op een beschutte plek in de buurt, zoals onder een struik of op een lage tak. Breng hem niet ver weg. De ouders moeten hem kunnen terugvinden.
Een kaal jong of een jong dat nog maar weinig veren heeft, hoort meestal nog in het nest. Zo’n nestjong kan zichzelf nog niet goed warm houden en heeft de zorg van de ouders hard nodig. Kun je het nest vinden en is het jong niet gewond? Dan kun je het voorzichtig terugzetten.
Bel de dierenambulance of een vogelopvang als het jong gewond is, slap of koud aanvoelt, door een kat of hond is gepakt, of als je het nest niet kunt vinden. Doe dat ook bij twijfel. Geef de vogel zelf geen eten of water, want dat kan verkeerd gaan.
Let extra op bij zwaluwen. Huiszwaluwen, boerenzwaluwen en gierzwaluwen horen pas uit het nest te komen als ze goed kunnen vliegen. Vind je zo’n jonge vogel op de grond, vraag dan altijd advies aan een vogelopvang of dierenambulance.
> Lees hier waar je nog meer op kunt letten bij het vinden van een vogel
Zie je een jonge vogel op de grond? Kijk dan eerst rustig van een afstand. Is hij alert, heeft hij veren en zit hij op een veilige plek? Dan kun je hem meestal het beste laten zitten.
Twijfel je toch? Bel dan de dierenambulance of een vogelopvang in jouw regio. Zo voorkom je chicknapping en help je jonge vogels op de manier die voor hen het beste is.
Bron: Vogelklas Karel Schot
De maag van een uil kan de botjes en haren niet goed verteren en deze worden dan ook uitgespuugd als een soort bal: ook wel de uilen- of braakbal genoemd. De gemiddelde lengte van zo’n braakbal varieert van 2,5 tot 8 cm.
De maag van bijvoorbeeld de kerkuil bestaat uit twee delen: de spiermaag en de kliermaag. In de kliermaag wordt het voedsel verteerd en in de spiermaag die erboven ligt, komen de botjes en de haren die niet verteerd kunnen worden. Hier wordt alles samengeperst tot een braakbal, die later weer uitgebraakt wordt. De uilen produceren zo’n 1 à 2 braakballen per dag, maar dit is afhankelijk van hoeveel ze gegeten hebben.
Onderzoekers pluizen braakballen uit omdat ze er veel van kunnen leren. Zo kunnen ze zien wat de uil gegeten heeft en welke soorten muizen er voorkomen in de omgeving waar de braakballen gevonden zijn.
Een braakbal uitpluizen kan erg leuk zijn. Zo kom je namelijk precies te weten wat er allemaal op het menu staat van de uil. Zo vind je schedeltjes, ribben en andere botjes van muizen, maar ook andere kleine dieren die gegeten worden door de uil.
Waar uilen zijn, liggen vaak ook braakballen in de omgeving. Zo hebben ransuilen vaak een vaste plek in een dennenboom of spar en liggen de braakballen vaak op de grond. Bij de bosuil ligt dit net ietsje anders. Weet je een bos waar bosuilen wonen? Dan moet je speuren om de braakballen te vinden, ze liggen vaak namelijk niet op een vaste plek omdat de bosuil de bal vaak al vliegend uitspuugt. Daarnaast kan je soms ook braakballen vinden bij een boer die een uilenkast in de schuur heeft hangen. Zij plaatsen de kasten zodat de kerkuil de muizen op de boerderij vangt. De uil spuugt zijn ballen in de kast uit.
Plaats de placemat of vel papier op de tafel en leg daarop de braakballen. Met name als je de braakballen buiten gevonden hebt, is het belangrijk om handschoenen te dragen. Met behulp van de prikker of het pincet kan je de braakbal voorzichtig uit elkaar halen en uitpluizen. Doe het voorzichtig want de botjes zijn breekbaar. Gebruik het vergrootglas om de allerkleinste botjes te bekijken.
Er zijn verschillende natuurdieren die in de winter wel wat hulp kunnen gebruiken bij het zoeken van een warm plekje om in te schuilen. Het verschilt van dier tot dier waarvoor de kastjes gebruikt worden. Sommige dieren gebruiken de kastjes alleen om in te slapen of te overwinteren terwijl het voor andere dieren ook gebruikt wordt om te paren en/of te nestelen. Gelukkig kunnen wij de natuurdieren een handje helpen zonder de natuurlijke leefomgeving te verstoren.
Vleermuizen zijn bijzondere dieren die wel wat hulp kunnen gebruiken bij het vinden van een geschikte slaapplek. De nachtdieren kruipen vaak weg in kieren en gaten in bomen, huizen, en schuren, maar doordat we onze woningen steeds beter isoleren, zijn er steeds minder geschikte slaapplekken voor de dieren. Door een vleermuiskast op te hangen kan jij bijdragen om geschikte slaapplekken te creëren voor vleermuizen. Veel vleermuissoorten bewonen van nature holle bomen, maar als die boomholten er niet meer zijn, kunnen vleermuiskasten helpen om de ergste woningnood te verlichten.
> Lees meer over vleermuiskasten
Nestkastjes bieden vogels een veilige plek om te nestelen, maar ze kunnen er ook gewoon in slapen. Daarnaast brengt een nestkast in je tuin of op het balkon ook nog eens veel bedrijvigheid met zich mee en dat is natuurlijk hartstikke leuk om naar te kijken.
> Lees meer over nestkasten voor vogels
Onze tuinen worden meestal zo keurig onderhouden, dat er nauwelijks plekjes zijn waar egels veilig kunnen overwinteren. Door een egelhuis te maken of te plaatsen kan je enorm helpen. Zoek een rustige plek met wat bodembegroeiing en plaats daar het egelhuisje. Zorg ervoor dat honden, katten en spelende kinderen uit de buurt van het egelhuis blijven.
Vleermuizen zijn bijzondere dieren die wel wat hulp kunnen gebruiken bij het vinden van een geschikte slaapplek. De nachtdieren kruipen vaak weg in kieren en gaten in bomen, huizen, en schuren, maar doordat we onze woningen steeds beter isoleren, zijn er steeds minder geschikte slaapplekken voor de dieren.
Door een vleermuiskast op te hangen kan jij bijdragen om geschikte slaapplekken te creëren voor vleermuizen. Veel vleermuissoorten bewonen van nature holle bomen, maar als die boomholten er niet meer zijn, kunnen vleermuiskasten helpen om de ergste woningnood te verlichten.
De kasten kunnen nooit de natuurlijke plek vervangen. De kasten worden met name gebruikt om in te slapen en te paren, maar worden eigenlijk niet gebruikt als kraamkast.
Vleermuiskasten zijn bedoeld voor de vleermuizen die in de bossen wonen of de omgeving daarvan. De dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis zijn typische vleermuizen die gebouwen gebruiken om in te slapen. Ze geven dan ook de voorkeur aan open spouwmuren of de ruimte achter dakpannen. Laatvliegers komen zelfs nooit in kasten. Ruimten in huizen en andere gebouwen blijven essentieel voor laatvlieger en meervleermuis. Voor deze vleermuizen is het dus helemaal niet nodig om kasten op te hangen.
Er zijn twee soorten vleermuiskasten: de ophangkast en de inbouwkast. Een ophangkast kun je ophangen tegen een huis of aan een boom. Het werkt vaak het beste om meerdere kasten op te hangen. Het duurt vaak een tijdje voordat vleermuizen herkennen dat dit een geschikte verblijfplaats is, als ze eenmaal gewend zijn dan gaat het van zelf. De inbouwkasten komen in platte- en bolle varianten.
Een inbouwkast wordt in een muur van een gebouw ingebouwd. Deze optie is eigenlijk interessant bij nieuwbouw of een verbouwing, maar zorgt er wel voor dat er geen gaten in de muur gemaakt hoeven te worden.
Er zijn verschillende vleermuiskasten te koop, maar je kunt er natuurlijk ook zelf een maken. Het maken en ophangen van een vleermuiskast is vooral leuk om te doen. Net als mensen houden vleermuizen van gezelligheid. Spreek daarom af met buurtgenoten en maak samen een aantal kasten die je in de wijk, in een plantsoen of in het park kunt ophangen.
Vleermuiskasten mogen best in elkaars zicht hangen, want vleermuizen maken vaak gebruik van meerdere kasten, afhankelijk van zon, regen en wind. Bekijk
hier de bouwtekening voor een platte vleermuiskast.
De vleermuiskasten dienen één keer per jaar te worden schoongemaakt om te voorkomen dat ze verstopt raken met spinnenwebben en nesten van insecten. De beste periode om dit te doen is in de winter. Controleer van te voren even met een lampje of er geen vleermuis in de kast zit.
Vleermuizen zoeken graag de warmte op, vaak zijn de kasten dan ook vaak niet geschikt om de winter in door te brengen. Daarin verschillen de vleermuiskasten met de natuurlijke verblijfplaatsen. Dit komt omdat holle bomen warmer zijn en muren van huizen beter geïsoleerd zijn en dus veel warmer.
Bron: Vleermuis.net / Jan Boshamer
Oorspronkelijk was het leefgebied van de otter ruim verspreid over Europa, op bijna het hele continent kon je het dier tegenkomen, net als in Noordwest-Afrika en grote delen van Azië. Maar inmiddels is hun aantal in Noord- en Midden-Europa sterk afgenomen, op sommige plaatsen is een populatie zelfs helemaal uitgestorven. Maar verschillende landen, waaronder Nederland, hebben een herintroductieprogramma opgezet om de otter te helpen.
1. Otters in Nederland
In Nederland worden vanaf 2002 otters uitgezet als onderdeel van het herintroductieprogramma, en met succes. Het dier was in ons land zo goed als uitgestorven, maar inmiddels leven er weer otters Overijssel, Friesland, Gelderland en Brabant. Het gaat hierbij om de Europese otter, ook wel de visotter genoemd. Daarnaast bestaan er wereldwijd nog 12 andere ottersoorten, zoals de reuzenotter en de Aziatische kleinklauwotter, ook wel bekend als de dwergotter.
2. Hand in hand
Otters slapen vaak op hun rug terwijl ze elkaars voorpootje vasthouden. Het ziet er heel aandoenlijk uit, maar voor de dieren heeft dat ‘handje vasthouden’ vooral een praktische functie. Want hierdoor drijven ze niet van elkaar weg terwijl ze in dromenland verkeren. Maar is het duo eenmaal wakker, dan zijn ze zeer beweeglijk. Otters zijn namelijk speels; ze glijden door modder, springen over elkaar heen en zitten elkaar achterna. Dit is allemaal spel. Tenzij ze hun territorium in gevaar dreigt te komen; dan kunnen de dieren serieus vechten en blazen als een kat om elkaar te imponeren.
3. Zoet water graag
De meeste otters leven het liefst in en rond zoet water, bijvoorbeeld bij rivieren, meren en kanalen. Alhoewel er één soort juist de voorkeur geeft aan het zoute water van de zee: de zeeotter. De dieren zijn vooral ’s nachts actief, alhoewel ze overdag soms ook wakker zijn, maar dan eerder om lekker lui te zonnebaden. Een otter zoekt zijn verblijfplaats daar waar hij voldoende beschutting vindt om overdag veilig te kunnen rusten, bijvoorbeeld in de vorm van rietbedden of boomholtes. Daarnaast is ook een goede waterkwaliteit onmisbaar om dit dier zich thuis te laten voelen.
4. Handige pels
De vacht van een otter wordt een pels genoemd en is bruin met op de buik een grijs of vaalwit vlak. Dankzij hun pels kunnen otters prima in het water leven zonder daarbij veel lichaamswarmte te verliezen. De pels bestaat namelijk uit twee lagen; de buitenste laag is waterdicht en de binnenste laag luchtdoorlatend.
5. Zo groot is een otter
Volwassen otters zijn 60 cm tot 140cm lang, en dat is inclusief hun staart die wel 35 tot 50 cm lang is. Gemiddeld wegen de dieren zo’n 12 kg, waarbij de mannetjes vaak wat zwaarder zijn dan de vrouwtjes en een grotere kop hebben. Ook hebben ze dikwijls een dikkere nek dan hun vrouwelijke soortgenoten.
6. Op het menu van een otter
Otters eten het liefst vis zoals baars, snoek, zalm en karper. Maar daarnaast kunnen ze hun tanden zetten in amfibieën, watervogels, (woel)ratten, rivierkreeften, krabben, wormen en insecten. Wat een otter precies eet hangt vooral af van het gebied waar hij leeft en welk voedsel hij daar kan vinden.
Bron: #samenvoordieren jaargang 4, uitgave 3
Een tijdje is het niet goed gegaan met de Nederlandse populatie van zeehonden. Dit had onder andere te maken met de vervuiling van hun leefgebied en de afname van hun natuurlijike voedselaanbod. Maar mede dankzij de liefdevolle opvang en het doorzettingsvermogen van DierenLot Ambassadeur Lenie 't Hart is de zeehond weer terug van bijna weggeweest in de Nederlandse wateren.
1. Twee soorten
In Nederland leven twee soorten zeehonden: de grijze zeehond, ook wel Halichoerus Grypus genoemd, en de gewone zeehond, ook wel bekend als de Phoca Vitulina. Ze hebben allebei hun eigen voorkeur wanneer het op hun leefgebied in ons land aankomt. De grijze zeehond vind je vooral in de Noordzee, hoewel hij ook wel eens in het noordelijkste gedeelte van de Waddeneilanden vertoeft. De gewone zeehond leeft bij voorkeur aan de zijkant van de Waddeneilanden, in de Waddenzee en Zuidwest Delta.
2. De paringstijd
Bij de grijze zeehonden kunnen de vrouwtjes paren in de periode van december t/m januari. Hun jongen worden geboren in november of december. De paartijd van de gewonde zeehond lig tussen eind juni en eind augustus. In juni of juli werpen de vrouwtjes. Zowel bij de gewone als de grijze zeehonden gaat het veelal om één pup per keer. Bovendien kennen ze beide tijdens de dracht een periode van een aantal weken waarin het embryo zich nog niet ontwikkelt; dit wordt ook wel 'de stille zwangerschap' genoemd. De eigenlijke draagtijd is bij zeehondendan ook korter dan de totale zwangerschapsperiode.
3. Groot, groter, grootst
De grijze zeehond is in meerdere opzichten bijzonder. Hij is van de twee soorten zeehonden in Nederland de grootste ondersoort. Wat ook opvalt bij de grijze zeehond zijn de grote, wijde neusgaten, terwijl de gewone zeehond een stompe snuit heeft met kleinere, v-vormige neusgaten. En hoewel zijn naam doet vermoeden dat hij een grijze pels heeft, neigt de vacht van een volwassen grijze zeehond eerder naar donkerbruin of beige.
4. Eten
Zeehonden eten vooral vis, maar ook schaal- en weekdieren, als ze die te pakken kunnen krijgen. En waar de grijze zeehond gek is op velesoorten vis en niet bepaald kieskeurig is, blijkt de gewone zeehond een echte fijnproever met een specifieke voorliefde voor haring en kabeljauw. In de Nederlandse wateren gaat hij vooral op zoek naar bot. De grijze zeehond wil - als het hem zo uitkomt - ook nog wel eens jagen op vogels of op andere zeezoogdieren.
5. Het gaat relatief beter met de populatie
Gelukkig gaat het wat beter met de verschillende populaties zeehonden in ons land. Maar meer van deze zeezoogdieren betekent ook meer dieren die opgevangen moeten worden vanwege ziekte of zwakte. Door menselijk toedoen, zoals bijvoorbeeld toerisme, maar ook vervuiling en industrie wordt dit dier constant blootgesteld aan verstoring. Inmiddels zij de zeehonden in Nederland zo in aantal gegroeid dat de opvangcapaciteit niet meer toereikend is. We mogen blij zijn dat zo'n mooi dier een plekje heeft in de samenleving,maar als hij door ons in de problemen komt, zijn we ook verplicht om te helpen.
Bron: #samenvoordieren jaargang 4, uitgave 3.
Verhuizen is een ingrijpende gebeurtenis en dat kan best stressvol zijn. Niet alleen voor mensen, maar ook voor je huisdier. Daarom hebben wij een paar handige tips op een rijtje gezet om een verhuizing zo prettig mogelijk te maken voor jouw hond, kat, konijn of ander gezelschapsdier.
Een verhuizing kan een stressvolle periode zijn. Er wordt veel heen en weer gelopen en met zware dozen en meubels gesjouwd, de voordeur staat vaak voor een langere tijd open en er komen veel mensen over de vloer. Kortom: niet echt de ideale situatie voor je huisdier.
Om te voorkomen dat je huisdier onnodig veel stress heeft of dat hij/zij constant in de weg loopt, is het verstandig om tijdens de verhuizing te zorgen voor een ander plekje waar je hond of kat heen kan. Bijvoorbeeld naar vrienden of familie, maar een dagje naar een pension zou ook een goede oplossing kunnen zijn. Zo krijgt je huisdier minder mee van de stress die bij een verhuizing komt kijken.
Zorg voor goed en passend vervoer voor je huisdier. Een stevige reismand of een bench van het juiste formaat is hierbij een pré. Het is belangrijk om met name tijdens een lange reis regelmatig even te stoppen om te bewegen en even wat te drinken. Wil je de reis iets aangenamer maken? Leg dan een doekje of knuffel met de geur van je dier in mand of bench.
Zorg ervoor dat er genoeg water is tijdens de reis en het is beter om vooraf geen grote porties eten te geven. Je huisdier kan hier namelijk heel misselijk van worden.
Een verhuizing kan veel stress bij katten veroorzaken. Een goede planning vooraf helpt om de verhuizing van jouw kat van de oude naar de nieuwe woning zo soepel mogelijk te laten verlopen. Een verhuizing is voor jezelf al hectisch genoeg, dus het is mooi meegenomen als je je niet al te veel zorgen om je kat hoeft te maken.
> Lees hier meer tips over het verhuizen met je kat
Ook al is een verhuizing voor een hond vaak minder ingrijpend dan voor een kat, ook voor hem/haar is het even wennen in een nieuw huis. Zorg ervoor dat je de dagen na de verhuizing veel thuis bent en besteed veel aandacht aan hem. Geef hem een extra aai over zijn bol of gewoon lekker knuffelen op de bank. Het is met name belangrijk dat er rust is om bij te komen van de verhuizing. Het is dan ook het beste om de hond zelf uit te laten. Zo kunnen jullie samen de nieuwe omgeving verkennen.
Een aquarium verhuizen kan best een opgave zijn. Je wilt natuurlijk dat dit zo min mogelijk stress veroorzaakt voor de dieren, maar ook voor je zelf. Er zit veel verschil in de verschillende soorten aquaria. Een koud water aquarium is makkelijker te verplaatsen dan een tropisch zoet- of zoutwater aquarium. Een tropisch zoutwater aquarium is namelijk een heel gevoelig systeem en een kleine verandering of aanpassing kan al voor problemen zorgen. Het is dan ook verstandig om bij het verhuizen van zo’n aquarium goede voorbereidingen te treffen en advies te vragen aan een expert.
> Lees hier meer over het verhuizen van een aquarium
Ook met konijnen, cavia’s, hamsters en andere knaagdieren zijn er een paar zaken om tijdens een verhuizing rekening mee te houden. Zet een dag van te voren het verblijf van je dier in een rustige kamer waar je tijdens de verhuizing niet veel hoeft te zijn. Doe de deur van de kamer dicht en probeer het dier zoveel mogelijk rust te geven en zo stress te voorkomen. Zorg voor voldoende water, maar geef vooral niet teveel voer.
Als je konijnen in de tuin wil laten rondlopen in je nieuwe woning, laat de dieren dan eerst rustig aan de nieuwe omgeving wennen. Begin bijvoorbeeld door een heel klein stukje in de tuin af te zetten waar ze eerst goed kunnen wennen aan de tuin en de nieuwe geuren en geluiden.
Vergeet niet om de gegevens van de chip van je huisdier te updaten. Als je huisdier gechipt en geregistreerd is, dan moet je zelf je nieuwe adresgegevens doorgeven bij een verhuizing. Doe dit zo snel mogelijk, want mocht jouw trouwe vriend weglopen of kwijtraken, dan kan hij snel weer met jou herenigd worden.
> Lees hier meer over chippen en registreren
Zorg ervoor dat je op zoek gaat naar een nieuwe dierenarts en dit geregeld hebt voordat je verhuist. Kijk eens rond bij de praktijken in de buurt, welke dierenarts past het beste bij jouw dier en ga misschien al even langs om kennis te maken. Je gaat er natuurlijk niet vanuit, maar mocht er toch wat gebeuren tijdens of na de verhuizing, dan weet je in elke geval direct waar je terecht kunt.