Het knippen van de nagels van je hond is een belangrijk onderdeel van de verzorging. Te lange nagels kunnen pijn, ongemak en zelfs blijvende klachten veroorzaken. Toch vinden veel hondeneigenaren het spannend om zelf de nagels te knippen. Ben je bang om in het ‘leven’ te knippen of je hond pijn te doen? Met de juiste voorbereiding en rustige aanpak kun je dit veilig en stressvrij doen.
In deze blog lees je stap voor stap hoe je de nagels van je hond knipt, hoe vaak dit nodig is en wat je moet doen als het toch misgaat. Liever kijken? Dat kan ook! In deze video laat dierenarts Piet Hellemans zien hoe je veilig de nagels van je hond knipt.
Te lange nagels kunnen:
Pijn veroorzaken bij het lopen
Scheuren of splijten
Ingroeien in het voetzooltje
De stand van de poten beïnvloeden
Gewrichtsproblemen op lange termijn veroorzaken
Wanneer een hond op harde ondergrond loopt en je hoort duidelijk “getik”, zijn de nagels vaak te lang. Ook als de nagels de grond raken terwijl je hond recht staat, is het tijd om ze te knippen.
Door regelmatig te controleren voorkom je pijn en gezondheidsproblemen.
Gemiddeld is het nodig om de nagels van je hond elke 3 tot 6 weken te controleren en zo nodig te knippen. Dit hangt af van:
Hoeveel je hond op harde ondergrond loopt
Het ras en de stand van de poten
De groeisnelheid van de nagels
Regelmatige controle is belangrijker dan wachten tot ze zichtbaar te lang zijn.
De nagels van een hond verschillen van die van een kat. Katten hebben intrekbare (retractiele) nagels die ze kunnen uitschuiven. Honden hebben niet-intrekbare nagels; deze zijn altijd zichtbaar en slijten minder snel vanzelf. Daarom moeten hondennagels vaker handmatig worden bijgeknipt.
Zorg dat je hond ontspannen is. Neem de tijd en voorkom haast. Stress bij jou werkt door op je hond.
Gebruik een speciale nagelknipper voor honden (guillotine- of schaarmodel). Zorg dat deze scherp is om splijten te voorkomen.
Oefen regelmatig met het aanraken van de poten. Masseer zachtjes en beloon met iets lekkers. Zo bouw je vertrouwen op.
Pak de poot voorzichtig vast en druk zachtjes op het kussentje zodat de nagel iets naar voren komt. Knip steeds een klein stukje af. In de nagel zit een roze kern: het ‘leven’. Hier lopen bloedvaatjes en zenuwen. Knip hier niet in, want dat is pijnlijk en veroorzaakt bloeding. Bij lichte nagels is het roze gedeelte zichtbaar. Bij donkere nagels knip je extra voorzichtig en stop je zodra je in het midden een donkerder rondje ziet verschijnen.
Is je hond onrustig? Stop dan en probeer het later opnieuw. Beloon altijd na afloop, zodat je hond het knippen associeert met iets positiefs.
Heb je toch in het leven geknipt? Dat kan gebeuren, zelfs bij ervaren baasjes.
Blijf kalm
Gebruik een bloedstelpend poeder of een schoon gaasje
Oefen lichte druk uit
Blijft het bloeden of twijfel je? Neem dan contact op met je dierenarts.
Vind je het spannend om zelf de nagels van je hond te knippen? Dan kun je altijd hulp vragen aan een dierenarts of professionele trimmer. Zij kunnen het voordoen, zodat je er de volgende keer meer vertrouwen in hebt.
Ook andere huisdieren hebben nagelverzorging nodig. Katten kunnen last krijgen van te lange, scherpe nagels. Lees meer over het knippen van de nagels van je kat. Ook bij konijnen groeien nagels continu door, wat pijn kan veroorzaken als ze te lang worden. Bekijk hier hoe je de nagels van je konijn knipt.
Staat jouw vraag over het knippen van de nagels van je hond er niet tussen? Bekijk dan hieronder de veelgestelde vragen!
Nee, het knippen van de nagels van een hond doet geen pijn zolang je niet in het ‘leven’ knipt. Dit is het roze gedeelte in de nagel waar bloedvaatjes en zenuwen lopen. Knip je alleen het harde, doorzichtige deel van de nagel, dan voelt je hond daar niets van.
De nagels van je hond zijn te lang als je ze hoort tikken op een harde vloer. Ook wanneer de nagels de grond raken terwijl je hond recht staat, is het tijd om ze te knippen. Te lange nagels kunnen de stand van de poten beïnvloeden en op termijn gewrichtsklachten veroorzaken.
Gemiddeld moet je de nagels van je hond elke 3 tot 6 weken controleren en zo nodig knippen. Honden die veel op harde ondergrond lopen, slijten hun nagels sneller af dan honden die vooral op gras of zachte bodem lopen.
Ja, met de juiste nagelknipper en een rustige aanpak kun je de nagels van je hond veilig zelf knippen. Vind je het spannend? Vraag dan je dierenarts of een professionele trimmer om uitleg of hulp.
Het toedienen van medicijnen kan bij dieren een hele opgave zijn. Ze protesteren hevig om de medicatie in te nemen en hebben ze het pilletje eindelijk in de mond dan spugen ze het met dezelfde gang weer uit. Maar medicatie krijgen ze natuurlijk niet voor niets, dus het is wel zo belangrijk dat ze het ook écht binnen krijgen.
Met medicijnen bij dieren moet je altijd voorzichtig zijn. Geef alleen diergeneesmiddelen aan huisdieren die zijn voorgeschreven door de dierenarts en volg hierbij de aanwijzingen op. Denk hierbij aan het bepalen van de dosering, het combineren van verschillende geneesmiddelen of de manier waarop je het medicijn toedient. Bestel nooit diergeneesmiddelen via internet en geef een dier NOOIT medicijnen of pijnstillers die bestemd zijn voor mensen. Voor mensen bedoelde medicijnen kunnen voor dieren gevaarlijk zijn. Dit geldt ook voor paracetamol.
Medicijnen zijn er in verschillende soorten vormen. Zo zijn er tabletten, capsules, oplosbare poeders, vloeistoffen of pasta. Het kan natuurlijk zijn dat jouw trouwe viervoeter een voorkeur heeft, maar vaak hebben we het niet voor het kiezen wat we voorgeschreven krijgen door de dierenarts.
In sommige gevallen kunnen tabletten of capsules die ‘droog’ gegeven worden aan een kat vast komen te zitten in de slokdarm. Dit kan het slijmvlies van de slokdarm beschadigen. Geef daarom je kat na het toedienen van medicijnen een beetje water met een spuit. Ongeveer een theelepel is genoeg om te voorkomen dat de pil komt vast te zitten. Een andere optie is om het dier wat voer te geven.
De korenwolf is een aandoenlijk ogend, in het wild levend knaagdier dat thuishoort op onze graslanden en akkers. Helaas wordt de soort met uitsterven bedreigd en moeten fokprogramma’s helpen om het knaagdiertje in het wild te behouden.
1. Even voorstellen
De Europese hamster, ook bekend als wilde hamster, veldhamster, zwartbuikhamster of korenwolf (Cricetus cricetus), behoort tot de familie van de Cricetidae en is een knaagdier. In 1758 werd de soort voor het eerst wetenschappelijk beschreven. Gemiddeld leeft de korenwolf zo’n twee tot drie jaar. Deze hamstersoort komt voornamelijk voor in graslanden, velden, steppen en akkers, en is ook te vinden in Nederland.
2. In het zuiden
De korenwolf heeft een beperkt verspreidingsgebied en komt voornamelijk voor in Zuid - en Midden-Limburg, ten zuiden van Roermond. De hamstersoort leeft specifiek op löss- en leemgronden, omdat deze grondsoorten voldoende stevigheid en goede ontwatering bieden voor de constructie van burchten. Sinds 2002 zijn er actieve inspanningen ondernomen om korenwolven opnieuw uit te zetten. In 2020 werd het aantal korenwolven in Nederland geschat op 1.500.
3. Minder jongen
Het aantal korenwolven is volgens de Internationale Unie voor Natuurconservatie (IUCN) drastisch gedaald. Het knaagdier plant zich, door nog onbekende redenen, steeds minder voort en krijgt tegenwoordig nog maar 5 à 6 jongen tegen gemiddeld 20 jongen per jaar in de vorige eeuw. Hierdoor nam de populatie de laatste 10 jaar met minstens 80% af.
4. Akkers en beheer
De korenwolf is sterk afhankelijk van graanakkers en de plant luzerne, maar ook van een korenwolfvriendelijk beheer. De hamster staat op het menu van verschillende roofdieren; daarom is het van groot belang dat vrouwtjes meerdere nesten per jaar kunnen krijgen. Het is daarom essentieel dat boeren hun graan later in de zomer oogsten, zodat de korenwolf dekking heeft in de graanalmen. Graanakkers zijn sowieso van groot belang, omdat korenwolven hier graag leven. Helaas wordt tegenwoordig slechts ongeveer 20% van alle akkers gebruikt voor graanteelt, terwijl dit in het verleden 70% was.
5. Winterslaap
De korenwolf is een van de weinige knaagdieren in Nederland die een winterslaap houden. Tijdens de koudere periode, vanaf oktober, verblijft de wilde hamster in zijn ondergrondse burcht en overleef t hij op de wintervoorraad van graan en lichaamsvet. Elke hamster graaf t zijn eigen burcht, die in d e loop van zijn of haar leven steeds verder wordt uitgebreid. De korenwolf is een aandoenlijk ogend, in het wild levend knaagdier dat thuishoort op onze graslanden en akkers. Helaas wordt de soort met uitsterven bedreigden moeten fokprogramma’s helpen om het knaagdiertje in het wild te behouden.
6. Hamsteren
De korenwolf ontleent zijn naam aan zijn gewoonte om voedsel te hamsteren. In een jaar kan hij tot wel zes kilo voedsel verzamelen. Tijdens het verzamelen slaat hij het voedsel tijdelijk op in zijn wangzakken. De naam korenwolf is eigenlijk een vervorming van
het Limburgse woord ‘korenwoof’. In het Limburgse dialect betekent ‘woof ’ gulzig, en koren ver wijst natuurlijk naar het voedsel dat hij graag eet. De korenwolf is voornamelijk ’s avonds en ’s nachts actief op zoek naar voedsel. Dit is handig, omdat hij in het donker niet opvalt vanwege zijn zwarte buik. Wanneer er gevaar dreigt, kan hij rechtop gaan staan als verdedigingsmechanisme.
Zie jij overdag een egel rondstruinen? Maak je geen zorgen, want die egels zijn gewoon op pad om hun buikjes te vullen voordat ze aan hun winterslaap beginnen.
Gemiddeld vallen egels 25% lichaamsgewicht af wanneer zij in winterslaap gaan, dat is behoorlijk wat. Doordat het in de herfst langer warm blijft, gaan de egels soms later in winterslaap. Om zeker te weten dat ze genoeg aankomen, gaan ze soms overdag ook op pad. Overdag een egel spotten is niet meteen een reden tot paniek. Toch iets doen? Zet dan een bakje met kattenvoer en kattenbrokken weg, zodat de egels een goede vetlaag kunnen ontwikkelen.
De ambulances en wildopvangen worden overspoeld met egels, waar regelmatig ook gezonde egels tussen zitten. Erg zonde, want je haalt de egel weg uit zijn veilig omgeving. Máár wanneer moet je dan wél hulp inschakelen? Hieronder lees je een paar tips over waar je op moet letten en wat je kunt doen.
Bij twijfel kun je altijd bellen met meldpunt 144 of de dichtsbijzijnde dierenopvang voor wild of egels.
Een geschikt verblijf is voor cavia’s erg belangrijk, ze brengen namelijk heel wat uren door in dit verblijf. Om te bepalen of je een geschikt caviaverblijf hebt, is het belangrijk om te weten wat ze nodig hebben. Maar waar voldoet een geschikt caviaverblijf aan?
Het verblijf moet groot genoeg zijn. De richtlijn is dat er 0,9 m2 per 2 cavia’s gerekend moet worden en 0,3 m2 extra voor elke extra cavia.
De beste plek voor het verblijf van de cavia’s is op een lichte plek. Daglicht is beter dan het licht van een lamp, een plek in de buurt van het raam is dus een geschikte plek, maar zorg ervoor dat de dieren niet te warm worden en niet op de tocht staan.
In de zomer of op een warme dag voor het raam, naast een kachel of de cv zijn dus plekken waar je de cavia beter niet kan neerzetten. Temperaturen boven de 30 graden kunnen de cavia’s fataal worden. Rond 17 graden is een optimale temperatuur voor cavia’s, maar iets warmer of kouder hoeft geen probleem te zijn mits de cavia’s dit gewend zijn.
Zorg ervoor dat het verblijf niet op de tocht staat. Ze kunnen hierdoor een verkoudheid oplopen en deze kan al snel omslaan in een longontsteking en bij cavia’s is dit erg gevaarlijk. Met name op de grond is vaak veel tocht en daar is het ook kouder. Warme lucht stijgt namelijk op. Plaats het verblijf daarom op een stevig kastje of tafeltje.
De beste plek voor je cavia’s is dus de slaapkamer of woonkamer.
Cavia’s houden van ruimte, maar het is ook belangrijk dat ze genoeg beweging krijgen zodat ze geen overgewicht krijgen.
Het stimuleren en bezig houden van dieren heeft veel voordelen en zeker ook voor cavia’s. Beweging kan je stimuleren door voedselverrijking. Bijvoorbeeld door een plateau of tunnel in het verblijf te plaatsen en hier wat groente op of in te leggen. Zo moet het dier bewegen om bij zijn voedsel te komen en stimuleer je dus beweging.
Een uitstapje naar de tuin is voor cavia's een geweldig avontuur. Er is van alles te ontdekken en dat maakt het zo leuk voor deze vrolijke knaagdieren. In huis kunnen de dieren nog zoveel plek hebben, er gaat niks boven een frisse neus halen. Maar houdt wel rekening met niet te grote temperatuurschommelingen en (in het voorjaar) met de bodemtemperatuur die dan nog erg laag kan zijn.
Lees hier meer over cavia’s veilig in de tuin >
Cavia’s zijn groepsdieren en deze dieren vinden het erg fijn om met andere cavia’s samen te leven. Van nature leven de dieren in groepen en daarom moet je minimaal twee cavia’s houden anders wordt het dier eenzaam.
Tijdens warme zomerdagen hebben insecten zoals bijen, hummels en vlinders het vaak erg zwaar. Ze zijn continu op zoek naar vocht en energie om te overleven. Met een simpel schaaltje water of wat voer help je deze nuttige tuindieren al enorm.
Wil je het aanbieden van water en voedsel op een leuke en originele manier aanpakken? Maak dan zelf een vrolijke insectenplank! Een erg leuk DIY-project om samen met de kinderen te doen én het ziet er ontzettend gezellig uit in de tuin.
Boodschappenlijstje voor dit knutselproject:
Houten plank (onbehandeld hout)
Kroonkurken of plastic dopjes (van flesjes of pakken)
IJzerdraad
Verf en kwasten (gebruik bij voorkeur watervaste verf op waterbasis)
Watervaste stift
Vers fruit (zoals stukjes overrijpe banaan, appelschijfjes of sinaasappel)
Gereedschap: boormachine met dunne houtboor, spijkertjes/hamer of een lijmpistool
Volg deze eenvoudige stappen om jouw eigen voer- en drinkstation voor insecten te bouwen:
Geef de houten plank een vrolijke basiskleur met de verf en laat dit goed drogen. Gebruik daarna een stift of extra verf om leuke tekeningen op de plank te maken, zoals bloemen, bijtjes of een lieve tekst.
Boor voorzichtig een paar kleine gaatjes verspreid over de plank. Hier komen dadelijk de ijzerdraadjes in vast te zitten.
Haal de ijzerdraadjes door de net geboorde gaatjes en rol ze aan de voorkant op in de vorm van een spiraal of veer. Let op: Zorg ervoor dat er geen scherpe uiteinden uitsteken waar insecten of jijzelf aan kunt bezeren.
Bevestig de dopjes verspreid over de plank. Dit kun je doen door er voorzichtig een klein spijkertje doorheen te slaan of door ze vast te zetten met watervaste lijm.
Nu is je insectenplank klaar voor gebruik:
Water: Vul de dopjes met een klein laagje schoon water. (Tip: Leg eventueel een paar piepkleine kiezelsteentjes in de dopjes, zodat bijen niet kunnen verdrinken).
Fruit: Prik de stukjes vers fruit stevig vast op de spiraaltjes van ijzerdraad.
Hang de insectenplank op een beschutte, zonnige tot halfschaduwrijke plek in de tuin of op het balkon, bij voorkeur dicht bij bloemen en planten. Binnen no-time zul je zien dat vlinders, bijen en zweefvliegen jouw creatieve snackbar weten te vinden!
Onderhoudstip: Ververs het water in de dopjes regelmatig en vervang het fruit zodra het begint te beschimmelen of uitdroogt. Zo blijft het een gezonde plek voor alle tuinbezoekers.
Foto: Anne Buter
In ons waterrijke land is de aalscholver een graag geziene bewoner. Deze forse watervogel met zijn haakvormige snavel wordt ook wel schollevaar, scholver, koolgans of waterraaf genoemd. Ontdek nog 6 leuke weetjes over deze vogels:
1. Hij lijkt zwart
Hoewel de aalscholver een zwarte vogel lijkt, zijn de veren eigenlijk donkergroen met aan de bovenste laag veren een klein zwart randje. Als het lente is, zijn aalscholvers op hun mooist; met witte wangen en dijen en zilverwitte manen in hun kruin en nek. Hun keel wordt dan geel. De lichte kleuren trekken de vrouwtjes aan. In de loop van het broodseizoen verdwijnen deze opvallende tinten weer.
2. Kolonies aan het water
Aalscholvers leven bij zowel zoet als zout water en broeden, soms al vanaf december, in kolonies. Het broeden gebeurt in bomen of op beschutte eilanden op de grond en in het riet. In de kolonies kan het bijzonder luidruchtig zijn. Je kunt diverse lage keelklanken horen en het 'raaahh' van de volwassen vogels. De jongere exemplaren kokken en kekkeren. Buiten het broedseizoen, als de kolonies opgelost zijn, zijn aalscholvers echter zelden te horen. In Nederland vind je de grootste kolonies aalscholvers in het IJsselmeergebied, op de Waddeneilanden, in het Deltagebied en langs de rivieren. Nederland telt tot ongeveer 60 kolonies. Het aantal broedparen varieert van 20.000 tot 25.000. Hartje winter verblijven er zo'n 26.000 aalscholvers in ons land.
3. Vis op het menu
Aalscholvers eten veel verschillende vissoorten. In Nederlandse wateren vooral baars, pos, blankvoorn en spiering. De vogels helpen ook een handje met het bestrijden van verstikkende algengroei in onze binnenwateren door veel brasem te eten. De brasem is namelijk dol op watervlooien en die zijn weer verantwoordelijk voor het binnen de perken houden van algen.
4. Trekvogels
Aalscholvers zijn trekvogels en hebben afhankelijk van hun leefgebied aparte bestemmingen. Zo verlaten Britse aalscholvers hun broedgebieden om naar de kust of naar visrijke gebieden landinwaarts te trekken. Aalscholvers van rond de Kaspische en Baltische zee overwinteren bij voorkeur in open wateren of trekken naar de Middellandse Zee. Aalscholvers uit West-Europa verspreiden zich of trekken zuid- tot zuidwestwaarts naar open meren of kustgebieden, zelfs tot aan Tunesië. 'Onze' aalscholvers vertrekken als het een strenge winter is zuidwaarts, tot aan de Middellandse Zee. In de winter verblijven in Nederland ook aalscholvers uit het Oostzeegebied en Noord-Duitsland.
5. Vleugels wijd gespreid
Een bekend beeld is dat van de aalscholver op een paal met gespreide vleugels. Omdat hij niet zo'n goede waterafstotende vetlaag heeft als de meeste andere watervogels, moet hij na elke vissenjacht even in het zonnetje gaan zitten met gespreide vleugels om te drogen. Het minder waterafstotende verenkleed heeft ook een voordeel: de aalscholver kan hiermee langer onder water blijven. Veren die sterk waterafstotend zijn zorgen er namelijk voor dat de opwaartse druk de vogel weer terug naar het wateroppervlak duwt. Het liefst zitten aalscholvers op lantaarnpalen om te drogen omdat deze makkelijk aan te vliegen zijn en lekker veel ruimte bieden aan hun grote zwemvliespoten. Bovendien kan de vogel op hoogte potentiële vijanden makkelijker spotten.
6. Vervolgd
De aalscholver is nu een graag geziene vogel, maar dat is lange tijd niet zo geweest. De vogel werd door mensen vervolgd. Ook hadden de vogels in de vorige eeuw last van de slechte waterkwaliteit. Na beschermingsmaatregelen en verbetering van de waterkwaliteit in Nederland, is de groei van populatie sinds de eeuwwisseling gestagneerd. Duurzame visserij, bijvoorbeeld in het IJsselmeergebied, is van het grootste belang voor de aalscholvers en vele andere watervogelsoorten.
Bron: #samenvoordieren jaargang 5, uitgave 2
Alpaca's zijn niet bepaald 'Hollandse' dieren en toch zijn ze hier populairder dan ooit. Inmiddels lopen er in Nederland al zo'n 2.000 alpaca's rond. We hebben wat interesante alpaca-feiten op een rij gezet voor iedereen die wat meer over deze bijzondere dieren wil weten.
1. Uit de Andes
De alpaca (Vicugna pacos) is, net als de lama, een kameelachtige. De oorsprong van de alpaca ligt in Zuid-Amerika, op de hoogvlakten van het Andesgebergte in de landen Peru, Chili en Bolivia. De dieren leven daar op grote hoogte, boven 3.000 meter, waar grote temperatuurverschillen voorkomen. Overdag is het soms wel 30 graden boven nul, terwijl het 's nachts 25 graden kan vriezen.
2. Twee soorten
We onderscheiden twee soorten alpacarassen, namelijk de Suri en de Huacaya. De Suri heeft lange strengen vacht van min of meer rechte, dunne vezels en een zijdeachtige glans. De vacht van de Huacaya is wolliger, dichter en staat loodrecht op de huid. De Huacaya komt van de twee rassen het meest voor (90%).
3. Populariteit
Vanaf begin jaren 80 worden alpaca's gehouden in o.a. Noord-Amerika, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Sinds de eeuwwisseling zien we de alpaca ook steeds meer in Europa, vooral in de landen Engeland, Duitsland, Zwitserland, België en Nederland. Ook in de meeste andere landen, binnen Europa is de alpaca inmiddels een bekende verschijning aan het worden.
4. Uiterlijk en leeftijd
De schofthoogte van alpaca's varieert van 80 tot 100 centimeter. Het gewicht bevindt zich ergens tussen de 55 en 70 kilogram. Alpaca's zijn er allerlei kleuren. Wit, grijs, zwart, lichtbruin, donkerbruin. Daarnaast kunnen ze een gevlekte vacht hebben of een egale kleur. Een alpaca wordt gemiddeld tussen de 15 en de 25 jaar.
5. Activiteiten en stress
De laatste jaren zijn activiteiten met alpaca's immens populair worden. Inmiddels worden alpaca's onder meer ingezet voor wandelingen, knuffelsessies, alpaca-yoga en een high tea tussen de dieren. Met name wandeltochten met alpaca's zijn erg gewild. Volgens de Alpaca Association Benelux staan er duizenden mensen op wachtlijsten om een uurtje met het wollige zoogdier te lopen. Niet alle alpaca's maak je blij met activiteiten. Doe je research dus goed als je een activiteit met alpaca's boekt. Een verantwoorde organisatie observeert het gedrag van de dieren om zo te zien welk dier zich hier wel of juist niet prettig voelt.
6. Leverancier van wol
Alpaca's willen eenmaal per jaar geschoren worden om hittestress te voorkomen. Zo'n 5.000 jaar geleden voorzagen zij de Inca's al van wol. De kwaliteit kun je vergelijken met kasjmier of mohair. De wol werkt zowel waterafstotend als thermo regulerend en mensen met een wol allergie hebben bij alpacawol minder kans op klachten. Alpacawol komt voor in 22 verschillende natuurtinten en alpacavacht van een jaar kan tot 5 kilo wegen. Kies wel voor kleding met een bio-keurmerk of van verantwoorde herkomst.
7. Opvang
Alpaca's hebben specifieke zorg nodig en zijn daarom niet voor iedereen geschikt. Zo komen er veel van deze dieren in de opvang terecht. Stichting Alpaca Rescue Nederland zet zich in voor de opvang van verwaarloosde, zieke en mishandelde alpaca's uit Nederland en biedt hulp en advies aan mensen die afstand moeten of willen doen van hun dieren. De stichting heeft het CBF-keurmerk, is ANBI-gecertificeerd en is Erkend DierenLot Beneficiant.
Bron: #samenvoordieren jaargang 5, uitgave 1
Katten zijn over het algemeen dieren die makkelijk te houden zijn, maar ook katten hebben bepaalde behoeften en de juiste verzorging nodig. In een katvriendelijke woning wordt rekening gehouden met de levensbehoeften van een kat zoals het krabgedrag of een kattenbak, maar een huis moet ook veilig zijn. Bereid je voor op de komst van een kat en richt jouw huis katvriendelijk in.
Een kat in de natuur is tot zes uur per dag bezig met voedsel zoeken, dit is heel wat anders dan twee keer per dag een gevuld bakje met brokjes en/of natvoer voorgeschoteld krijgen. Door voeding op een andere manier aan te bieden kan je de kat motiveren om meer te bewegen én om zijn hersenen te prikkelen. Dit kan door middel van voedselverrijking. Met voedselverrijking wordt eten spannender, maar het heeft dus ook veel voordelen.
Lees meer over voedselverrijking >
Vaak staat water naast het etensbakje, maar wat veel mensen niet weten is dat dit ervoor kan zorgen dat katten juist minder drinken. Zet het water op verschillende plekken in het huis en zorg voor minimaal één drinkbak per kat en dan nog één extra. Dus heb je twee katten dan zouden er drie waterbakken moeten staan. Ververs het water iedere dag.
Met name voor binnenkatten is het belangrijk om kattengras in huis te hebben. Kattengras helpt bij het braken om bijvoorbeeld haarballen kwijt te raken. Haarballen ontstaan doordat katten dagelijks veel tijd besteden aan vachtverzorging. Dit doen ze door zichzelf te wassen met hun tong en hierdoor worden losse haren ingeslikt. Het meeste haar wordt uitgepoept, maar sommige haren blijven in de maag zitten en als er teveel haren in de maag zitten, wordt er een haarbal gevormd. Deze haren moeten eruit en dit gebeurt door ze uit te braken.
Pas wel op met kattengras dat de grassprieten niet vast komen te zitten in de keel- en neusholte.
Beweging is goed voor de gezondheid van katten, want katten die genoeg bewegen blijven fit en gezond. Door met katten te spelen of ze de mogelijkheid te bieden om te spelen, stimuleer je dit.
Lees meer over hoe je jouw kat kan stimuleren om meer te bewegen >
Net als met waterbakken geldt ook voor de kattenbak de regel ‘één kattenbak per kat plus één’. Plaats de bak niet direct naast voedsel.Mensen vinden het ook niet prettig om op het toilet te eten en dit geldt ook voor katten. Daarnaast is het handig om de bakken verspreidt door het huis en op een rustige plaats te zetten.
Er zijn verschillende soorten vulling voor de kattenbak, maar over het algemeen geven ze de voorkeur aan fijnkorrelig grit. Met dit fijne grit moet je wel oppassen met kittens. Kittens eten al snel alles wat los en vast zit en dat fijne grit kan gevaarlijk zijn als het in hun maagjes komt. Een alternatief bij kittens kan dan bijvoorbeeld houtkorrel zijn. Dit eten ze minder snel en is daarom veiliger.
Kijk altijd even wat het beste bij jouw kat past. Hetzelfde geldt voor een open of gesloten bak. Dit verschilt per kat. Het belangrijkste is dat jouw kat zich veilig voelt.
Het is belangrijk om de bak regelmatig schoon te maken. Voor de hygiëne, maar natuurlijk ook gewoon omdat het stinkt.
Katten kiezen graag zelf waar ze slapen. Lekker warm in het zonnetje op de vensterbank of op de zachte bank of het bed.
Als katten bang of gestrest zijn dan vinden ze het vaak fijn om een hoog plekje op te zoeken. Zo kunnen ze lekker wegkruipen en vanaf een veilig hoogte alles overzien en kijken wat er allemaal aan de hand is. Kasten zorgen voor deze hoge plekjes, maar ook krabpalen of klimmeubels. Plaats deze altijd zo dat de kat er ook weer makkelijk uit kan. Omhoog klimmen is vaak makkelijker dan naar beneden komen.
Naast dat krab- en klimmeubels fijn zijn om zich terug te trekken, brengt dit ook beweging mee voor de kat en is het goed voor zijn nagels. Door aan een krabpaal te krabben, blijven de nagels scherp. Ook kan de kat zo zijn territorium markeren.
Als er in huis geen geschikte plekken zijn om te krabben dan gaat het dier zelf op zoek naar plekken en in het ergste geval kiest hij dan voor de meubels of het tapijt op de trap.
Een kat in huis is natuurlijk super leuk en gezellig , maar je moet ook rekening houden met de gevaren in huis voor een kat. Denk aan huishoudelijke apparaten zoals het fornuis of de wasmachine, elektrische kabels, kiepramen en giftige planten.