Heb je thuis een mooie krabpaal staan, maar kijkt je kat er niet naar om? Of blijft hij liever aan de bank of het tapijt krabben? Dat kan best frustrerend zijn! Gelukkig kun je je kat leren de krabpaal te gebruiken.
Een krabpaal is heel belangrijk voor katten. Katten krabben niet alleen om hun nagels scherp te houden, maar ook om hun geur achter te laten. Zo markeren ze hun eigen plek in huis. In dit artikel lees je 10 simpele en leuke tips om je kat te helpen wennen aan de krabpaal.
Katten krabben vaak net na het slapen of als ze ergens langs lopen. Zet de krabpaal daarom dichtbij hun favoriete slaapplek of bij het raam waar ze graag zitten om naar buiten kijken.
Wrijf wat kattenkruid (catnip) op de krabpaal of hang er een speeltje aan. Zo wordt de paal interessanter en wil je kat hem sneller ontdekken.
Gebruik een touw of een hengelspeeltje en beweeg dit langs de paal. Tijdens het spelen zal je kat vanzelf de krabpaal aanraken en leren krabben.
Heb je een kitten? Laat hem zo snel mogelijk kennismaken met de krabpaal. Zo leert hij al van kleins af aan dat de paal de juiste plek is om te krabben.
Til rustig een pootje van je kat op en beweeg deze over de paal. Forceer niets, maar laat hem voelen hoe het kan.
Krabt je kat aan de krabpaal? Geef hem meteen een snoepje of een aai. Zo leert hij dat dit gewenst gedrag is.
Krabt je kat toch aan de bank of het tapijt? Zeg rustig “nee” en breng hem naar de krabpaal. Straf je kat niet, want dat kan hem bang maken.
Zorg dat de krabpaal stevig is en hoog genoeg (minimaal 70 cm). Katten willen zich helemaal kunnen uitstrekken als ze krabben.
Heb je meer katten of een groot huis? Zet in verschillende kamers een krabpaal of krabplank neer. Zo kan je kat altijd ergens krabben.
Na een tijdje kan je kat de paal saai gaan vinden. Vervang daarom af en toe speeltjes of wrijf opnieuw wat kattenkruid op de paal. Zo blijft hij leuk.