Er zijn heel veel soorten vogels die als huisdier gehouden kunnen worden. Van huiskamer vogels tot aan volièrevogels. De vogels kunnen enorm van elkaar verschillen en de behoeften van deze vogels zijn dan ook verschillend. Denk hierbij aan verzorging, de voeding en het verblijf.
Bij de beslissing om een vogel te nemen als huisdier moet je rekening houden met de leeftijd van dieren. Sommige vogels kunnen namelijk best oud worden. Zo kunnen amazonepapegaaien wel 70 jaar worden, terwijl een grasparkiet ongeveer 15 tot 20 jaar wordt. Een vogel is dus echt een dier waar je lange tijd voor moet zorgen.
Er zijn verschillende verblijven voor vogels. Maar welk verblijf past het beste bij jouw vogel? Vaak wordt gedacht dat een kleine vogel ook minder ruimte nodig heeft dan een grote vogel, maar dit is niet altijd het geval.
Vogels kunnen binnen gehouden worden, maar ook in een buitenvolière. Uiteraard verschilt dit per vogel. De ene vogel kan beter tegen de Nederlandse buitentemperatuur dan de ander. Zorg er bij een buitenverblijf altijd voor dat er een tochtvrij binnenverblijf is waar de vogels droog en vooral warm kunnen schuilen.
Wil je de vogel liever binnen houden? Zoek dan de juiste plek voor het verblijf. Meestal zegt de lichaamstaal van een vogel wel of hij/zij zijn plekje fijn vindt. Een vogel die een nerveuze of drukke indruk achterlaat, staat meestal niet op zijn plek.
Zet de kooi niet in de directe zon, maar wel op een lichte en tochtvrije plek. Zet het verblijf ook niet dicht bij een raam, want dit kan grote temperatuurverschillen geven.
Een papegaai, hoe groot het dier ook is, is een prooidier. Dit betekent dat in de natuur de dieren altijd moeten opletten voor andere dieren. Omdat papegaaien prooidieren zijn, vinden ze het fijn om een beetje verdekt te staan. Een plekje tegen de muur of een dakje over het verblijf vinden ze erg fijn.
De minimale afmeting voor een verblijf van grasparkieten is 80x40x60 centimeter voor één of twee vogels. Zijn er meer vogels dan moet het verblijf uiteraard ook groter worden. De dieren vinden ruimte prettig dus als het mogelijk is, kies dan voor een groter verblijf en zorg ervoor dat de vogels regelmatig kunnen rondvliegen in de kamer.
Voor bijvoorbeeld één amazonepapegaai moet het verblijf minimaal 120x80x100 centimeter groot zijn. Een kooi van deze afmeting is alleen geschikt als nachtverblijf. Een amazonepapegaai vliegt in de natuur vrij rond dus heeft ook deze ruimte nodig. Bij twee amazonepapegaaien is een afmeting van 150x100x120 cm voldoende om mee te beginnen. Je kunt ervoor kiezen om ook een klimboom in de kamer te zetten. De papegaaien vinden het vaak geweldig om op te klimmen en te klauteren.
Grasparkieten zijn groepsdieren en worden het liefst in een groep gehouden. De vogels kunnen zowel binnen als buiten gehouden worden.
Papegaaiachtigen en parkieten houden van badderen. Douche of sproei de vogels daarom regelmatig of geef ze een badje zodat ze zelf kunnen kiezen als ze willen badderen.
Door verkeerde voeding kunnen vogels te dik of te mager zijn, maar kunnen ze ook niet meer in de rui gaan als ze niet de juiste voedingsstoffen binnen krijgen. Gebruik je een zadenmix dan kan het zijn dat jouw vogel hier alleen de lekkere zaden uitpikt. Een oplossing hiervoor zou pelletvoeding kunnen zijn. Deze brokjes zien er hetzelfde uit en bevatten alle voedingstoffen die vogels nodig hebben.
Vogels zijn vaak intelligente dieren en hebben daardoor vaak uitdaging nodig. Door kooiverrijking kun je voorkomen dat de dieren zich gaan vervelen.
> Lees hier meer over kooiverrijking
Een vogel heeft geen tanden of kiezen, maar een snavel. Elke vogel heeft een snavel die bij zijn eetgewoontes past. Zo hebben kanaries of zebravinken in vergelijking met de grasparkiet een hele andere grootte en vorm.
Hoewel de vorm van de snavel is aangepast aan het gebruik en daarom bij elke vogelsoort anders is, geldt voor alle snavels dat ze onderhouden moeten worden.
> Lees hier meer over snavelverzorging
De nagels van vogels groeien net als de nagels van mensen. Net zoals wij onze nagels moeten knippen of vijlen, is het ook belangrijk dat de nagels van vogels worden onderhouden. Als de nagels van een vogel te lang worden dan kan dit betekenen dat de vogel teveel op zijn stok zit en daardoor zijn nagels weinig of niet slijten.
> Lees hier wat je aan nagelverzorging bij je vogel kunt doen
Bron: World of Birds / LICG
Het stimuleren en bezig houden van dieren heeft veel voordelen en zeker ook voor vogels. Een verzorgde kooi, verse takken en goede zitstokken zijn essentieel voor het welzijn van de vogels.
Een zitstok wordt door een vogel vooral gebruikt om op uit te rusten, maar ze klimmen en klauteren ook graag. Gebruik daarom minimaal drie zitstokken zodat je vogel van stok tot stok kan springen. Zitstokken zijn er in allerlei verschillende diktes en van allerlei materialen.
Bijvoorbeeld wilg is heel zacht en alleen geschikt voor vogels die niet te veel knagen, terwijl eiken weer heel hard is en ook nog eens lastig te verkrijgen. World of Birds foundation geeft de voorkeur aan natuurstokken waar de bast nog omheen zit. De bast is een laag in een tak en daarmee wordt de schors bedoeld. De bast kunnen vogels eraf knagen en het houdt je vogel lekker bezig.
Een geschikte zitstok heeft dan ook de juiste dikte voor jouw vogel. Het pootje gaat namelijk om de zitstok en als deze te dik of juist te dun is dan is dit niet prettig voor de vogel. De richtlijn is als de tenen van de vogel de stok voor 2/3 vasthebben, maar nog beter is het om zitstokken van allerlei diktes te hebben. Zo zit de poot niet de hele tijd in dezelfde houding.
Ook moeten de stokken regelmatig vervangen worden. Door het knagen van de vogels, kunnen de stokken te glad worden. Wil je de stokken schoonmaken? Gebruik dan heet water om de stokken af te spoelen.
Met name papegaaien vinden het lekker om aan verse takken te knagen. Dit heeft voordelen want de snavel zal door het knagen slijten, waardoor de snavel gezond blijft en de juiste lengte houdt en er zitten ook voedingstoffen in deze takken die de vogels nodig hebben.
Papegaaien onderhouden dagelijks hun prachtige verenkleed. Het kan zijn dat papegaaien hierin doorslaan en dan verandert dit normale gedrag in een gedragsprobleem waarbij ze opzettelijk de veren beschadigen. Dit gedrag komt meestal door verveling, frustratie en stress. Iets wat op te lossen is door kooiverrijking.
> Lees meer over het plukken van veren en hoe je dit kunt voorkomen
Het is belangrijk dat vogels de juiste voeding binnenkrijgen. Gebruik je een zadenmix dan kan het zijn dat jouw vogel hier alleen de lekkere zaden uitpikt. Een oplossing hiervoor zou pelletvoeding kunnen zijn. Deze brokjes zien er hetzelfde uit en bevatten alle voedingstoffen die vogels nodig hebben.
Naast de juiste voeding kan je vogels stimuleren door ze bezig te houden met eten. Vogels in de natuur zijn ook altijd druk op zoek naar voedsel. Laat de vogels bijvoorbeeld zoeken naar voedsel door het eten te verstoppen of bij papegaaien kan je gebruik maken van voedsel waarbij de vogels nog moeten werken om het open te krijgen. Denk aan noten en fruit wat nog opengemaakt moeten worden. De vogel kan dit voedsel kraken of pellen en dit houdt ze dan lekker bezig. Het is toch net even anders dan het voedsel kant en klaar in een bakje voorgeschoteld krijgen, dan kan een vogel zich snel gaan vervelen
Let op: voedselverrijking is bedoeld om een vogel langer bezig te houden met zijn voeding. Het is dus niet de bedoeling om meer voedsel te geven.
Bron: World of Birds / LICG
Bij het houden van exotische dieren als huisdier komt een hoop kijken. Exoten zijn dieren die nu wonen in een gebied waar ze van oorsprong niet voorkomen en daardoor ook andere zorg nodig hebben.
Vaak is er een verwachting van het houden van de dieren die in de realiteit toch anders blijkt te zijn. Bijvoorbeeld doordat de dieren niet het gewenste gedrag vertonen of omdat ze helemaal niet leuk zijn om mee te spelen.
Niet alleen de huisdieren zelf blijken dan anders te zijn dan de verwachting, maar er zijn ook regels en wetten die gevolgd moeten worden en niet elk dier mag zomaar gehouden worden.
Exotische dieren zijn niet gedomesticeerd. Dit betekent eigenlijk kort gezegd dat ze niet ‘tam’ gemaakt zijn. Het zijn en blijven wilde dieren en ze zullen anders communiceren dan gedomesticeerde dieren zoals een hond, kat of konijn.
De dieren kunnen daardoor onterecht bestempeld worden als vals of agressief, omdat ze eigenlijk juist zeer duidelijk zijn in hun communicatie. Huisdieren hebben vaak veel geduld terwijl exotische dieren vaak maximaal 1 á 2 keer waarschuwen voordat ze van zich af bijten.
Exotische dieren, met name reptielen, hebben naast een terrarium naar hun behoefte ook behoefte aan een plek voor zichzelf. Dit is hun eigen territorium en daar mag niet zomaar iedereen in. Zeker bij reptielen is het vertrouwen en respect tussen mens en dier heel belangrijk.
Reptielen zijn vaak prooidieren en kunnen daarom wat terug getrokken zijn. Prooidieren zijn dieren die in de natuur vaak bejaagd worden door andere dieren en zich dan verschuilen. Dit gedrag kunnen zij ook bij mensen vertonen.
De dieren kunnen in het begin afstandelijk zijn en het zal veel tijd en energie kosten voordat je ze mag aaien, vasthouden of überhaupt mag benaderen. Pluizige exotische dieren zoals suikereenhoorns, witbuikegels, egel tenreks etc. zijn een stuk kleiner en hebben vaak een angstigere houding dan bijvoorbeeld een slang van 6 meter. Dit komt omdat ze fysiek minder in staat zijn om tegen ons in te gaan en dit is terug te zien in de houding. Ook bij deze dieren zal het een hoop tijd en energie kosten voordat ze vertrouwen in je hebben.
Nadat je het vertrouwen van het dier hebt gewonnen, betekent dit niet dat je geen tijd en aandacht aan het dier hoeft te besteden. Het blijft belangrijk om aandacht te geven, omdat de dieren snel weer verwilderen en dan moet je weer van vooraf aan beginnen met het opbouwen van de band.
Overweeg je een exotisch huisdier? Lees je dan goed in voordat je de beslissing neemt. Dit is het advies van gespecialiseerde opvang van exotische dieren. Misschien kan je ook een kijkje nemen bij mensen die dit soort dieren als huisdier houden zodat je echt een goed beeld hebt.
Op het internet staan veel leuke filmpjes en foto’s van ideale scenario’s van dieren waar mensen misschien al jaren mee getraind hebben om het (gewenste) gedrag te krijgen en dit is dus geen garantie dat een nieuw exotisch huisdier ook zo is.
Het is vaak niet zo rooskleurig als men ziet of leest op het internet en als dit wel zo is, zijn er vaak weken, maanden, jaren aan aandacht en energie in gestoken om het gewenste resultaat te krijgen. Neem dit dan ook mee in de overweging om een exoot als huisdier te nemen.
Het houden van exoten is vaak niet zo spannend als mensen denken. Zeker bij reptielen is dit het geval. Op televisie tijdens documentaires ziet men vaak reptielen in actie, die honger hebben en veel bewegen. Maar de realiteit van een reptiel als huisdier is dat deze 95% van de tijd liggen te rusten onder een warmtelamp. Als ze honger krijgen komen ze in actie en verder gebeurt er weinig.
Op hun eigen manier zijn ze erg leuk als huisdier, maar alleen als het aansluit bij jouw karakter en jouw wensen voor een huisdier. De dieren zijn minimaal te ‘kneden’ en het is dan ook lastig om de dieren te sturen of ongewenst gedrag af te leren. Het zijn vooral dieren om naar te kijken en niet om mee te knuffelen. Ook dit is iets om mee te nemen in de beslissing om een exoot als huisdier te nemen.
Bij exotische dieren zoals reptielen komt veel papierwerk kijken in de vorm van CITES-papieren. De CITES-overeenkomst is in het leven geroepen om dieren en planten tegen uitsterving te beschermen. In de CITES-overeenkomst staan regels om ongeveer 5.800 diersoorten en 30.000 plantensoorten te beschermen. Het is een internationale overeenkomst waar de Europese Unie (EU) en ook nog 182 andere landen aan mee doen. Een CITES-document toont aan waar het dier vandaan komt (nakweek of wildopvang) en wie de eigenaar is. Zo wordt geprobeerd om de handel van beschermde soorten te regelen/controleren.
Invasieve soorten zijn dieren of planten die oorspronkelijk helemaal niet in Nederland voorkomen. Vaak worden deze soorten door mensen verspreidt over de wereld en komen daardoor op plekken waar ze eigenlijk niet horen. De aanwezigheid of groei van deze dieren en planten kunnen een bedreiging vormen voor de inheemse soorten. Inheemse soorten zijn planten of dieren die wel in Nederland horen voor te komen en door de bedreiging kunnen inheemse soorten misschien verdwijnen. De biodiversiteit in Nederland wordt daardoor verstoord. Biodiversiteit houdt in dat er binnen een gebied verschillende dieren- en plantensoorten zijn.
> Lees hier meer over invasieve exoten
Een aantal dieren zoals wasberen, neusberen, wasbeerhonden en lettersierschildpadden (roodwang-, geelwang- en geelbuikschildpadden) zijn invasieve diersoorten en staan sinds 2016 op de Unielijst. Dit betekent dat deze dieren niet meer aangeschaft mogen worden, maar als je deze dieren al als huisdier hebt dan mogen de dieren blijven tot zij overlijden. De dieren mogen niet verhandeld worden en het dier mag zich ook niet meer voortplanten.
Mensen die afstand willen doen van deze dieren kunnen de dieren bij een opvangcentrum brengen met een specifieke ontheffing voor dit diersoort. Het is wettelijk verboden dat particulieren invasieve diersoorten van andere particulieren overnemen.
Twijfel je nog steeds over het nemen van een exoot als huisdier? Of heb je vragen over het houden van een exoot? Neem dan contact op met een specialistische opvang.Bron: NVWA / Stichting Carnivora / RVO
Invasieve soorten zijn dieren of planten die oorspronkelijk helemaal niet in Nederland voorkomen. Vaak zijn deze soorten door mensen verspreid over de wereld en komen daardoor op plekken waar ze eigenlijk niet horen. Een klein deel van de exoten, zoals de nijlgans en rivierkreeft, kan goed overleven in de nieuwe omgeving en kan zich zelfs thuis voelen.
Tot invasieve soorten behoren niet de dieren die in Europa thuishoren, maar door klimaatsverandering zich ook thuis voelen in Nederland en zich dan ook naar ons land verplaatsen.
Voor sommige invasieve exoten geldt een verbod om ze te houden, kweken, handelen, importeren en transporteren in Nederland. Deze schadelijke diersoorten zijn sinds 2016 opgenomen in de Unielijst. In 2022 is deze lijst verder aangevuld.
Invasieve exoten kunnen schadelijk zijn voor de Nederlandse natuur. De aanwezigheid of groei van de aantallen van deze dieren en planten kunnen een bedreiging vormen voor de inheemse soorten.
Inheemse soorten zijn planten of dieren die wel in Nederland horen. Door de komst van invasieve exoten kunnen populaties van inheemse soorten worden teruggedrongen en misschien zelfs verdwijnen. De biodiversiteit in Nederland wordt dan door de komst van invasieve exoten verstoord. Biodiversiteit houdt in dat er binnen een gebied verschillende dieren- en plantensoorten samen leven.
Maar invasieve exoten kunnen ook gezondheidsproblemen bij mensen of economische schade veroorzaken. Zo ontstaat er schade doordat de invasieve exoten inheemse dieren of planten opeten, een nieuwe ziekte overbrengen op inheemse dieren, paren met inheemse soorten waardoor deze soorten verdwijnen en / of de populatie invasieve exoten zo snel groeit dat inheemse soorten onvoldoende licht, (nest-)ruimte of voedsel overhouden.
Bron: NVWA
Het inrichten van een terrarium is niet moeilijk, maar er moet wel over nagedacht worden. Bij het inrichten van een terrarium is het belangrijk dat de natuurlijke leefomgeving van herpeten (terrariumdieren) zo nauwkeurig mogelijk wordt nagebootst en dat de dieren zich veilig voelen.
Er zit een groot verschil in de manier waarop een terrarium moet worden ingericht en dit zit grotendeels in waar de herpeten van oorsprong vandaan komen. Komen de dieren bijvoorbeeld uit een nat klimaat of juist een droog klimaat?
Dieren uit een droogklimaat zijn gevoeliger voor temperaturen en dieren uit een nat klimaat zijn gevoeliger voor de luchtvochtigheid. Het is dan ook belangrijk dat deze factoren op orde zijn.
Daarnaast zit er ook verschil tussen het houden van reptielen en amfibieën. Dit heeft er mee te maken dat amfibieën vaker in een moerasterrarium gehouden worden.
De noodzakelijkheid van (drink)water verschilt ook per diersoort en natuurlijk habitat. Woestijndieren drinken aanzienlijk minder water dan dieren uit een tropisch habitat. De vochtopname van de dieren is echt afhankelijk van waar ze vandaan komen, maar ook hoe vaak ze drinken, of ze überhaupt drinken of ze water opnemen uit voeding of dat ze water aflikken van bladeren etc.
Herpeten hebben voedingspreparaten, zoals calcium en vitamines, nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen in een terrarium. Een terrarium is natuurlijk een gecreëerd habitat en daarom zijn de voedingspreparaten noodzakelijk.
Reptielen zijn vaak door gebrek van kennis van hun eigenaar slachtoffer van groeiachterstanden en botvergroeiingen. Vaak zijn de eigenaren niet op de hoogte hoe ze dieren kunnen ondersteunen tijdens de groei of andere levensfase zoals vervellingsperiodes of het leggen van eieren.
De terraria zijn onder te verdelen in een gematigd terrarium, woestijnterrarium, steppeterrarium, tropisch terrarium of moerasterrarium (ook wel paludarium genoemd). Afhankelijk van het soort klimaat kan bekeken worden in hoeverre de temperatuur of luchtvochtigheid een belangrijke factor is.
Het Zuid-Europese klimaat is het klimaat dat je wilt nabootsen in een gematigd terrarium. Temperaturen liggen in de warme jaargetijde overdag rond de 25 tot 32 graden Celsius en ’s nachts tussen de 12 en 20 graden. De luchtvochtigheid ligt dan tussen de 50 en 75%. In de winter mag de temperatuur wat lager liggen.
Dit terrarium is ruim opgezet en bevat veel hout, steen en kleine plantjes.
Een woestijnterrarium bootst een droogklimaat na met veel licht. Ook bij deze terraria is het belangrijk dat er veel afwisseling is tussen warme en koele plekjes.
De dieren zullen de warme plekken gebruiken om op temperatuur te komen en moeten zich kunnen verplaatsen naar een koeler plekje met schaduw. In de nacht mag het best wat koeler zijn dan overdag. In de echte woestijn is dit namelijk ook het geval.
Een steppeterrarium lijkt op een woestijnterrarium dus kunnen bovenstaande tips daarvoor gebruikt worden. Let wel op dat een steppeterrarium doorgaans meer aangekleed wordt met droge takken, stenen en planten, maar ook dit is afhankelijk van de soort die in het terrarium gehouden wordt.
Een tropisch terrarium wordt ook wel regenwoudterrarium genoemd en de naam zegt het dus eigenlijk al. Dit terrarium zit vol met planten, een relatief klein watergedeelte en er is een constante temperatuur van ongeveer 25 tot 30 graden, ’s nachts is er weinig temperatuurverschil en er is best een hoge luchtvochtigheid. De temperatuur kan wel per soort verschillen dus het is altijd goed om dit te checken.
Een paludarium bevat een groter (ondiep) watergedeelte wat zeker een derde van het bodemoppervlak bedekt. De omstandigheden zijn vergelijkbaar met het terrarium hierboven.
De ideale leefomgeving en temperatuur verschilt dus per soort en waar de herpeet oorspronkelijk vandaan komt. De omstandigheden waaraan het dier wordt blootgesteld in zijn natuurlijke omgeving, zoals luchtvochtigheid, temperatuur, lichtintensiteit en de lengte van een dag, moeten in het terrarium zo goed mogelijk nagebootst worden. Twijfel je? Neem contact op met een reptielenopvang.
Bron: LICG / Stichting Carnivora
Dieren in de tuin maken een tuin lekker levendig. Van een bijtje op een bloem tot een vogel die een nestje bouwt, van een mol die een heel gangenstelsel graaft tot een egel die een winterslaap houdt. Het kan er druk aan toe gaan. Door je tuin diervriendelijk in te richten, komen veel dieren op een tuin af.
De basis van een diervriendelijke tuin is veel beplanting. Bijen, vlinders en vogels houden van planten en helpen de planten bij de bestuiving en vergroten hiermee de biodiversiteit. Maar ook voedsel vinden zij in sommige planten.
Er zijn zelfs planten die bijen en vlinders aantrekken. Denk aan Winterheide, Lavendel, Vlinderstruik, Herstaster, Koninginnekruid, Salie en Zilverkaars. Al deze planten hebben verschillende bloeitijden. De ene bloeit in mei, de ander juist in juni of augustus. Zoek planten met verschillende bloeitijden uit, zo is er het hele seizoen lekkers te vinden in jouw tuin.
Vogels zijn gek op besjes en zaden terwijl bijen en vlinders erg blij worden van zonnehoed en ijzerhard waar zij nectar vinden en zorg er vooral voor dat de planten in verschillende periodes bloeien, zodat de dieren zo lang mogelijk van je tuin kunnen genieten.
Ook al worden vogels, insecten en andere natuurdieren erg blij van planten, voor andere dieren is het juist oppassen. Er zijn planten die die giftig zijn voor katten en honden en die je als honden- en katteneigenaar beter kunt vermijden.
> Lees hier welke planten giftig zijn
Insecten zijn belangrijk voor allerlei onderdelen in de natuur; denk bijvoorbeeld alleen al aan de bestuiving van groente en fruit. Heet insecten ook welkom in jouw tuin en bouw zelf dit leuke insectenhotel.
Gaasvliegen, lieveheersbeestjes, sommige vlinders en vele bijen houden van het materiaal in een insectenhotel en voelen zich veilig en beschut. Zorg ervoor dat het insectenhotel op een beschutte plek staat met de opening naar het zuiden.
> Zo bouw je een insectenhotel
Mensen houden vaak van opgeruimde tuinen. In de lente en de herfst gaan ze aan de slag om de tuin aan kant te maken. Ze ruimen dan de blaadjes op die van de bomen gevallen zijn. Maar rommelige tuinen zijn juist erg populair bij vogels, insecten, slakken, kikkers en egels. In deze tuinen vinden zij beschutting en voedsel.
Ook al houd je van een nette tuin, dan nog is er vaak wel een plekje te vinden waar het een beetje rommelig mag zijn. Die loze ruimte net achter de schuur bijvoorbeeld: je ziet er zelf niets van en allerlei dieren worden er heel blij van!
Rommelhoekje
Zo'n rommelhoekje bestaat uit bladeren, takjes en snoeiafval. Eekhoorns, egels en padden vinden het heerlijk om hier in rond te scharrelen of zelfs te overwinteren.
Ook bijen en andere insecten leggen er hun eitjes in of verblijven er veilig gedurende de wintermaanden. Losse takjes zijn juist in de lente erg geliefd bij vogels om nestjes mee te maken.
Winterslaap
In de herfst zoeken dieren die een winterslaap houden een fijn plekje om de koude wintermaanden door te komen. Ze doen dat in een holletje dat bekleed is met een dikke laag bladeren. Dus voordat je met een grasmaaier, bosmaaier, snoeischaar of ander gereedschap je tuin gaat aanpakken, kijk dan goed of er geen egel zit die je per ongeluk kunt verwonden of laat de bladeren liggen tot de lente. De dieren zullen jou erg dankbaar zijn.
Nestkastjes bieden vogels een veilige plek om te nestelen, maar ze kunnen er ook gewoon in slapen. Daarnaast brengt een nestkast in je tuin of op het balkon ook nog eens veel bedrijvigheid met zich mee en dat is natuurlijk hartstikke leuk om naar te kijken.
> Lees hier waar je op moet letten bij het plaatsen van een nestkast
Een Musterdhoop is een plek waar kleine dieren beschutting kunnen vinden. De hoop bestaat eigenlijk uit opgestapeld snoeihout. Snoeihout waar je niks mee doet, kan je mooi gebruiken.
Tip: bouw de musterd in een rustig plekje in de tuin. Zo kunnen kleine dieren als padden, kikkers en salamanders een overwinteringsplek vinden, maar een bunzing of muis maakt er ook graag gebruik van om beschutting te zoeken. Ook onder insecten is de hoop populair!
De onderkant van de hoop rot langzaam weg, maar door de bovenkant steeds aan te vullen met hout blijft de hoop bestaan.
Steeds meer vogels hebben moeite om een veilige nestplek te vinden. Door verstedelijking, renovaties en het verdwijnen van oude bomen worden natuurlijke broedplaatsen schaars. Gelukkig kun jij helpen. Door een nestkast op te hangen in je tuin of op je balkon, bied je vogels een veilige plek om te broeden én te rusten.
In deze blog lees je hoe je een nestkast plaatst, waar je op moet letten en wanneer je deze het beste kunt ophangen.
Een nestkast voor vogels biedt bescherming tegen roofdieren, slecht weer en verstoring. Vooral in woonwijken en steden zijn natuurlijke holtes in bomen of gebouwen steeds minder beschikbaar. Met een goede nestkast:
Help je vogels veilig hun jongen groot te brengen
Draag je bij aan de biodiversiteit in jouw omgeving
Creëer je meer leven en bedrijvigheid in je tuin
Veel tuinvogels, zoals koolmezen, pimpelmezen, mussen en spreeuwen, maken graag gebruik van nestkasten.
Niet elke vogel heeft dezelfde woonwensen. De juiste nestkast kiezen is daarom belangrijk.
Koolmees en pimpelmees: halfopen of gesloten nestkast met de juiste invliegopening
Spreeuw en mus: grotere nestkast, eventueel meerdere bij elkaar (dit zijn koloniebroeders)
Zwaluw: speciale zwaluwnestkast onder een dakrand
Steenuil: ruime nestkast, vaak geplaatst in rustige landelijke gebieden
Koloniebroeders zoals mussen en spreeuwen kun je meerdere nestkasten naast elkaar aanbieden. Mezen hebben liever wat meer afstand; hang hun nestkasten ongeveer drie meter uit elkaar.
Wil je zelf een nestkast maken? Gebruik dan onbehandeld hout van minimaal 1,5 cm dik. Zorg dat de kast waterdicht is en geopend kan worden voor schoonmaak na het broedseizoen.
De juiste plek is minstens zo belangrijk als de nestkast zelf. Een eenvoudige nestkast op een goede locatie wordt sneller bewoond dan een luxe kast op een ongeschikte plek.
Let op de volgende punten:
Hang de nestkast niet vlak naast een terras of plek waar je vaak zit. Vogels moeten zich veilig voelen.
In de zomer kan het erg warm worden in een nestkast. Hang deze bij voorkeur in de schaduw of halfschaduw.
In Nederland komt de wind vaak uit het zuidwesten. Richt de opening van de nestkast daarom op het noordoosten. Zo zitten vogels beschut tegen regen en wind.
Takken of obstakels voor de opening maken het moeilijk voor vogels om veilig naar binnen te vliegen.
Zorg dat de kast niet kan bewegen of vallen door wind of storm.
Plaats de nestkast op een plek waar katten, ratten of andere dieren er niet makkelijk bij kunnen.
Veel mensen denken dat een nestkast pas in het voorjaar nodig is, maar het najaar is juist ideaal.
Hang je de nestkast al in de herfst op? Dan kunnen vogels er in de winter in schuilen en eraan wennen. De kans is dan groter dat ze de kast in het voorjaar gebruiken om in te broeden.
Is het broedseizoen voorbij en zijn de jongen uitgevlogen? Dan is het tijd om de nestkast schoon te maken. De beste periode hiervoor is september of oktober.
Zo pak je het aan:
Trek handschoenen aan.
Verwijder het oude nestmateriaal.
Spoel de kast schoon met kokend water (geen schoonmaakmiddelen gebruiken).
Laat de kast goed drogen voordat je deze weer sluit.
Een schone nestkast voorkomt parasieten en ziektes bij toekomstige bewoners.

Wil je zelf een nestkast bouwen? Gebruik natuurlijke materialen zoals onbehandeld hout. Zorg voor:
Hout van minimaal 1,5 cm dik
Een waterdicht dak
Ventilatiegaatjes
Een kast die open kan voor schoonmaak
De Vogelbescherming biedt een handig overzicht van de juiste binnenmaten per vogelsoort. Zo weet je zeker dat jouw nestkast geschikt is voor de vogel die je wilt helpen.
Met één nestkast maak je al verschil. Je biedt vogels een veilige plek om te broeden en draagt bij aan meer natuur in je eigen omgeving. Zeker nu natuurlijke nestplekken steeds schaarser worden, is jouw hulp hard nodig. Wil je je tuin nóg diervriendelijker maken? Vraag dan hier gratis ons boekje aan vol tips om jouw tuin een fijne plek te maken voor bijen, vlinders, egels, vogels en meer.
Vind je een vogel in nood of twijfel je wat je moet doen? Lees dan ook eens: een vogel gevonden? Wat nu? Zodat je precies weet hoe je moet handelen.
Wil je meer tips om dieren in nood te helpen of bijdragen aan projecten die dieren beschermen? Samen zorgen we voor een veilige leefomgeving voor alle dieren.
Bron: VRC Zundert / Vogelbescherming
Als huisdieren gewend zijn dat er altijd iemand thuis is dan kan het een plotselinge verandering zijn als je huisdier ineens een lange tijd alleen is. Vooral voor nieuwe huisdieren, die niet anders gewend zijn, zal het in het begin lastig zijn.
Zij moeten het vertrouwen krijgen dat je altijd weer terugkomt anders kunnen zij angst ontwikkelen om alleen te zijn en zullen ze erg onrustig worden. Ze kunnen dan gaan blaffen of miauwen, dingen kapot maken of de ontlasting in huis doen.
Als dieren problemen hebben met het leren om alleen thuis te zijn kan dit verschillende oorzaken hebben zoals erfelijke aanleg, nooit geleerd om alleen te blijven, lange tijd niet alleen geweest te zijn, trauma zoals inbraak, onweer of iets anders of plotselinge verandering van omstandigheden zoals een persoon die weggaat door overlijden, verhuizing of scheiding.
Heeft jouw dier echt last van verlatingsangst dan is het misschien goed om een gedragsdeskundige in te schakelen, maar een bezoek aan de dierenarts kan ook geen kwaad. Het is altijd goed om lichamelijke problemen uit te sluiten.
Bron: LICG
In de herfst zie je overal paddenstoelen in het bos. Verscholen tussen de bladeren en met prachtige kleuren. Maar let op! Sommige soorten zijn giftig voor honden en katten.
Er zijn duizend soorten paddenstoelen en daarom is het heel erg lastig om te onderscheiden welke paddenstoelen nou giftig zijn en welke niet. De paddenstoelen die giftig zijn voor mensen, zijn vaak ook giftig voor dieren. Probeer daarom altijd te voorkomen dat jouw hond of kat paddenstoelen eet. Giftig of niet.
Loop je in een bos of park waar paddenstoelen voorkomen? Wees dan altijd extra alert. Zeker in losloopgebieden. Bij katten die buiten lopen is dit natuurlijk veel lastiger.
Heb je paddenstoelen in je eigen tuin? Dan zou je ze uit voorzorg weg kunnen halen. Zo weet je zeker dat je hond of kat ze niet te pakken krijgt, want ook deze kunnen giftig zijn.
Maar ook het trainen van je hond kan helpen. Vooral als je een hond hebt die graag van alles eet. Zorg ervoor dat hij in ieder geval los laat wanneer jij dat zegt.
Na het eten van een paddenstoel kunnen de symptomen binnen 15 minuten optreden, maar het kan ook pas 12 uur na het eten optreden. Per paddenstoel zijn de symptomen die optreden erg verschillen.
De symptomen die het meest optreden zijn:
Daarnaast zijn er ook soorten die problemen in de hersenen en het zenuwstelstel veroorzaken:
Wacht niet en neem altijd direct contact op met de dierenarts. Ook als je niet zeker bent of hij/zij wel echt een giftige paddenstoel heeft binnengekregen. Giftige paddenstoelen kunnen erg gevaarlijk zijn met overlijden als gevolg. Neem de paddenstoel mee zodat de dierenarts weet om welke vergiftiging het gaat en ook de juiste zorg kan bieden aan jouw trouwe viervoeter.
De gewone of rode eekhoorn (Sciurus vulgaris) is in Europa de meest voorkomende eekhoornsoort. In vrijwel heel Nederland is deze lenige en aandoenlijke knager te vinden in naald- en gemengde bossen, maar we zien hem ook in tuinen en parken. Leer meer over de eekhoorn met deze 7 weetjes!
1. Winterrust
De eekhoorn is een dagdier en hij is vooral actief vlak na zonsopgang en vlak voor zonsondergang. Eekhoorns houden geen winterslaap, maar wel winterrust. Dat betekent dat ze op erg koude en gure dagen in hun nest blijven. Op de betere dagen gaan ze 's ochtends naar hun wintervoorraden om eten te halen, de rest van de dag laten ze zich dan meestal niet meer zien.
2. Uiterlijk
De rode eekhoorn is 20 tot 28 centimeter lang en weegt 250-350 gram. Hij is een omnivoor en valt onder de knaagdieren. Anders dan zijn naam doet vermoeden, kan z'n kleur variëren van zwart tot gelig, met allerlei tinten rood en bruin daartussenin. Meestal zijn eekhoorns in de zomer roodbruin (met een wit buikje), en 's winters meer grijzig donkerbruin.
3. Wat eet een eekhoorn?
Eekhoorns eten vooral plantaardig materiaal zoals noten, kegels en zaden van sparren en pijnbomen. Maar ook knoppen, paddenstoelen, boomschors en dierlijk materiaal als insecten en eieren staan op hun menu. Verder eten eekhoorns aarde om voldoende mineralen binnen te krijgen. Een eekhoorn eet dagelijks vijf procent van zijn lichaamsgewicht aan voedsel. Net als veel andere knaagdieren legt hij wintervoorraden aan.
4. Nest
Eekhoorns gebruiken als onderkomen graag de oude nesten van soortgenootjes. Een eekhoornnest is rond met een diameter van ongeveer dertig centimeter en is in bomen te vinden op minstens zes meter hoogte, vlakbij de boomstam. Af en toe zie je ook nesten in een holle boom. Een nestje wordt gebouwd van twijgen en bekleed met mos en gras.
5. Bosbouwer
Rode eekhoorns zijn vooral actief in de zomer en herfst, wanneer ze voedselvoorraden voor de winter aanleggen. Erg dol op de zon zijn de diertjes echter niet; als ze in de zon moeten zitten, gebruiken ze hun staart als parasol. Omdat eekhoorns vaak plekken vergeten waar ze hun voorraden hebben verstopt, dragen ze bij aan de verspreiding van boomzaden in het bos.
6. Aaibaarheidsfactor
De eekhoorn dankt zijn hoge aaibaarheidsfactor aan zijn mooie, wollige staart en de leuke pluimpjes op zijn oren, die vooral in de winter opvallen. Maar we waarderen hem ook omdat hij zo elegant kan rennen en springen. Daarvoor gebruikt hij zijn lange en scherpe nagels. Met de losse huid op zijn flanken kan hij langer in de lucht blijven als hij zijn ledematen spreidt. Zijn staart gebruikt hij als roer om een sprong te sturen.
7. Vijanden
Helaas sterven veel eekhoorns in hun eerste levensjaar, waarbij ziektes en parasieten zoals vlooien, teken en luizen een rol spelen. Verder heeft de eekhoorn volop natuurlijke vijanden, zoals roofvogels en marters. Helaas worden eekhoorns vaak verkeersslachtoffer. Hoewel ze snel kunnen rennen, hebben ze de neiging bij gevaar bij het oversteken stil te zitten als een bolletje. De meest voorkomende doodsoorzaken van dit prachtige dier is echter verhongering. Mede door andere uitheemse eekhoornsoorten krijgen rode eekhoorns vaak weinig voedsel binnen.