Belangrijke vragen en antwoorden over vogelgriep voor dierenhulpverleners

Samen met dierenhulporganisaties en met advies van Thijs Kuiken van het Erasmus Medisch Centrum hebben wij handvatten opgesteld hoe om te gaan met vogelgriep. We maken hierbij onderscheid tussen gemeenten, dierenambulance organisaties en wildopvangcentra. Zie dier.nu/bf/handvatten-vogelgriep. Wij werken momenteel in samenwerking met het ministerie van LNV en de landelijke werkgroep vogelgriep wilde vogels aan een duidelijk schema wat te doen in welke situatie. Het hangt er namelijk van af of je te maken hebt met 1 individu, een groep vogels die bereikbaar is of een kolonie in een ontoegankelijk natuurgebied.

Heerst de vogelgriep nog steeds?

Ja, er is nog steeds sprake van een epidemie onder wilde vogels. Zelfs nu de overheid de ophok- en afschermplicht voor pluimvee deels heeft ingetrokken Ze gelden nog in de pluimveedichte gebieden. Kijk hier voor de actuele situatie. In het voorjaar en de zomer van 2023 zien we vooral veel zieke kokmeeuwen en sterns. Ook bij andere vogelsoorten blijft waakzaamheid geboden. Bovendien is er ook sprake van vogelgriep bij zoogdieren, zoals vossen, marters en zeehonden.

Hoe herken je vogelgriep?

Het is van belang om te weten of het om hoog-pathogene  (dus zeer besmettelijke en vaak dodelijke) vogelgriepvirusinfectie gaat. Het antwoord is waarschijnlijk ‘ja’ bij een kokmeeuw die in rondjes loopt (een nerveus verschijnsel) en afkomstig is van een broedkolonie met hoge sterfte en andere kokmeeuwen met nerveuze verschijnselen. Het antwoord is wellicht ‘nee’ bij een groene specht met een scheef gehouden kop (ook een nerveus verschijnsel) die naast een woonkamerraam is gevonden. 'Het is dus belangrijk om de verdenking van vogelgriep te laten beoordelen door een ervaren of deskundige medewerker. Bij twijfel is het verstandig zekerheidshalve van vogelgriep uit te gaan.' Daarnaast is het van belang om te beoordelen of het gaat om dusdanig ernstige verschijnselen dat het dier ondraaglijk lijdt en daarna de deskundige kan oordelen dat het voor het welzijn van de vogel beter is om hem te doden.

Wie mag een vogel uit zijn lijden verlossen?

Allereerst is het belangrijk dat de juiste diagnose wordt gesteld. Je kunt een dier laten testen om uit te sluiten dat het om een andere aandoening gaat (zoals botulisme). Een diagnose is in het veld moeilijk te stellen. Symptomen vogelgriep en bv botulisme zijn soms zeer gelijkend. Diagnose kan pas in het lab worden gesteld. Als je te maken hebt met een vogelgriepslachtoffer met ernstige verschijnselen heeft het doden ter plaatse door een dierenarts de voorkeur. Maar dat is lang niet altijd mogelijk. Hoewel het een risico kan zijn om een besmet dier te verplaatsen, raden we aan om het dier goed te laten beoordelen door een dierenarts. Dat kan door bijvoorbeeld een aparte auto voor vogelgriepslachtoffers in te zetten en de dierenarts het dier op de parkeerplaats van de praktijk te laten behandelen. Een alternatief is dat ter plaatse het advies van de Universiteit Utrecht over dodingsmethoden wilde dieren door niet-dierenartsen wordt toegepast.  Dit geldt alleen voor personen of organisaties die een ontheffing hebben van de wet natuurbescherming voor het vangen, onder zich hebben en doden van inheemse beschermde vogels en zoogdieren. Zie ook: https://www.eerstekamer.nl/nonav/overig/20210621/adviesrapport_dodingsmethoden/document

Hoe herken je vogelgriep bij zoogdieren?

Soms kan het vogelgriepvirus overgedragen worden op wilde zoogdieren zoals vossen en zeehonden en op gezelschapsdieren zoals honden en katten. Bij vossen, katten en honden is dit vaak als gevolg van bijtcontact met besmette kadavers van vogels. Een hond of kat met vogelgriep kan verschijnselen hebben als koorts, hijgen en benauwdheid, sloomheid, oogontsteking en soms oog- en neusuitvloeiing en zenuwverschijnselen zoals trillen of wankel lopen. Overdracht van hond of kat naar mensen is nog nooit vastgesteld. Als je het vermoeden dat een hond of kat ziek is na het contact met een dode of mogelijk zieke vogel moet je contact opnemen met de dierenarts. Meld daarbij expliciet dat het dier contact heeft gehad met een vogel die mogelijk besmet was met vogelgriep. Sowieso is het advies om honden aangelijnd te houden als er dode vogels in de buurt gevonden zijn. Indien er veel zieke en dode wilde vogels met vogelgriep in de buurt aanwezig zijn, is het meest veilige advies om de kat binnen te houden. 

Hoe ga je om met een verdenking van vogelgriep bij wilde zoogdieren?

Een zoogdier met vogelgriep moet gemeld worden. De NVWA doet onderzoek als er voor de dood bij het dier zenuwverschijnselen zijn waargenomen. Bijvoorbeeld als het dier ongecontroleerd met de kop draaide of volledig gedesoriënteerd was. Leeft het dier nog? Meld het dan bij de terreinbeheerder.  Is het dier dood? Bel dan het Landelijk Meldpunt Dierziekten van de NVWA: 045 – 546 31 88. Maar doe alleen melding als je bovengenoemde zenuwverschijnselen hebt gezien voordat het dier doodging. Vertoonde het wilde zoogdier geen zenuwverschijnselen voor zijn dood? Of is dit niet bekend? Meld het dan bij DWHC: 030 – 253 79 25 (van 9:00 t/m 13:00 uur) of via dwhc@uu.nl.

Waarom een meldplicht?
Vogelgriep is een zeer besmettelijke virusziekte waar vogels aan kunnen overlijden.  Zoogdieren zoals bunzings en vossen kunnen ook vogelgriep krijgen en hier aan dood gaan. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wil graag weten welke soorten zoogdieren besmet zijn. En ook waar in Nederland deze besmette zoogdieren worden gevonden. Melden is belangrijk.  LNV besluit door de meldingen om bijvoorbeeld extra onderzoek in te zetten of maatregelen te nemen. Door de meldplicht kan LNV goed in de gaten houden of er meer dieren ziek worden.

Wat houdt de meldplicht in?
Als materiaal zoals bloed of een uitstrijkje van een zoogdier in een laboratorium positief test op vogelgriep (H5 specifieke ELISA, HAR of PCR test) moet je dit melden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De meldplicht geldt voor (tijdelijke) houders van dieren, dierenartsen en onderzoeksinstellingen zoals een laboratorium. Als wilde dieren in een wildopvang zitten, hebben we het over een ‘tijdelijke houder’ van deze dieren. Daarmee geldt de meldplicht ook voor medewerkers van een wildopvang.

Wat betekent dit voor medewerkers van een wildopvang?
Als een Nederlandse onderzoeksinstelling materiaal van een zoogdier onderzoekt en dit dier heeft vogelgriep, dan moet de medewerker van de onderzoeksinstelling dit melden. Er is 1 situatie wanneer een medewerker van een wildopvang een dier met vogelgriep moet melden. Namelijk als de wildopvang waar jij voor werkt materiaal van een zoogdier opstuurt naar een buitenlandse onderzoeksinstelling en van hen een positieve uitslag voor vogelgriep krijgt (H5 specifieke ELISA, HAR of PCR test). Buitenlandse onderzoeksinstellingen zijn namelijk niet verplicht om een positieve uitslag aan de Nederlandse overheid te melden. De medewerker van de wildopvang is dan de eerste persoon die de uitslag binnenkrijgt in Nederland en is daarmee verplicht dit te melden aan de NVWA.


Wat te doen bij een positieve labuitslag?
Als je een positieve labuitslag binnenkrijgt van een niet Nederlands lab, geef je dit door aan de NVWA. Dit kan via het Landelijke meldpunt dierziekten 045-5463188. Voor meer informatie, zie HYPERLINK "https://www.nvwa.nl/onderwerpen/vogelgriep-preventie-en-bestrijding"Vogelgriep | NVWA.
 

Hoe bescherm je jezelf optimaal tegen besmetting met vogelgriep?

In de handleiding voor het opruimen van dood gevonden wilde (water)vogels staan de hygiënemaatregelen die moeten worden nageleefd bij het ophalen, verpakken en vervoeren van de kadavers van wilde (water)vogels. Bij nog levende dieren is het nog belangrijker om de hygiëneregels (wegwerpoverall, wegwerphandschoenen, werkhandschoenen, plastic overschoenen, mondkapje ≥FFP2, sterillium, schep, blik, schepnet) na te leven, omdat het risico op besmetting groter wordt als het dier veel beweegt.

Hoe kom je aan gratis beschermende hulpmiddelen?

Via het Landelijk Consortium Hulpmiddelen zijn door de overheid gratis beschermende hulpmiddelen beschikbaar gesteld voor dierenhulpverleners. Deze zijn in het magazijn van DierenLot in Arkel opgeslagen. Denk daarbij aan mondkapjes, schorten, handschoenen, ontsmettingsmiddelen enz.  Maak hier gebruik van door ze bij ons te bestellen! Dat kan eenvoudig door een mailtje te sturen naar dierenorganisaties@dier.nu. Er is genoeg voor iedereen.

Wat als ik zelf griepverschijnselen heb?

Dan wordt afgeraden om bij de dierenambulance of wildopvang te werken met risicogevallen. Dit omdat dan de kans wordt vergroot dat er mutaties met het vogelgriepvirus komen die ook voor mensen schadelijk kunnen zijn.

Helpt de griepprik bij vogelgriep?

De griepprik helpt niet zozeer tegen vogelgriep zelf, maar voorkomt wel dat er gevaarlijke mutaties kunnen optreden. De ministers Kuipers en Adema hebben dat onlangs in een Kamerbrief gezegd. Ze willen de drempel om een griepvaccinatie te halen verlagen door deze gratis beschikbaar te stellen voor mensen die professioneel in aanraking kunnen komen met vogelgriep. Het is dus belangrijk dat je een griepprik haalt bij je huisarts als je in een wildopvang of bij de dierenambulance te maken hebt met risicogevallen.

Hoe herken je vogelgriep bij mensen?

Vogelgriep bij mensen komt gelukkig bijna nooit voor. Mensen die ziek worden van vogelgriep krijgen doorgaans dezelfde klachten als bij een gewone griep:

●            koorts

●            hoofdpijn

●            spierpijn

●            hoest

●            oogontsteking

De ziekte verloopt meestal mild, maar vooral in Azië zijn er verschillende typen vogelgriepvirus die bij mensen heel ernstig kunnen verlopen met klachten zoals een zware longontsteking of benauwdheid. Er zijn helaas daar ook al dodelijke slachtoffers gevallen, dus het is belangrijk dat je voorzichtig bent. De tijd tussen besmet worden en ziekte is gemiddeld 3 tot 5 dagen, met een maximum van 7 dagen.

Mag je met een dierenambulance door een gebied met een vervoersverbod rijden?

Ja dat mag. Vervoer van wilde vogels, door bijvoorbeeld een dierenambulance naar een dierenarts of opvang, is niet verboden. Als een wilde vogel ziek of gewond is, mag deze naar een vogelopvangcentrum worden gebracht.  Dierenambulances mogen vogels indien nodig binnen de beperkingszone naar een dierenarts brengen, maar moeten vogels naar een wildopvang buiten de beperkingszone brengen.

Welke ontsmettingsmiddelen mag je gebruiken in je voertuig?

Om het zoeken naar middelen voor diertransport en dierverblijfsruimten te vereenvoudigen, heeft de NVWA een lijst gepubliceerd met alle toegelaten ontsmettingsmiddelen bij vogelgriep. Download de lijst toegelaten ontsmettingsmiddelen R&O HPAI .

Hoe gaan wildopvangen om met een aangetoond vogelgriep slachtoffer?

Het is belangrijk om goede quarantaine maatregelen te treffen in de wildopvang. Zie daarvoor de handvatten Wildopvangcentra. Wildopvangcentra moeten een vermoeden van vogelgriep onder de vogels die zij opnemen of opgenomen hebben melden bij de NVWA. Wanneer een wildopvangcentrum daadwerkelijk besmet verklaard wordt, mag de NVWA op basis van een risicobeoordeling besluiten om bepaalde soorten en groepen vogels niet te ruimen. Dat betekent dat niet automatisch alle vogelsoorten en zoogdieren gedood worden. Rondom besmette wildopvangcentra hoeft ook geen beperkingszone ingesteld te worden. Wanneer een wildopvangcentrum besmet is wordt de opvang door de NVWA geblokkeerd. De opvang kan gedurende die periode geen nieuwe dieren opvangen.

Wie is verantwoordelijk voor het opruimen van kadavers?

Het opruimen van dode vogels en het behandelen van zieke vogels is effectief om verdere verspreiding van de vogelgriep te voorkomen en kwetsbare soorten te redden. De Leidraad van de landelijke overheid is echter nog veel te vrijblijvend over wie dat dan moet doen. Het ministerie legt dat neer op basis van vrijwilligheid bij eigenaren van de grond waar een dier met vogelgriep terecht komt, oftewel provincies, gemeenten, natuurorganisaties, waterschappen, boeren en zelfs particulieren die zelf maar met een vuilniszak een besmette vogel naar een inzamelpunt moeten brengen als ze daar zin in hebben. Dat schept in de praktijk veel onduidelijkheid. Bovendien stelt Europese wetgeving simpelweg dat dit niet een kwestie van vrijwilligheid is maar een verplichting. Daarom pleit DierenLot samen met Natuurmonumenten, Vogelbescherming Nederland, Dierenbescherming, LandschappenNL voor een coördinerende rol vanuit de landelijke overheid om zorg te dragen voor een toegankelijk en goed gespreid netwerk met locaties waar kadavers op een verantwoorde wijze vernietigd kunnen worden. Inmiddels wordt dit via de landelijke werkgroep Vogelgriep Wilde Vogels, waarin DierenLot ook zitting heeft, verder uitgewerkt.

Waarom is het opruimen van kadavers zo belangrijk?

Uit onderzoek is gebleken dat het verwijderen van kadavers in vogelkolonies zeker in de eerste 10 dagen van een uitbraak een belangrijke factor is om ervoor te zorgen dat de kolonie niet helemaal uitsterft (met alle gevolgen van dien voor de flora en fauna). Je verkleint daarmee namelijk de kans op verdere verspreiding van het virus. Wel is het belangrijk dat je als dierenhulpverlener niet zonder toestemming van de terreinbeheerder een broedkolonie of het gebied in gaat.

Hoe lever je kadavers op een veilige manier in bij gemeenten?

Maak hierover duidelijke afspraken met de gemeente. Vaak heeft de gemeenten bij haar stortlocaties bakken van Rendac staan waar de kadavers in kunnen worden gedaan. Echter: deze zijn vaak slechts beperkt open. Ook mogen de kadavers soms niet afgegeven worden omdat het om te grote aantallen gaat. Daarnaast wordt er soms gezegd dat de kadavers uit de dubbele plastic zakken moeten worden gehaald op de stort omdat die zakken niet in die bak mogen. In theorie zou dat de ongewenste situatie kunnen opleveren dat de kadavers dan weer uit de zakken gehaald moeten worden. Natuurlijk is dat niet de bedoeling, de zakken moeten dicht blijven en met inhoud worden vernietigd. Daarom is het belangrijk dat de landelijke overheid tot een  eenduidige en verantwoorde afvoer van de kadavers komt en deze helder communiceert naar de gemeenten. Dit om te voorkomen dat de besmette kadavers in gewone kliko’s en vuilnisbakken in de openbare ruimte terecht komen of blijven liggen met alle risico’s van dien.

Wanneer en hoe stuur je een dier op voor onderzoek?

DWHC doet beperkt onderzoek naar van vogelgriep verdachte wilde vogels. Deze kunnen gemeld worden via de volgende portalen:

-             Vogelgriep-app (met optie voor aanmelden voor vogelgriep onderzoek via DWHC). Zoek naar arcGISSurvey123 en download de app. Open de app en kies vervolgens voor “doorgaan zonder aan te melden”. Scan de QRcode in de app eenmalig.

-             DWHC: https://dwhc.nl/meldingsformulier/ (met optie voor aanmelden voor onderzoek)

-             Sovon: https://portal.sovon.nl/dood (met optie voor aanmelden voor onderzoek)

-             Waarneming.nl

Hoe werkt de vogelgriep applicatie (app)?

De app geeft een indicatie van de verspreiding van vogelgriep onder wilde vogels in Nederland en ook om welke soorten wilde vogels het gaat. In de app kunnen wel 190 verschillende vogelsoorten worden onderscheiden. De gegevens uit de app kunnen worden gebruikt in onderzoek naar de impact van vogelgriep op wilde vogelsoorten. Ook wordt inzicht gegeven in de locatie en de aantallen dode wilde vogels. De app richt zich op de partijen die zich professioneel bezig houden met vogelgriep in wilde vogels, zoals terreinbeherende organisaties, gemeenten, waterschappen of dierenhulporganisaties.

De meldingen in de app komen terecht in het Vogelgriep-app dashboard. Daar is te zien waar vogelgriep gemeld is, en hoeveel en welke vogels er gevonden zijn. Er kan worden gefilterd op vogelsoortgroep, of op een bepaalde periode. Dit dashboard is voor iedereen toegankelijk. Uiteraard is privacygevoelige ingevoerde informatie niet zichtbaar.

Het dashboard laat niet alle data zien die wordt verzameld. Zo wordt bijvoorbeeld de soortgroep (eenden, ganzen) getoond maar niet de exacte soort. Partijen die deze meer gedetailleerde gegevens willen hebben om bijvoorbeeld te gebruiken voor onderzoek kunnen dit via het Nationaal Georegister ophalen.   

Daarnaast ontvangt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de uitslagen van de geteste wilde, dode vogels die via het DWHC ingestuurd worden en registreert de vogels die positief getest worden op vogelgriep.

App downloaden:  Zoek naar arcGISSurvey123 en download de app.

Hoe werken de sneltesten?

Een sneltest kan helpen om een beeld te krijgen of een vogel wel of niet besmet is met vogelgriep. Er bestaan commercieel verkrijgbare sneltesten voor influenza, zowel voor humane monsters als voor aviaire monsters. Een aantal van deze sneltesten worden momenteel onderzocht op gevoeligheid en gebruiksgemak. Het doel van dit project is om te onderzoeken hoe een aantal veelbelovende sneltesten presteren. Dierenambulance Ronde Venen heeft een website gelanceerd met instructiefilmpje en meer uitleg over de werkwijze van de sneltest: www.sneltestvogelgriep.nl .

Wie betaalt de rekening?

Helaas is dat nog niet goed geregeld. De ene gemeente draagt hier wel aan bij, de andere niet. Wij zijn weliswaar blij met de door de Minister toegezegde bijdrage van € 100.000,- voor dit jaar, maar we vermoeden dat de daadwerkelijke kosten vele malen hoger zullen zijn. Daarom is het belangrijk om goed bij te houden hoeveel je uitgeeft aan vogelgriepslachtoffers en dat door te geven, zodat er een goed beeld kan worden geschetst van de nodige compensatie voor dierenhulporganisaties.

Welke impact heeft vogelgriep op de verschillende diersoorten?

Hiernaar wordt onderzoek gedaan. In opdracht van het ministerie van LNV heeft SOVON hierover onlangs een rapport opgeleverd.

-